Biodiesel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Biodiesel is een type biobrandstof, een duurzame energiebron, die gemaakt wordt uit vetzuren zoals plantaardige olie en dierlijk vet. Biodiesel wordt vaak toegepast in een mengvorm met uit aardolie verkregen diesel. De benaming die men er aan geeft is dan B5 (5% biodiesel) of B20 (bij 20 % bijmenging). Bij gebruik van pure biodiesel spreekt men van B100.
Toen Rudolf Diesel zijn eerste dieselmotor bouwde, was deze bedoeld voor olie geperst uit pinda's. Tegenwoordig zijn dieselmotoren niet meer geschikt om zonder aanpassingen te werken op pure plantaardige oliën (PPO) of gebruikte plantaardige oliën (Waste Vegetable Oil). Deze zijn te stroperig en geven veel roet. Om deze reden worden de oliën chemisch met een korte alcohol (zoals ethanol, of methanol) omgezet door transesterificatie.
Inhoud |
[bewerken] Proces om biodiesel te maken
Productie van biodiesel op basis van plantaardige olie (bestaande uit triglyceride moleculen) vindt in twee stappen plaats. In de eerste stap worden de esterverbindingen verbroken door bijvoeging van een base (veelal KOH en soms NaOH). Hierbij ontstaan glycerol en vrije vetzuren. De vetzuren worden vervolgens veresterd met de alcohol. Dit gehele proces wordt ook wel transesterificatie genoemd.
Beide reacties zijn evenwichtsreacties. De reacties zijn dus niet volledig.
De olie wordt hierdoor minder viskeus en geeft tevens minder roet bij verbranding. Glycerol kan als bijproduct worden afgescheiden en doorverkocht aan de voedingsindustrie of andere bedrijfstakken.
De base doet mee aan de reactie en wordt niet verbruikt. Deze werkt dus als katalysator. Vaak wordt een loog eerst opgelost in de methanol alvorens deze twee componenten toe gevoegd worden aan de olie. Bij de oplossingensreactie ontstaat methoxide, natrium-ionen en water. De methoxide is de reactieve stof die ervoor zorgt dat het vetzuur loslaat van de glycerol. Ook is hier spraken van een evenwicht. Het is daarom ook belangrijk dat watervrije loog gebruikt wordt om het evenwicht zoveel mogelijk naar rechts te laten lopen.
Na het produceren van de biodiesel zijn 2 lagen ontstaan. De polaire laag en de apolaire laag. De apolaire laag bestaat uit biodiesel en eventueel niet weggereageerde olie. De polaire laag bestaat uit water (wat vrij gekomen is bij de reactie), glycerol, de katalysator en het overgebleven methanol. Deze lagen moeten van elkaar gescheiden worden.
Vervolgens is het belangrijk dat de biodiesel gewassen wordt. De reden hiervoor is dat de laatste verontreinigingen verwijderd moeten worden. Het nadeel bij deze stap is dat er een klein deel water oplost in de biodiesel.
Als laatste stap moet de biodiesel worden gedroogd.
[bewerken] Grondstoffen voor biodiesel
Biodiesel wordt gemaakt uit de combinatie van een biologische olie of vet en een korte alcoholketen. Meestal worden biologische oliën gebruikt. Hiervoor zijn verschillende grondstoffen, die verschillen per werelddeel. De precieze grondstof hangt af van het klimaat: de planten die in een bepaalde streek de hoogste olieopbrengsten geven worden in plantages gekweekt. In de lage landen wordt voornamelijk koolzaad gebruikt.
Andere grondstoffen zijn:
- sojaolie (wereldwijd)
- maïsolie (o.a. Verenigde Staten, gedeeltelijk door een (historisch) maïsoverschot)
- palmolie (tropische landen)
- jatropha-olie (Jatropha curcas, India en andere sub-tropische landen)
- karanj (vooral India)
- eucalyptusolie (o.a. Thailand)
- huttentut Camelina sativa
- dierlijk vet
- gebruikt frituurvet
- algen, zie biobrandstof uit algen
Als korte keten alcohol worden (bio)methanol en (bio)ethanol gebruikt.
[bewerken] Milieuvoordeel
Het belangrijkste milieuvoordeel van biodiesel is dat de basisgrondstof (PPO, pure plantaardige olie) biologisch afbreekbaar is, niet giftig is en geen zwavel en aromaten bevat. Daarentegen zijn de benodigde chemicaliën voor de verestering dan wel weer toxisch. Bij verbranding komt veel minder zwaveloxide en koolstofmonoxide vrij dan bij gewone brandstoffen. Maar er komen wel meer stikstofoxiden vrij, die bijdragen tot de vorming van ozon (zure regen). Met een katalysatorsysteem in autouitlaten zijn deze stikstofoxiden goed te verwijderen. De belangrijkste drijfveer voor het gebruik van biodiesel is de neutralisering van de CO2-uitstoot, veronderstellend dat de hoeveelheid CO2 die geproduceerd wordt door verbranding, eerder door de plantaardige bron uit de lucht werd gehaald tijdens het groeiproces. Een gedeelte van deze milieuwinst wordt tenietgedaan door het energieverbruik tijdens productie en transport van de grondstoffen. Verder gaat dit alleen maar op als de voor de biodiesel benodigde aanplant geplant wordt op een plek waar voorheen geen beplanting stond. Vaak wordt hiervoor echter bos gekapt (dat al CO2 uit de lucht haalde), waardoor er niet méér CO2 uit de lucht wordt gehaald dan voorheen. Wel komt er minder CO2 in de lucht omdat er nu geen aanspraak wordt gedaan op de 'C-voorraad' in de aardbodem.
