Biobrandstof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Het persen van jatropha-olie. Jatropha-olie is een biobrandstof waar op dit moment flink in wordt geïnvesteerd. Het behoort tot de biobrandstoffen van de tweede generatie maar hoeft niet te concurreren met voedingsgewassen.

Biobrandstof of ook wel agrobrandstof is een verzamelnaam voor verschillende soorten brandstoffen die gemaakt worden uit biomassa zoals planten. Biobrandstoffen vormen een duurzaam alternatief voor fossiele brandstof, waarvan de voorraad eindig is.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

Rudolf Diesel gebruikte biobrandstof in zijn dieselmotor.

Voor de ontdekking van fossiele brandstof (turf, bruinkool, steenkool, aardolie, teerzand en aardgas) gebruikte men alleen maar biobrandstof (hout, houtskool, gedroogde uitwerpselen, plantaardige olie of dierlijk vet) en wereldwijd worden deze energiedragers nog steeds gebruikt.

De originele auto's van Henry Ford waren gemaakt om op biobrandstof te rijden. Ook de eerste dieselmotor van de Franse uitvinder Rudolf Diesel liep op pure plantaardige olie, namelijk pindaolie.

[bewerken] Verschillende soorten biobrandstof

Biobrandstoffen zijn in verschillende aggregatietoestanden beschikbaar: vast, vloeibaar en gasvormig. Vloeibare en gasvormige biobrandstoffen worden verkregen uit (vaste) biomassa, zoals dode planten. Biomassa kan ook direct omgezet worden in groene stroom.

De makkelijkste manier om biobrandstoffen in auto's te gebruiken is om er een vloeistof van te maken. Een onderzoek van drie Amerikaanse wetenschappers gepubliceerd in het weekblad Science, heeft aangetoond dat het efficiënter is om biobrandstof direct om te zetten in groene stroom in plaats van er een vloeibare biobrandstof van te maken. [1] [2]

[bewerken] Vloeibare biobrandstoffen

Vloeibare biobrandstoffen worden vooral geproduceerd om de gangbare fossiele brandstoffen, zoals benzine, diesel en kerosine te vervangen.

Als vervanger van benzine worden de volgende biobrandstoffen gebruikt: bio-ethanol, bio-butanol, biomethanol, bio-ETBE, bio-MTBE en synthetische bio-benzine.

Als vervanger van diesel gelden biodiesel, bio-dimethylether (of DME), puur plantaardige olie (of PPO) en synthetische biodiesel.

De Volvo FlexiFuel S40 uit 2005 was een van de eerste auto's die op E85 reden.

Daarnaast worden ook veel mengbrandstoffen gemaakt. Hierbij wordt fossiele brandstof met biobrandstof gemengd in een bepaalde verhouding. Er zijn verschillende mengbrandstoffen op de markt verkrijgbaar. Deze producten bestaan vaak voor een (groot) deel uit fossiele brandstof en voor een (klein) deel uit biobrandstof. Soms worden deze brandstoffen ook wel flexifuel genoemd.

Voorbeelden van deze mengbrandstoffen zijn:

Verschillende proeven zijn genomen om kerosine te vervangen door biobrandstof.

[bewerken] Gasvormige biobrandstoffen

Als vervanger van aardgas geldt:

[bewerken] Balansen

Van biobrandstoffen zijn twee balansen van belang:

  • De "ecobalans": de besparing van CO2 en andere emissies en toenemend ruimtegebruik ten opzichte van fossiele brandstoffen.
  • De "energiebalans": hoeveel energie een liter brandstof oplevert in relatie tot de hoeveelheid energie die het kost om een liter van die brandstof te maken. (Een andere term die hiervoor wordt gebruikt is wel EROEI (Energy Returned on Energy Invested)

[bewerken] Voordelen van biobrandstoffen

Bij dit Duitse tankstation is de prijs voor biodiesel lager dan voor normale diesel. (Opmerking: belastingen en subsidies maken de werkelijke prijs van biodiesel ondoorzichtig voor de consument)

De voordelen van biobrandstoffen zouden zijn:

