Benzine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Benzine is een mengsel van koolwaterstoffen dat wordt gebruikt als brandstof voor benzinemotoren en als oplos- en schoonmaakmiddel. Het bestaat uit lichtere destillatiefracties van aardolie met een lage viscositeit en betrekkelijk laag kooktraject.

Een tankstation in München
Reportage uit 1974 over de invoering van de benzinebonnen.

Etymologie[bewerken]

Het woord benzine heeft niet te maken met de Duitse uitvinder van de automobiel, Carl Benz. Het woord is uiteindelijk op nogal gecompliceerde wijze afkomstig van benzoë, de hars van de benzoëboom. De Engelse scheikundige Michael Faraday (1791-1867) identificeerde in 1825 als eerste de stof benzeen, in gebruikte lichtgasflessen, maar noemde de stof bicarburet of hydrogen. Het was de Duitse scheikundige Eilhard Mitscherlich die de stof bereidde uit benzoëzuur en een sterke base en de resulterende stof Benzin noemde.[1] Zijn invloedrijke vakgenoot Justus von Liebig hernoemde dit echter naar Benzol omdat hij de uitgang -in te veel vond doen denken aan stoffen als strychnine en kinine, waar het niets mee te maken had. De naam Benzin werd in de Duitse taal vanaf die tijd gebruikt voor een niet exact omschreven mengsel van lichte koolwaterstoffen, uit koolteer of ruwe olie bereid, terwijl met Benzol (ook reines Benzin) de stof benzeen werd aangeduid.[2]

Samenstelling en toevoegingen[bewerken]

Een tankstation in de jaren '70 waar kon worden gekozen tussen "Normaal" en "Super"

Benzine is kleurloos en bestaat uit een mengsel van koolwaterstoffen met doorgaans 4 tot circa 12 koolstofatomen, met name uit vertakte alkanen en moleculen met een benzeenring, zoals tolueen en xyleen. Het is wellicht verrassend dat, ondanks de naam, moderne benzine weinig tot geen benzeen bevat. Deze component is verwijderd omdat hij kankerverwekkend is. Ook zwavelverbindingen zijn verwijderd om luchtverontreiniging tegen te gaan.

Aan benzine die als brandstof gebruikt wordt, worden additieven (ook wel dopes genoemd) toegevoegd, onder andere om te voorkomen dat de motor gaat kloppen (ook wel pingelen genoemd). De klopvastheid wordt uitgedrukt in het octaangetal van de benzine.

Vaak wordt ten onrechte het begrip octaangehalte gebruikt. Dit is onjuist omdat dit suggereert dat octaan een stof zou zijn die is toegevoegd aan de benzine.

De meeste merken verkopen ook "premium" benzines waaraan additieven zijn toegevoegd die het vermogen van de motor zouden verhogen of die een reinigende werking zouden hebben.

Loodvrije benzine[bewerken]

De Nederlandse minister Winsemius opent op 15 april 1985 symbolisch 30 pompen voor loodvrije benzine

De toevoeging tetra-ethyllood, die vroeger veel werd gebruikt als antiklopmiddel, is tegenwoordig vervangen door het minder milieu-onvriendelijke methyl-tert-butylether. De benzine is hiermee loodvrij geworden. In Europa wordt sinds midden jaren 90 van de 20e eeuw vrijwel uitsluitend loodvrije benzine (Euro 95 en Super ongelood 98) verkocht. Benzines met lood zijn niet meer te verkrijgen, benzines met loodvervanger slechts beperkt, het apart toevoegen van loodvervanger aan de benzine is ook een optie. Auto's met een katalysator kunnen uitsluitend op loodvrije benzine rijden; lood maakt de katalysator kapot.

Energetische waarde[bewerken]

Bij de verbranding van 1 liter benzine komt ca. 35 MJ (= 9,7 kWh) energie vrij.[3]

CO2-uitstoot[bewerken]

Bij de verbranding van 1 liter benzine komt ca. 2,4 kg CO2 vrij. [1]

Dit is uitsluitend de CO2 die vrijkomt bij verbranding. Dit is echter maar een gedeelte van de totale hoeveelheid CO2 die benzine als product veroorzaakt. Volgens de well-to-wheelmethodiek wordt alle CO2 die ontstaat bij het opsporen, produceren, raffineren, transporteren en opslaan van benzine, toegerekend aan de CO2-uitstoot van benzine. Dat kan wel zo'n 30% bedragen en daarmee komt de uitstoot op 3,1 kg CO2 per liter benzine. Biobrandstoffen worden op een vergelijkbare wijze beoordeeld.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. E. Mitscherlich, "Über Benzin und Benzinschwefelsäure";, Chemisches Zentralblatt, vol. 2, pp. 505-506
  2. G. Weidinger, Waarenlexikon der chemischen Industrie und der Pharmacie, Leipzig: H. Haessel, 1868-1869, pp. 62-63
  3. Jo Hermans - Energie Survival Gids ISBN 978-90-75541-11-3