Mais

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mais
Mais
Mais
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Clade: Commeliniden
Orde: Poales
Familie: Poaceae (Grassenfamilie)
Geslacht
Zea
Maiskorrels
Maiskorrels
5de van links maisolie
5de van links maisolie
Dentkorrels
Dentkorrels
Flintkorrels
Flintkorrels
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Mais of maïs (Zea mays subsp. mays) is een graan afkomstig uit Midden-Amerika en behoort tot de grassen. Mais is een directe domesticatie van de teosinte Zea mays ssp. parviglumis.

Geschiedenis[bewerken]

Mais komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika waar het gewas door de oorspronkelijke bewoners veredeld werd tot grotere, voedzamere kolven. Zij zochten steeds de beste, lekkerste, grootste kolven uit om de mais mee voort te planten. Waarschijnlijk zijn ze ooit begonnen met de teosinte, een klein grasplantje. Columbus, die in 1492 Amerika ontdekte, heeft de maisplant meegenomen naar Spanje waar het gewas direct goed gedijde. Voor het koudere klimaat hebben de Europeanen de mais zelf verder veredeld waarna de plant het in koudere gebieden ook steeds beter ging doen.

Bloeiwijze[bewerken]

Bij mais zijn de vrouwelijke en mannelijke bloemen van elkaar gescheiden, maar wel op dezelfde plant. Aan de top van de plant zitten in de pluim de mannelijke bloemen. Ongeveer halverwege de plant zitten in de oksels van de bladeren één of meer kolven bestaande uit de vrouwelijke bloemen.

Veredeling[bewerken]

Mais is een windbestuiver. Vroeger bestonden de rassen uit zogenaamde open bestoven rassen. Tegenwoordig zijn bijna alle maisrassen hybriden. Afhankelijk van de opbouw wordt gesproken van enkelvoudige (opgebouwd uit twee inteeltlijnen), drieweg (drie inteeltlijnen) of vierweg (vier inteeltlijnen) hybriden. Door maisplanten via zelfbestuiving in te telen worden inteeltlijnen verkregen. Als deze inteeltlijnen in specifieke combinaties elkaar bestuiven ontstaan beter groeiende en hoger opbrengende planten. Dit effect noemen we "heterosis". Kruisbestuiving wordt verkregen door de moederplanten te ontpluimen.

Bestanddelen van de maiskorrel[bewerken]

Mais behoort tot de monocotylen of eenzaadlobbige planten. Het reservevoedsel zit bij de maiskorrel dus opgeslagen in het endosperm. Er wordt onderscheid gemaakt in dent en flint. De dentkorrel is te herkennen aan het deukje in de top van de korrel. Een maiskorrel van het denttype bestaat voor 80% uit koolhydraten (zetmeel en suikers), 10% eiwit, 4,5% olie, 3,5% vezels en 2% mineralen. Het zetmeel bestaat hoofdzakelijk uit twee polysachariden, waarvan amylopectine met 75 à 80 % van de hoeveelheid polysacchariden de belangrijkste is. Amylose is de andere belangrijke polysacharide. Bij de kleefmais bestaat het zetmeel in de korrel hoofdzakelijk uit amylopectine.

Toepassingen[bewerken]

Mais wordt op verschillende manieren als voedsel gebruikt:

  • Maismeel wordt onder andere gebruikt om tortilla's en maisbrood te maken.
  • Van maismeel kan ook een maispap worden gemaakt die bekend staat onder de namen als polenta (Italië), mămăligă (Roemenië en Moldavië), funchi (Caraïben), fufu (Afrika) en farina (Noord-Amerika).
  • Ook cornflakes worden van mais gemaakt.
  • Maiszetmeel wordt in de vorm van maïzena gebruikt als bindmiddel voor sauzen, soepen of pap.
  • Maisgluten is een restproduct dat ontstaat bij de zetmeelwinning uit korrelmaïs en is zeer eiwitrijk. Maisgluten wordt als veevoer voor onder andere runderen gebruikt. Gebroken maiskorrels worden als zetmeelbron gebruikt bij de bierbereiding. Door de lage hoeveelheid gluten in maismeel is het echter niet geschikt om te laten rijzen als brood.
  • Maisolie wordt gebruikt als tafelolie.
  • Maisbier wordt (oa) in Afrika gemaakt. Men maakt een maispap waaraan speeksel toegevoegd wordt. De enzymen in het speeksel zetten het aanwezige zetmeel om in gluten/suikers die na een paar dagen gisten worden omgezet in alcohol.
  • In de VS wordt mais ook gebruikt om whiskey van te maken. De traditionele Bourbon moet minimaal 51% mais bevatten, maar meestal is dat zo'n 70%.
  • Pofmais wordt gebakken op de pan en verandert in popcorn, doordat het vocht in de korrel bij verhitting uitzet. Pofmais is een speciaal maistype dat veel vocht in de korrel vasthoudt.
Door korenmolen gemalen mais
Maiskolf, vrouwelijke bloeiwijze
Mannelijke bloeiwijze
Oogst van snijmais
Snijmais op weg naar de kuil
Snijmaiskuil
Zea mays "fraise"