  • De CO2 uitstoot wordt aanzienlijk beperkt, bijvoorbeeld bij pure plantaardige olie (PPO), waar aangepaste motoren reducties tot 70% CO2, roet en fijnstof genereren.
  • Het inzetten van landbouwgrond dat tot nu toe moest worden 'braak'gelegd, om voedseloverschotten te voorkomen.
  • Een grotere keus voor zogenoemde wisselteelten, waar granen en koolzaad elkaar afwisselen, en elkaar teelt-technisch ondersteunen en wel zodanig dat minder stikstof voor bemesting nodig is.
  • Een betere grondstructuur, met name bij koolzaadteelten, waarbij de penwortels tot soms 1 m diep de structuur van de bodem verbeteren.
  • Nieuwe mogelijkheden voor boeren over de hele wereld, die twee afnemers voor hun oogsten krijgen, namelijk de voedselmarkt en de energiemarkt.
  • Via de inzet van braakliggende landbouwgebieden en teelt van energiegewassen wordt tevens veel CO2 aan de lucht onttrokken.
  • De ontwikkelingslanden krijgen nieuwe kansen en mogelijkheden. Sommige zijn daar inmiddels volop mee bezig door de aanplant van bijvoorbeeld jatropha.
  • Bovenal helpen biobrandstoffen aan een uitstel van het 'olietijdperk', en geven nieuwe impulsen aan innovaties, werkgelegenheid, investeringen, en onafhankelijkheid van energie uit olielanden. Daarbij blijft al het geld dat aan deze sector wordt besteed in eigen regio of land.
  • Gebruik van biobrandstoffen kan helpen bij het realiseren van energie-onafhankelijkheid.

[bewerken] Nadelen van biobrandstoffen

Biobrandstoffen zijn gebaseerd op dezelfde energieopwekking (fotosynthese) als land- en bosbouw. Daardoor kan concurrentie ontstaan tussen landbouw voor voedsel en voor energie om de beschikbare productiemiddelen, zoals landbouwgrond, water en kunstmest. Opwekkingsmethoden met een veel hogere opbrengst en die geen goede grond, water of kunstmest behoeven, zoals het gebruik van zonnecellen, worden daarom -althans op langere termijn- door velen als een beter alternatief gezien.

Vaak wordt kunstmest gebruikt om biobrandstoffen te telen. Het gebruik van kunstmest leidt echter tot de uitstoot van het broeikasgas lachgas (N2O). Lachgas heeft een 310 keer sterkere broeikaswerking dan CO2. [3] [4]

Voor de teelt van biobrandstoffen is ook relatief veel water benodigd. [5]

[bewerken] Concurrentie met voedselgewassen

De toegenomen vraag naar biobrandstof leidt tot hogere voedselprijzen. Vooral waar gewassen zowel voor (menselijke) consumptie als voor biobrandstof kunnen worden gebruikt, kan de voedselvoorziening voor met name het armste deel van de wereldbevolking in het geding komen. In januari 2007 braken in Mexico protesten uit als gevolg van prijsstijgingen van 400% voor tortilla's door de toegenomen vraag in de Verenigde Staten naar maïs voor biobrandstof[6].

De Wereldbank concludeerde in een rapport[7] in april 2008 dat de vraag naar biobrandstoffen één van de oorzaken was van de stijging van de voedselprijzen wereldwijd. De hulporganisatie Oxfam concludeerde in juni 2008 dat biobrandstoffen tot een toename van wereldwijde armoede zorgen.[8]

De speciale rapporteur van de Verenigde Naties die dit probleem onderzocht, noemde biobrandstoffen zelfs een "misdaad tegen de menselijkheid", omdat biobrandstoffen honger zouden veroorzaken. [9]

[bewerken] Generaties biobrandstoffen

[bewerken] Biobrandstof van de eerste generatie

Biobrandstoffen van de eerste generatie zijn gebaseerd op suikers, zetmeel, plantaardige olie of dierlijke vetten, die met conventionele chemische processen of vergisting worden omgezet in brandstoffen. Het gaat hier meestal om voedselgewassen als brandstof.

Biodiesel wordt onder andere verkregen uit maïs (maïsolie), koolzaad (koolzaadolie), oliepalm (palmolie) en uit soja (sojaolie).