Het voordeel van biodiesel ten opzichte van pure plantaardige olie is dat de viscositeit ervan goed overeenkomt met die van conventionele dieselolie. Daardoor kunnen de meeste motoren er zonder aanpassingen op lopen. Echter voor permanent biodieselgebruik moeten brandstofleidingen en pakkingen van een materiaal zijn dat zich niet laat aantasten door de hogere zuurgraad van biodiesel. Dit vraagt in veel gevallen om aanpassing. Een nadeel is dat biodiesel een iets lagere energiewaarde heeft dan diesel, m.a.w. je komt minder ver met een volle tank. Verder moet, zoals gezegd, de grondstof voor biodiesel eerst bewerkt worden, hetgeen milieubelastend is, terwijl deze grondstof ook in pure vorm gebruikt kan worden als PPO.
[bewerken] Nadelen en risico's
Het toenemende gebruik van biodiesel en bio-ethanol zorgt voor veel extra vraag naar gewassen waaruit olie kan worden gewonnen. Een van de grootste zorgen is met name het kappen van tropische wouden om zo ruimte te maken voor de aanbouw van de lucratieve oliepalm, zoals in de Filipijnen en op Indonesië. Naast ontbossing en erosie komen daardoor bijzondere plantensoorten en beschermde diersoorten zoals de oerang-oetang in het gedrang. Bovendien kost het transport van dit tropische biodiesel ook de nodige brandstof voor het in Nederland aan de pomp verkrijgbaar is.
Economisch gezien heeft de grote vraag in westerse landen naar biobrandstoffen vergaande gevolgen. Zo was in het voorjaar van 2007, door de grote vraag naar maïs voor gebruik als biobrandstof in bijvoorbeeld Amerika, de prijs voor maïs en tortilla's in Mexico meer dan verdubbeld.[1] Ook in Nederland is al gewaarschuwd voor hogere prijzen voor grondstoffen door de toenemende vraag naar biobrandstoffen. Denk hierbij door de toenemende vraag naar maïs, aan prijsstijgingen van producten als eieren en kippenvlees. Bierproducent Heineken waarschuwde al begin 2007 dat de prijzen voor het in Nederland geliefde biertje, door de toenemende vraag naar o.a. tarwe, zullen gaan stijgen. Voor westerse consumenten betekent de opkomst en wettelijke verplichting van biobrandstoffen een stijging van de voedselprijzen, in de derde wereld zal dit mogelijk tot een voedselcrisis leiden.[2] Een oplossing kan zijn om (agrarische)rest producten te benutten, in plaats van plantaardige olie te gebruiken voor de energievoorziening. Diverse processen maken dit mogelijk; vergisting (CH4), vergassing (CO,H2), pyrolyse (bio-olie) en verkoling (kool) bijvoorbeeld. Met het FischerTropsch proces kunnen zogenoemde "tweede generatie" biobrandstoffen (diesel en ethanol) geproduceerd worden uit afvalstromen.
[bewerken] Verkrijgbaarheid
Biodiesel moet vandaag aan de internationaal geldende norm EN 14214 beantwoorden, die door de producenten en de automobielindustrie gemeenschappelijk uitgewerkt werd. Biodiesel wordt in Duitsland op relatief grote schaal toegepast en is daar bij zo'n 1700 tankstations beschikbaar. Ook in Frankrijk is biodiesel, gemengd met gewone diesel, al op veel plaatsen te verkrijgen. In Nederland is biodiesel nog maar zeer beperkt beschikbaar. Half oktober 2006 is in Emmen de eerste biodieselfabriek van Nederland volledig in bedrijf genomen. De tweede fabriek staat in Kampen, hier wordt biodiesel uit gebruikte oliën geproduceerd. M.i.v. 2007 moet er in Nederland verplicht 2% biobrandstoffen (in de praktijk biodiesel) worden bijgemengd bij de standaarddiesel aan de pomp. Jaarlijks neemt het bij te mengen percentage met 1,25% toe tot 5,75% in 2010.
De doelstelling van de Europese Unie is dat in 2010 5,75% van het totale volume gebruikte brandstof van biologische afkomst is (biobrandstof). Voor benzine auto's kan ethanol als brandstof gebruikt worden.
[bewerken] Externe link
| Referenties: |
|
| Brandstoffen voor wegvoertuigen |
|---|
|
Beschikbare brandstoffen aan de pomp: Benzine · Diesel · LPG · Biodiesel · E85 · CNG · Biogas · E5 · E15 · hE15 · Zie ook: Biobrandstof |
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Biodiesel van Wikimedia Commons. |

