Explosiegrens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De explosiegrens is de concentratie van een gas of damp van vloeibare en/of vaste stof uitgedrukt in volumeprocent in lucht waarbij het damp-luchtmengsel bij ontsteking kan exploderen.

Bij een te lage concentratie aan vluchtige componenten is er geen explosiegevaar (een te arm mengsel) en zal alleen reageren als er voortdurend warmte van buitenaf wordt toegevoegd. De onderste explosiegrens wordt bepaald door het laagste percentage waarbij het mengsel nog tot ontploffing kan worden gebracht.

Bij een teveel aan vluchtige componenten is er ook geen explosiegevaar (te rijk mengsel) maar er is wel kans op het ontstaan van brand. Beide explosiegrenzen verschillen per soort vluchtige stof.

Explosiegrenzen[bewerken]

De explosiegrenzen van een aantal stoffen zijn in de tabel weergegeven (in volumeprocent).

Stof onderste explosiegrens bovenste explosiegrens
Aceton 3% 13%
Acetyleen 2,5% 82%
Benzeen 1,2% 7,8%
Butaan 1,5% 8,4%
Ethanol 3% 19%
Ethylbenzeen 1,0% 7,1%
Ethyleen 2,7% 36%
Di-ethylether 1,9% 36%
Diesel 0,6% 6,5%
Benzine 1,4% 7,6%
Hexaan 1,1% 7,5%
Heptaan 1,05% 6,7%
Kerosine 0,6% 4,9%
Methaan 5,9% 16%
Octaan 1% 7%
Pentaan 1,5% 7,8%
Propaan 2,1% 9,5%
Propyleen 2,0% 11,1%
Styreen 1,1% 6,1%
Tolueen 1,2% 7,1%
Waterstof 4,1% 74,8%
Waterstofsulfide 4,3% 46%
Xyleen 1,0% 7,0%

In kader van stof wordt aangenomen dat een stoflaagje (brandbaar materiaal) van 1 mm/m² voldoende is om bij een opwerveling, in de aanwezigheid van de nodige zuurstof en een voldoende hoeveelheid ontstekingsenergie, aanleiding te geven tot een primaire stofexplosie.