Bio-ethanol wordt onder andere verkregen uit suikerbiet, suikerriet, suikerpalm en ook uit graan.

[bewerken] Biobrandstof van de tweede generatie

Oogsten van wilgen

Biobrandstoffen die niet aan voedsel gerelateerd zijn, worden meestal de tweede generatie genoemd. Deze worden gemaakt uit planten die hiervoor geteeld worden (energiegewassen) of uit oneetbare gedeelten van voedselgewassen. Onderstaande planten bevatten veel cellulose en dat is relatief lastig om te zetten in energie.

Biobrandstoffen van de tweede generatie zijn onder andere:

Deze hebben niet de nadelen van de eerste generatie. Verscheidene cellulose-ethanol testfabrieken zijn reeds operationeel, maar de eerste echte commerciële cellulose-ethanolfabrieken, zullen in 2009/2010 van start gaan

Een voorbeeld is jatropha-olie. De geperste olie is op conventionele wijze tot brandstof te verwerken, maar de plant is geen voedselgewas (de zaden zijn giftig), en hoeft daar ook niet mee te concurreren omdat deze nog op zeer droge grond kan groeien. Gemaakte claims dat de plant een hoge olieproductie zou hebben en weinig arbeidsintensief zou zijn, lijken echter niet zonder meer gerechtvaardigd[10]

Naast plantaardig materiaal wordt ook afval gebruikt als biobrandstof. De soorten afval die te verwerken zijn, mogen zich voordoen als zwaar organisch belast afvalwater, maar ook dikvloeibare afvalstromen of zelfs vaste afvalstromen. De enige voorwaarde is dat ze van organisch-biologische aard zijn en dus geen giftige stoffen bevatten die de anaërobe bacteriën zouden doden.

[bewerken] Biobrandstof van de derde generatie

Ter onderscheiding van de tweede generatie wordt naar diverse nieuwe ontwikkelingen verwezen als 'derde generatie' biobrandstof. In Nederland wordt hieronder vaak biobrandstof uit algen verstaan.

Zie Biobrandstof uit algen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Kweek van algen voor biobrandstof

Gebruik van algen als biobrandstof heeft als voordeel dat het niet concurreert met voedsel of ander gebruik van planten. De algen worden speciaal voor dit doel gekweekt. Algen worden nog maar op beperkte schaal gebruikt, maar zijn wel in opkomst. Er wordt op het moment veel onderzoek gedaan en ge-experimenteerd naar biobrandstof uit algen. Zelfs de KLM wil nu proberen bio-kerosine te winnen uit algen. Dit om schoon en goedkoop te kunnen vliegen. Met behulp van genetische technologie kan de productie door algen en/of bacteriën verder verhoogd worden.

In Amerika kijkt men breder en wordt soms een indeling gehanteerd waarbij de tweede generatie chemische conversie gebruikt, terwijl de derde generatie genetische modificatie gebruikt.[11] Doordat de indeling in generaties onvoldoende inzicht geeft om verschillende biobrandstoffen te vergelijken, wordt tegenwoordig steeds meer gekeken naar de duurzaamheidsaspecten en wordt onder meer vergeleken op basis van de ecobalans.

[bewerken] Methoden voor het maken van biobrandstoffen

Er zijn verschillende methoden om biomassa om te zetten naar een biobrandstof. Hieronder worden de belangrijkste methoden beschreven.

[bewerken] Alcoholische vergisting

Vergisting is een vrij beproefd proces dat al zeer lang wordt toegepast om plantaardige grondstoffen om te zetten in vloeibare of gasvormige brandstoffen. Het is een biologisch omzetting, die in de vrije natuur ook veel voorkomt. Zo ontstaat er bij vergisting van suikers ethanol (alcohol). In Brazilië rijden veel auto's op ethanol. Deze ethanol wordt gewonnen uit vergist sap van suikerriet m.b.v. destillatie. In landen zoals Brazilië, de VS en anderen, wordt ethanol ook vermengd met gewone benzine. De brandstof krijgt een benaming verwijzend naar het percentage ethanol. Het gebruik van dit type brandstof vereist dan meestal wel een kleine aanpassing van de motor, aangezien ethanol een lagere energiedichtheid heeft dan benzine. Het belangrijkste voordeel van alcoholen is de zuivere branding, waardoor vrij weinig roetdeeltjes vrijkomen en de motor langer mee zou gaan. Bovendien brengt ethanol door het lage vriespunt (-114°C) bij toevoeging aan benzine een vriespuntsdaling teweeg en heeft hierdoor hetzelfde effect als antivries.