Daarnaast wordt mais gebruikt als grondstof voor biobrandstof zoals bio-ethanol en biodiesel. Ook wordt maïs gebruikt bij vergisting voor de productie van biogas.

Maisteelt[bewerken]

Snijmais[bewerken]

In Nederland wordt in de landbouw meer dan 200.000 ha snijmais geteeld, die vooral bestemd is als veevoer in de rundveehouderij. Omdat het klimaat eigenlijk te koel is voor mais, worden de korrels hier niet rijp. Er zijn echter wel vroege tot zeer vroeg rassen ontwikkeld die voor de teelt van korrelmaïs gebruikt kunnen worden. Als regel wordt geoogst tussen half september en half oktober als de korrel hard deegrijp is. Bij een door nachtvorst vrijwel geheel bevroren gewas dient niet te lang met oogsten gewacht te worden. In het algemeen wordt het gehele gewas met blad, stengel en kolven verhakseld met een maishakselaar en ingekuild. Mais kan echter ook in de vorm van korrelmaïs, natte korrelmaïs met spil (CCM = Corn Cob Mix) voor zowel varkens als rundvee en maiskolvensilage (MKS) voor rundvee geoogst worden.

In 1970 bedroeg de oppervlakte aan snijmais in Nederland 6.400 ha, maar in 1994 was dit toegenomen tot 230.000 ha, een aanzienlijk deel van het Nederlandse landbouwareaal.[1] Mede door de grotere mestgift die toegestaan was op maisakkers nam daar door ook de oppervlakte aan fosfaatverzadigde gronden toe.

De drogestof-opbrengst aan snijmais bedraagt in Nederland tussen de 10 en 23 ton/ha.

Suikermais[bewerken]

Ook wordt in Nederland suikermais (Zea mays convar. saccharata) voor de verse consumptie geteeld. De korrels worden in het zogeheten melkrijpe stadium geoogst. Het optimale oogststadium wordt bereikt als de kolfkwast donkerbruin verkleurd is, de korrels tot bijna bovenin de kolf warmgeel van kleur en nog niet ingedeukt zijn. Er kan onderscheid gemaakt worden in extra zoete en normaal zoete suikermais. Normaal zoete suikermais heeft een vrij laag suikergehalte en wordt in Nederland weinig geteeld. Extra zoete suikermais kan, doordat de omzetting van suiker naar zetmeel genetisch geblokkeerd is, wel tot 20% suiker bevatten. De genetische blokkade bij extra zoete mais berust op een ander gen dan die van normaal zoete mais. Daarom mogen extra zoete mais en normale suikermais niet bij elkaar staan en ook niet in de buurt van snijmais, omdat bij bestuiving de blokkade van suiker naar zetmeel wordt opgeheven.

Energiemais[bewerken]

Sinds het begin van dit millennium wordt er in Nederland energiemais verbouwd. Deze mais kan iets later zijn dan gewone snijmais, maar dient wel af te rijpen tot meer dan 30% d.s. van de gehele plant. Bij een energiemaisras is de methaangasopbrengst per ha dé maatstaf.

In een mestvergister wordt mest van een rund of varken gedaan en deze wordt gemengd met een akkerbouwproduct (dit is vaak energiemais). Tijdens het vergisten ontstaat er biogas. Biogas kan gebruikt worden als brandstof of om elektriciteit mee op te wekken.

Zie ook: Biologische zaaitabel

Siermais[bewerken]

Siermais is mais die gebruikt wordt in de bloemsierkunst. Hiervoor worden verschillende rassen gebruikt, waaronder aardbeienmais en Amero.

Siermais kiemt na 10 tot 14 dagen bij 19-22 °C. De rassen die als siergewas worden gebruikt, dienen zo vroeg mogelijk gezaaid te worden, omdat de afrijping anders te wensen kan overlaten. Dit geldt in het bijzonder voor aardbeienmais. Voor de buitenteelt kan tussen eind april tot en met juni gezaaid worden.

