Jager-verzamelaar
Een jager-verzamelaar is een mens die zich in leven houdt door middel van de jacht en/of het verzamelen van eetbare dingen zoals bessen en dieren. Het jagen en verzamelen als overlevingsmethode is bijna overal vervangen door de landbouw.
In het geschiedenisboek van de mensheid beslaan de hoofdstukken die de jager-verzamelaars behandelen verreweg de meeste bladzijden. Tenminste, dat zou zo moeten zijn gekeken naar de tijd dat de mensheid de aarde voornamelijk als nomaden bevolkte. De eerste mensen, Homo habilis en Homo rudolfensis leefden 2,4 miljoen jaar geleden als jager-verzamelaar. Hun opvolgers, Homo erectus, Homo heidelbergensis, de neanderthaler, leefden ook van jagen en verzamelen. Jagers en verzamelaars gebruikten werktuigen van steen, been en hout. Zij kenden het gebruik van vuur waarschijnlijk reeds 1,6 miljoen jaar geleden. De oudste sporen komen uit Swartkrans (Zuid-Afrika). [1]
Van de 150.000 à 200.000 jaar dat er moderne mensen (Homo sapiens) leven op deze planeet, hebben ze de langste tijd hiervan geleefd als jager-verzamelaars. Homo sapiens verspreidde zich uit Afrika over de rest van de wereld tussen 120.000 en 60.000 jaar geleden. Vanaf Homo sapiens werd het tempo van de technologische vernieuwing versneld. Homo sapiens maakte juwelen, voerde schedelboringen uit, vond de kano uit, de speerwerper, pijl en boog en domesticeerde de grijze wolf, onze hond.
Een leven als jager-verzamelaar stond in het teken van overleven. Door op pad te gaan voor het verzamelen van eetbare wilde planten en het jagen op dieren, zorgden zij elke dag weer voor voldoende voedsel. De jager-verzamelaars hadden meestal geen vaste verblijfsplaats, maar trokken rond in kleine groepen (doorgaans 20-50 personen), als nomaden, op zoek naar nieuwe gebieden waar genoeg voedsel te vinden was.
Het is een misverstand dat jagers-verzamelaars een erbarmelijk bestaan leidden. Gemiddeld genomen hadden zij waarschijnlijk een gevarieerdere voeding dan primitieve landbouwers en verkeerden zij in een betere gezondheid. Wel hebben betrekkelijk kleine groepjes jagers en verzamelaars een groot gebied nodig om in te leven. Het is onwaarschijnlijk dat de aarde vóór de ontwikkeling van de landbouw ooit meer dan 10 miljoen inwoners telde.
Door de verbetering van hun jacht- en verzameltechnieken konden jagers-verzamelaars langer op dezelfde plaats blijven wonen. In het Nabije Oosten bestonden in het natufien (natufische cultuur) reeds sedentaire dorpen.
Jagers-verzamelaars waren, leefden en dachten tamelijk egalitair. Eén maatschappij van jagers en verzamelaars, de zalmvissers van het Noordwesten van Amerika, waren relatief rijk, hadden houten huizen en totempalen en leefden (semi-)sedentair. Zij hielden er slaven op na die ze vaak in gewelddadige raids in hun omgeving gevangen namen. [2]
[bewerken] Overgang naar landbouw
In het Nabije Oosten, in de vruchtbare sikkel, gingen jagers-verzamelaars meer dan 10.000 jaar geleden planten cultiveren, voornamelijk granen en groenten. Iets later, op verschillende plaatsen en op verschillende tijdstippen, gingen groepen mensen over op het houden van vee en huisdieren. Deze overgang van jager-verzamelaars naar sedentaire landbouw staat bekend als de neolithische revolutie.
Vermoedelijk is dit het eerst gebeurd in het Midden-Oosten. In het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris (Mesopotamië) ontstonden zo'n 6.000 jaar geleden de eerste stadstaten zoals Ur en Uruk.
Referenties
|