[bewerken] Andere vergisting

Bij een andere vergisting van organisch materiaal ontstaat biogas voornamelijk (kooldioxide) en bio- (methaan). Dit proces wordt onder meer toegepast bij zuivering van rioolwater en bij de verwerking van mest, maar biogaswinning is ook mogelijk vanuit voedselresten, stro en andere vergistbare stromen. Met het vrijgekomen biogas wordt bijvoorbeeld een warmte-kracht koppeling (WKK) gestookt, die elektriciteit en warmte produceert. Na gedeeltelijke zuivering kan het biogas (groen gas geheten) ook aan het Nederlandse aardgasnet worden geleverd.

Het biogas kan ook verder worden opgewaardeerd tot bio-methaan en vervolgens vloeibaar gemaakt. Dit bio-LNG (vloeibaar bio-methaan) is een schone en goedkope vloeibare biobrandstof van de tweede generatie. De productie van biomethaan kost veel minder energie dan andere tweede generatie biobrandstoffen en bewerkstelligt daardoor een veel hogere CO2 reductie.

[bewerken] Pyrolyse

Zie Pyrolyse voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Pyrolyse is een van de oudste methoden. Het was lange tijd de enige manier om methanol te winnen uit bijvoorbeeld hout, met houtteer of -olie en houtskool als nevenproducten. Pyrolyse is ook het proces waarmee de houtgasgenerator werkte, waarmee men tijdens de Tweede Wereldoorlog auto's op hout en turf liet rijden (vanwege benzineschaarste). Door middel van pyrolyse kan biobrandstof gewonnen worden uit gewassen en gewasresten, maar ook diermeel kan hiervoor gebruikt worden.

[bewerken] Het Carbo-V®-proces

Het Carbo-V®-proces verloopt in twee stappen:

  • In de eerste stap wordt bij ongeveer 450 °C de biomassa omgezet in cokes en een teerhoudend gas. Vervolgens wordt de cokes gemalen.
  • In de tweede stap wordt bij ongeveer 1500 °C het teerhoudende gas omgezet in een gas dat bestaat uit kleinere moleculen. Dit gas wordt gebruikt voor het verhitten van de gemalen cokes, waardoor deze ook omgezet wordt in gas. Na het zuiveren van dit gas is het vergelijkbaar met synthesegas.

Het Carbo-V®-proces is ontwikkeld door CHOREN Industries.

[bewerken] Hydro Thermal Upgrading

Zie Hydro Thermal Upgrading voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het HTU-proces is, simpel voorgesteld, te vergelijken met de vorming van aardolie, maar dan veel sneller. Biomassa wordt, vermengd met water, verhit tot ongeveer 350 °C bij een druk van ongeveer 160 bar, gedurende zo'n 15 minuten. Hierbij ontstaat een drab die vergelijkbaar is met ruwe aardolie. Na een raffinageproces is hier dieselolie, kerosine en zelfs benzine uit te halen, die wat kwaliteit en eigenschappen betreft vergelijkbaar zijn met dezelfde producten uit aardolie.

Omdat het proces in water plaatsvindt gelden er weinig eisen voor de grondstof. Deze hoeft bijvoorbeeld niet droog te zijn, zodat er een ruime keuze is uit allerlei reststromen van organisch afval. Het vormt daarom een uitstekend alternatief voor composteren. Bij composteren komt uiteindelijk net zoveel CO2 vrij als bij verbranding, maar wanneer het materiaal, in plaats van te composteren, wordt omgezet in bruikbare brandstof is er nuttige arbeid uit te halen. Echter, de CO2 afgifte is bij verbranding direct terwijl dit bij composteren een veel geleidelijker proces is van maanden tot jaren. De buffer capaciteit van CO2 bij composteren is derhalve vele malen groter dan bij een verbrandingsproces.

