Plantenveredeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kweker toont tomaten met door biotechnologie ingebouwd ACC-synthesegen

Plantenveredeling richt zich op het ontwikkelen van planten die zo goed mogelijk aan de eisen van de mens voldoen. Een veredelaar selecteert planten met de beste erfelijke eigenschappen, en maakt daar nieuwe rassen van.

Onder plantenveredeling valt enerzijds het kweken (veredelen) van nieuwe rassen en anderzijds de bestudering van de grondslagen waarop het kweken berust en van de middelen waardoor het kweken wordt bevorderd.

Techniek[bewerken]

Een plant heeft een combinatie van goede en slechte eigenschappen. Plantenveredeling probeert zo veel mogelijk goede eigenschappen in één plantenras te verenigen. Een hoge en zekere opbrengst voor de telers, gezond en lekker voedsel of aantrekkelijke sierplanten voor de consument. De simpelste methode hiervoor is selectie: een groep planten onderling vergelijken, en de beste hieruit gebruiken voor vermeerdering. Als de gewenste eigenschappen wel aanwezig zijn, maar in twee verschillende planten, kan de veredelaar deze in één plant proberen te verenigen door de twee ouderplanten te kruisen. Vervolgens selecteert de veredelaar de nakomelingen, onder andere op kwaliteit, opbrengst en gevoeligheid voor ziekten. Als de selectie goed presteert in vergelijking met de al bestaande rassen, wordt deze vermeerderd en op de markt gebracht. Een veredelingsbedrijf kan de ontwikkelingskosten van een nieuw ras terugverdienen door er kwekersrecht op aan te vragen. Niet iedereen doet dit; er zijn ook veel amateurveredelaars die als hobby bijvoorbeeld sierplanten veredelen.

Bij klassieke veredeling duurt de hele cyclus van kruising tot introductie van een nieuw ras acht tot tien jaar. Soms wat sneller, maar de ontwikkeling van een nieuwe fruit- of sierboom kan wel 30 jaar duren. Deze tijd kan tegenwoordig echter verkort worden door gerichter te selecteren. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Marker Assisted Breeding. Ook kan de vermeerdering van nieuwe rassen sneller verlopen door gebruik te maken van in vitro cultuur. Soms wordt gebruik gemaakt van mutatieveredeling: technieken die ervoor zorgen dat er variaties optreden in het DNA. Een klein deel van deze variaties kan een nuttige eigenschap geven aan een plant.

Sinds het eind van de twintigste eeuw wordt ook gebruikgemaakt van gentechnologie om sneller resultaat te verkrijgen. Hierbij laat men niet de natuur door toeval de combinatie van eigenschappen in de nakomelingen bepalen, maar men grijpt gericht in op het niveau van het DNA. Daardoor kan men bijvoorbeeld aan een bestaand ras een gen voor ziekteresistentie toevoegen.

De plantenveredeling past voor het maken van betere rassen de kennis uit verschillende vakgebieden toe, onder andere erfelijkheidsleer, plantenziektenkunde, biotechnologie en wiskundige statistiek.

Geschiedenis van de veredeling[bewerken]

Het aanpassen van gewassen aan de behoeften van de mens gebeurt al sinds het jagen/verzamelen werd aangevuld met en grotendeels vervangen door landbouw en tuinbouw. De eerste fase bestond uit het overhouden van zaden van aantrekkelijke planten waaruit op lange termijn de landrassen (genetisch "brede" populaties) ontstonden. Dit is overigens ook van toepassing op dierlijke rassen. Pas nadat de wetmatigheden van de genetische vererving rond 1880 duidelijk werden kwam de veredeling in een stroomversnelling. Nieuwe technieken leidden snel tot een gespecialiseerde beroepsmatige uitoefening van de plantenveredeling. Het vervaardigen van zuivere lijnen door herhaalde zelfbevruchting werd veel toegepast en er werd gebruikgemaakt van de hybride groeikracht door zuivere lijnen met elkaar te kruisen. Opbrengstverhoging, opbrengstzekerheid en een verbeterde productkwaliteit konden hierdoor worden gerealiseerd.

Zie ook[bewerken]