Gentechmais[bewerken]

Veredelingsbedrijven hebben inmiddels een hele reeks genetisch gemodificeerde rassen gekweekt en op de markt gebracht. Zo zijn maisrassen resistent gemaakt tegen de Europese maisboorder (Ostrinia nubilalis) en zijn rassen van mais ongevoelig gemaakt voor bepaalde herbiciden (voor het bedrijven van monocultuur).

Over genetisch gemodificeerde mais is veel discussie. Zo zou uit een onderzoek zijn gebleken dat de sinds januari 2006 in de EU toegelaten genetische gemodificeerde maisrassen met de 'MON863'-gencombinatie (event) groeistoornissen en leverschade en nierschade veroorzaakte bij ratten.[2] De publicatie van dit onderzoek in het wetenschappelijk tijdschrift Food and Chemical Toxicology werd echter een jaar later door de redactie weer ingetrokken na kritiek van andere wetenschappers dat het onderzoek ondeugdelijk was uitgevoerd (Séralini-affaire).

De gentechbedrijven hebben een monopoliepositie op de markt, waardoor de maisproducenten voor hun productie sterk afhankelijk worden van een klein aantal bedrijven. Monsanto produceert naast genetisch gemodificeerde gewassen ook onkruidbestrijdingsmiddelen. Hierbij wordt ingespeeld op de monopoliepositie die het bedrijf heeft, door de mais door middel van genetische modificatie resistent te maken tegen de eigen onkruidverdelger Roundup. Deze actie heeft op veel verzet gestuit, omdat een maisproducent op deze manier verplicht is om ook zijn bestrijdingsmiddelen bij Monsanto in te kopen, als hij deze maissoort aanschaft.

Zie Greenpeace[3] voor een film over de controversiële toelating van gentechmais en Roundup.

Mais en milieu[bewerken]

Mais behoort tot de groep C4-gewassen, een groep planten die met een beperkte ademhaling een zeer hoge koolstofopname hebben. Eén hectare mais absorbeert 22 à 44 ton CO2 per jaar, en produceert 16 à 32 ton zuurstof per jaar. Dit is aanzienlijk meer dan wat 1 hectare bos per jaar aan zuurstof kan leveren. Alleen komt de opgeslagen koolstofdioxide na vervoedering weer in het milieu, meestal binnen een jaar. Bij bossen wordt de koolstofdioxide langer vastgelegd en komt pas vrij bij afbraak of verbranding van het hout. Dit komt doordat koolstofopname door planten een kortcyclisch proces is, in tegenstelling tot koolstofopname die gepaard gaat met fossilering, zoals bij steenkool- en aardolievorming. (Zie ook koolstofkringloop).

Soorten en rassen[bewerken]

  • Zea diploperennis
  • Zea luxurians
  • Zea mays ssp. huehuetenangensis
  • Zea mays ssp. mays
  • Zea mays ssp. mexicana
  • Zea mays ssp. parviglumis
  • Zea nicaraguensis
  • Zea perennis

Doolhof[bewerken]

Sommige maïspercelen worden voor recreanten als een doolhof aangelegd.

Ziekten[bewerken]

  • Stengelrot is de meest voorkomende ziekte in mais en wordt veroorzaakt door Fusarium-schimmels. Het merg van de stengelvoet verrot zodat de voet zacht wordt en de stengel om knikt. De bladeren vertonen een rode kleur en geven een papierachtig gevoel. Ook de kolven kunnen worden aangetast. De ziekte treedt op als de plant aan het afrijpen of verzwakt is.
  • Ritnaalden komen vooral voor na het scheuren van grasland. De larven van de kniptor boren zich in het gewas waardoor de plant slap gaat hangen. Bestrijding kan plaatsvinden door een grondbehandeling met 3,5 liter lindaan 21% per ha.
  • Builenbrand (Ustilago maydis) kan tijdens een warme zomer optreden. Hierbij worden in plaats van korrels builen, vruchtlichamen van de schimmel, in de kolf gevormd.

De fritvlieg legt haar eitjes op de plant voor het vierde bladstadium. De larve kan vergroeiingen veroorzaken. Aangetaste planten zullen meer dan normaal uitstoelen. Een zaadbehandeling met methiocarb is meestal afdoende tegen deze aantasting.

De maiswortelboorder is een quarantaineorganisme die de wortels van de maisplant kan aantasten.

Bronnen, noten en/of referenties
Wikibooks Wikibooks Kookboek bevat een recept voor Mais.