[bewerken] Duurzaamheid van biobrandstoffen

Biobrandstoffen zijn hernieuwbaar. Als planten groeien, gebruiken ze met fotosynthese zonlicht voor het opslaan van koolstofdioxide (CO2). De hoeveelheid CO2 die vrij komt bij het verbranden van deze brandstof is gelijk aan de hoeveelheid CO2 die de planten tijdens hun leven hebben opgenomen.

Toch is het niet zo dat biobrandstoffen klimaatneutraal zijn. Tijdens de productie en transport van biobrandstoffen worden fossiele brandstoffen gebruikt, maar vooral het gebruik van kunstmest zorgt voor de uitstoot van het broeikasgas distikstofoxide N2O. De invloed van biobrandstoffen op het klimaat hangt sterk af van de manier waarop ze geproduceerd worden.[12]

[bewerken] Alternatief voor fossiele brandstoffen

Fossiele brandstofvoorraden zijn in tegenstelling tot biobrandstoffen eindig.

Doordat er ruim 100 jaar hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, zijn infrastructuur en verbruikers daarop ingericht. Om biobrandstoffen gemakkelijk toepasbaar te maken moet het als energiedrager op dezelfde manier te gebruiken zijn als aardolieproducten, aardgas of steenkool.

[bewerken] Duurzaamheidscriteria biobrandstof

Jacqueline Cramer opent in juli 2008 een tankstation waar hE15 verkrijgbaar is.

Een commissie onder leiding van Jacqueline Cramer (toen nog geen minister) stelde in 2006 de volgende zes duurzaamheidscriteria op voor biobrandstoffen: [13]

  1. Gerekend over de hele keten, moet het gebruik van biomassa netto minder emissie van broeikasgassen opleveren dan gemiddeld bij fossiele brandstof.
  2. De productie van biomassa voor energie mag de voedselvoorziening en andere lokale toepassingen (zoals voor medicijnen of bouwmaterialen) niet in gevaar brengen.
  3. Biomassaproductie zal geen beschermde of kwetsbare biodiversiteit mogen aantasten en zal waar mogelijk de biodiversiteit versterken.
  4. Bij de productie en verwerking van biomassa moet de kwaliteit van bodem, oppervlakte- en grondwater en lucht behouden blijven of zelfs worden verhoogd.
  5. De productie van biomassa moet bijdragen aan de lokale welvaart.
  6. De productie van biomassa moet bijdragen aan het welzijn van de werknemers en de lokale bevolking.

[bewerken] Duurzaamheid volgens het well-to-wheel-principe

Bij de vergelijking met fossiele brandstoffen is het reëeler om ook fossiele brandstoffen volgens het well to wheel principe te beoordelen. Momenteel wordt in deze vergelijking door de overheid uitsluitend uitgegaan van de CO2 die aanwezig is in de fossiele brandstof zelf en die vrijkomt bij verbranding.[bron?] Dit is echter maar een gedeelte van de totale hoeveelheid CO2-uitstoot die fossiele brandstof als product veroorzaakt. Volgens de well to wheel methodiek wordt alle CO2 die ontstaat bij het opsporen, produceren, raffineren, transporteren en opslaan van benzine en diesel, en dat is nogal wat, toegerekend aan de CO2-uitstoot van benzine resp. diesel. Dat kan wel zo'n 30% bedragen. Per slot van rekening worden biobrandstoffen op een vergelijkbare wijze beoordeeld (zie 1). Het is niet meer dan fair om dit principe ook op fossiele brandstoffen toe te passen bij de vaststelling van hun CO2-uitstoot. Anders worden deze ten onrechte bevoordeeld en dat kan nooit de bedoeling zijn.

[bewerken] Overheidsbeleid voor biobrandstoffen

Biobrandstoffen worden over de hele wereld gebruikt en kennen wereldwijd een grote expansie. Het wordt meestal gebruikt als brandstof voor voertuigen.

