Triticale

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Triticale
Triticale
Triticale
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Clade: Commeliniden
Orde: Poales
Familie: Poaceae (Grassenfamilie)
Geslacht: × Triticale
Soort
× Triticale
×Triticosecale rimpaui

Tscherm.-Seys. ex Müntzing
Wittm.
Korrels van tarwe (links), rogge (midden) en triticale (rechts)
Korrels van tarwe (links), rogge (midden) en triticale (rechts)
Triticale graankorrels, 8-10 mm lang
Triticale graankorrels, 8-10 mm lang
Tongetje en oortjes
Tongetje en oortjes
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Triticale is zowel de Nederlandse naam van een geslacht ×Triticale in de grassenfamilie, als die van soorten van dit geslacht. In Nederland wordt jaarlijks ongeveer 4000 ha triticale geteeld.

Geslacht[bewerken]

Tot het geslacht ×Triticale, synoniem: ×Triticosecale Wittm. ex A.Camus behoren graansoorten, die ontstaan zijn uit de kruising van harde tarwe (Triticum durum) of gewone tarwe (Triticum aestivum) met rogge (Secale cereale).

Soorten[bewerken]

  • ×Triticale Tscherm.-Seys. ex Müntzing, synoniem: ×Triticosecale Wittm. ex A. Camus, harde tarwe (2n=28=AABB) met rogge (2n=14=RR)
  • ×Triticosecale rimpaui Wittm., synoniem: ×Triticale rimpaui ... , gewone tarwe (2n=42=AABBDD) met rogge (2n=14=RR)

Kruisingen[bewerken]

De eerste handmatig geproduceerde hybride werd gemaakt door H.S. Wilson (1876) uit Schotland, gevolgd door de Amerikaanse plantenveredelaar E.C. Carman in 1884. De bedoeling was dat de hybride de hogere opbrengst en betere graankwaliteit van tarwe zou combineren met een mindere gevoeligheid voor schimmelziekten van rogge. Door de gebaarde aar treedt er minder schade door vogels op dan bij gewone tarwe. Bij deze hybride (in eerste instantie genaamd ×Triticosecale Wittmack), ging het om een octoploïde vorm met 2n = 8x = 42 + 14 = 56 chromosomen (8x=AABBDDRR).

De eerste hexaploïde triticale met 2n = 6x = 28 + 14 = 42 chromosomen (6x=AABBRR), de vorm die tegenwoordig wordt geteeld, stamt uit 1932 door kruising van harde tarwe (durumtarwe) met rogge. Vanaf 1937, toen de chemische stof colchicine kon worden gebruikt voor spontane chromosoomverdubbeling, werd de productie van deze triticale vorm eenvoudiger en begon het eerste onderzoek naar de gebruikswaarde van triticale in de landbouw.

Bij de kruisingen werd gewone tarwe gebruikt als moeder en rogge als vader.

De huidige rassen van triticale zijn ontstaan uit kruisingen van Triticale x Triticale (secundaire Triticale) en hebben ongeveer dezelfde graanopbrengst als wintertarwe en winterrogge. Door zijn weinige gevoeligheid voor droogte is triticale vooral geschikt voor teelt op zandgrond.

Gebruik[bewerken]

Voor broodbereiding is triticale minder geschikt door de schotgevoeligheid (kieming in de aar op het veld), de ongunstige eiwitsamenstelling en de slechte uitmaling. Triticale wordt daarom als veevoer gebruikt als geheleplantsilage (GPS), waarbij de gehele, onrijpe (deegstadium) plant wordt ingekuild of als graan.

Ziekten[bewerken]

De huidige rassen van triticale zijn minder gevoelig voor schimmelziekten dan tarwe en rogge. Bij slechte weersomstandigheden kan aantasting optreden van fusarium in de aar. Bij het toenemen van het areaal bestaat de kans dat door toename van de infectiedruk de gevoeligheid groter wordt voor met name meeldauw, bruine roest en bladvlekkenziekte.

Externe link[bewerken]