Explosief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het gevarensybool voor explosieve stoffen (GHS-etikettering)
Het gevarensybool voor explosieve stoffen (WMS-etikettering)

Explosieven of springstoffen zijn ontplofbare vaste of vloeibare stoffen, dat wil zeggen stoffen die in zeer korte tijd een ontledings- of verbrandingsreactie kunnen ondergaan waarbij gasvormige producten ontstaan die een veel groter volume innemen dan de oorspronkelijke stof. Als dit gebeurt, is er een steekvlam of vuurbol en vaak een harde knal waarneembaar. Explosieven bevatten overigens, in vergelijking met "gewone" brandstoffen, betrekkelijk weinig energie. Een kilogram kolen bijvoorbeeld bevat circa 20 Megajoule, een kilogram TNT circa 4 Megajoule energie. De energie die erin zit komt echter zo snel vrij (in een fractie van een seconde), dat de gevolgen desastreus kunnen zijn.

Kenmerken[bewerken]

Explosieven zijn er in verschillende soorten en typen. Ze worden gekenmerkt door

  • De hoeveelheid energie die vrijkomt per kilogram materiaal.
  • De snelheid van de voortplanting van het vlamfront of reactiefront en daarmee gerelateerd of er wel of niet een explosie plaatsvindt als het materiaal niet is opgesloten. Als het vlamfront sneller is dan het geluid, spreekt men over een detonatie. Hoe hoger de detonatiesnelheid en hoe groter de vrijkomende energie, hoe groter de brisantie (het verbrijzelend effect) van de springstof. Bij zeer brisante springstoffen is de snelheid van het reactiefront 5-7 km/s.
  • De gevoeligheid, of de hoeveelheid energie die moet worden toegevoerd om de explosie te laten beginnen. Voor sommige explosieven (bijvoorbeeld joodstikstof) is de kleinste aanraking genoeg, voor andere zoals nitroglycerine volstaat een kleine stoot of wrijving, voor andere explosieven is een flinke mechanische schok, een elektrostatische ontlading, of zelfs een kleine explosie van een ander materiaal nodig.

Bij een explosie kan door de optredende expansie en drukgolf in de omgeving van de reactie schade ontstaan. Dit is natuurlijk een van de voornaamste redenen om explosieven te gebruiken in munitie, in de mijnbouw en bij het slopen van gebouwen en dergelijke. Er bestaan explosieven die mengsels zijn van op zich niet-explosieve stoffen zoals buskruit en stoffen die als zuivere stof al instabiel zijn, zoals trinitrotolueen (TNT) en ammoniumnitraat (hoewel deze laatste stof meestal in mengsels wordt gebruikt).

Mengsels bestaande uit een oxiderend middel (als zuurstofdrager), zoals salpeter, kalium- of natriumchloraat) en oxideerbare stoffen zoals zwavel, houtskool of sacharose, die niet detoneren maar explosief verbranden, worden ook wel sassen (enkelvoud sas) genoemd.

Fijn verdeelde koolstofhoudende oxideerbare stoffen, zoals meel, suiker of hout kunnen ook met alleen zuurstof uit de lucht explosief ontbranden. Men spreekt dan van een stofexplosie. Wordt het poeder in vloeibare zuurstof gedrenkt, dan spreekt men van oxyliquieten.

Toepassingen[bewerken]

Wapens[bewerken]

Schematische doorsnede van een snijlading (holle lading).

Explosieven worden gebruikt in wapens; bij kogels alleen voor het afvuren, bij conventionele raketwapens en handgranaten voor een explosie bij het doel, en bij overige granaten voor beide; daarnaast ook voor bommen en mijnen.

Het effect van het exploderen van de explosieve stof wordt vergroot doordat scherven van het omhulsel en toegevoegde metaaldelen als projectiel fungeren.

Overige toepassingen[bewerken]

Explosieven worden veelvuldig gebruikt in de mijnbouw en voor het slopen van gebouwen.

Bij sloop worden vaak snijladingen toegepast. Een snijlading bestaat uit een v-vormige koperen buis gevuld met een explosief. Door de explosie wordt de v dichtgedrukt en het nu vloeibare koper snijdt met grote snelheid het op te blazen materiaal door.

Gerelateerde termen[bewerken]

Bekende explosieven[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]