De doelstelling van de Europese Unie is dat in 2010 5,75% van de brandstof in het vervoer van biologische afkomst is. Hieraan heeft de Nederlandse overheid invulling gegeven door middel van het Besluit biobrandstoffen wegverkeer 2007[14]. In 2007 moest 2% van de benzine en diesel als biobrandstof worden geleverd, meestal in de vorm van bijmenging. Vanaf dat jaar neemt het aandeel jaarlijks met 1,25% van het totaal toe. De bijmengverplichting bij diesel en benzine afzonderlijk stijgt jaarlijks met 0,5%. Vanaf 1 januari 2008 kan extra biobrandstof bij diesel worden bijgemengd om daarmee aan een deel van de verplichting voor benzine invulling te geven.

In maart 2008 luidde Natuur en Milieu de noodklok in reactie op het door het Milieu- en Natuurplanbureau gepresenteerde rapport Local and global consequences of the EU renewable directive for biofuels: testing the sustainability criteria. De onderzoekers concluderen dat de huidige biobrandstoffen niet bijdragen aan een duurzaam transport. Er is volgens het rapport meer klimaatwinst te halen door biomassa in stroom om te zetten, dan als vervanging van benzine of diesel. Het rapport maakt duidelijk dat doorgaan met "voedsel in de tank stoppen" onverantwoord is. Natuur en Milieu vindt dat de plannen van de Europese Commissie voor tien procent biobrandstoffen in auto's onmiddellijk van tafel moeten.[15][16]

Begin mei 2008 riep de Zwitserse VN-voedselrapporteur Jean Ziegler op tot een stop op de productie van biobrandstoffen, om de explosieve stijging van de voedselprijzen te doorbreken.[17]

Uit een op 10 september 2008 gepubliceerde studie van CE Delft, die is gemaakt in opdracht van Stichting Natuur en Milieu, blijkt dat het mogelijk is tegen vergelijkbare kosten met alternatieve maatregelen meer milieuwinst te bereiken.[18][19]

Nadat hierover door het kabinet op Prinsjesdag al was vooruitgelopen, maakte Minister Cramer op 13 oktober 2008 in een brief aan de tweede kamer[20] officieel bekend de norm voor bijmenging te zullen stellen op 3,75% in 2009 en 4% in 2010.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Referenties

  1. (en) Greater Transportation Energy and GHG Offsets from Bioelectricity Than Ethanol, Science, 15 april 2009.
  2. (en) What Is The Best Way to Turn Plants into Energy?, Scientific American, 7 mei 2009
  3. Biobrandstof schadelijker dan benzine, Lowtech Magazine, 25 september 2007
  4. (en) N2O release from agro-biofuel production negates global warming reduction by replacing fossil fuels, Artikel/presentatie van Paul Crutzen et al., 1 augustus 2007
  5. Bioenergie doet fors beroep op schaars water, artikel op de website van de Universiteit Twente, 2 juni 2009
  6. (en) Bio-fuels trigger tortilla price bubble, The Register, 1 februari 2007
  7. (en) Rising Food Prices Threaten Poverty Reduction, Wereldbank, april 2008
  8. (en) Biofuel use increasing poverty, BBC News, 25 juni 2008
  9. (en) Biofuels "crime against humanity", BBC News, 27 oktober 2007
  10. Jongschaap et al., Claims and Facts on Jatrpha Curcas L., WUR, 2007
  11. (en) Third generation biofuels
  12. Biobrandstof versterkt het broeikaseffect NRC Handelsblad, 9 februari 2008
  13. PDF-document Toetsingskader duurzame biomassa, Platform Energietransitie
  14. Wetgeving Biobrandstoffen
  15. Klimaat - Geen biobrandstof voor auto's Natuur en Milieu, nieuwsbrief 12 maart 2008
  16. (en) Local and global consequences of the EU renewable directive for biofuels Milieu en Natuurplanbureau, 2008
  17. VN-rapporteur wil stop biobrandstoffen NRC Handelsblad, 3 mei 2008
  18. Alternatief voor biobrandstoffen: goedkoper en beter voor klimaat Natuur en Milieu, nieuwsbrief 11 september 2008
  19. (en) An alternative to 5.75% biofuels in 2010. More sustainability at lower cost? CE Delft, september 2008]
  20. Biobrandstoffendoelstellingen

Externe bronnen

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken