Lichtgas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Negentiende-eeuwse lichtgaslamp

Lichtgas, ook wel stadsgas genoemd, werd in een gasfabriek geproduceerd, door steenkool te verhitten zonder toetreding van zuurstof. Het bevatte minder waterstofgas en meer methaan dan cokesovengas doordat er bij een lagere temperatuur verhit wordt. Dat werd gedaan om een groter methaangehalte te verkrijgen waardoor de verbrandingswarmte groter werd.

Lichtgas bestaat uit ongeveer 62 % waterstofgas, 23 % methaan, 8 % koolstofmonoxide, 2 % stikstofgas en 2 % koolstofdioxide.[bron?] De laatste twee stoffen hebben geen deel aan de verbranding. De verbrandingswarmte bedraagt 17,5 à 20 MJ/m3.

Geschiedenis[bewerken]

Dat er gas ontstaat bij de droge destillatie van steenkool was al lang bekend. Omstreeks 1827 bouwde de stad Gent zijn eerste gasfabriek, waarna men in Gent na twee jaar al 700 straatfakkels kon vervangen door 700 veiligere gaslantaarns. Door dat grote succes kwamen er nog twee andere fabrieken bij, waaronder de fabriek aan de Gasmeterlaan in Gent.[1] Het waren de eerste gasfabrieken in België. De eerste gasfabriek in Nederland werd in 1826 door een Engels bedrijf in Rotterdam in gebruik genomen. Een jaar hiervoor werd in Amsterdam al gas geproduceerd uit raapolie. Na vele verbeteringen werden in de tweede helft van de negentiende eeuw door heel Nederland gasfabrieken gebouwd die vaak door de gemeente werden beheerd. Ook werden manieren gevonden om de afvalproducten van de gasproductie te verwerken tot allerlei producten zoals kunstmest, zwavelzuur en vele organische producten.

Lichtgas dankt zijn naam aan de eerste toepassing; die als vervanger van lampolie, kaars en fakkel. Later werd er vooral mee verwarmd en gekookt. Het kwam in steden en dorpen in vrijwel ieder huis uit de gaskraan.

Nadat in 1959 bij Slochteren in Nederland een groot aardgasveld was ontdekt, werd in Nederland en België massaal overgeschakeld op aardgas. Een van de voordelen daarvan was dat dit geen koolmonoxide bevatte en dus niet giftig was. Na 1960 waren de gasfabrieken overbodig, velen werden gesloopt waarbij meestal een zwaar vervuild terrein achterbleef.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Twee metalen skeletten van oude gashouders zijn bewaard gebleven. Ze staan op de site van het bedrijf "De Nieuwe Molens" en zijn als industrieel monument beschermd.