Zonlicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zonlicht valt in de Antelope Canyon in Arizona.

Zonlicht is het zichtbare deel van het totale spectrum van elektromagnetische straling dat door de zon wordt verspreid. Het zonlicht dat de aarde bereikt is een zeer klein deel van de totale hoeveelheid, maar voldoende en essentieel om het leven op aarde in stand te houden.

Straling vóór bereiken atmosfeer[bewerken]

Stralingsintensiteit van het zonnespectrum van een zwart lichaam en boven en in de atmosfeer.

Het spectrum van de zon wordt benaderd door de straling die een zwart lichaam uitzendt met een oppervlaktetemperatuur van 5777 K (effectieve temperatuur). Door dit in te vullen in de formules voor een zwart lichaam vinden we het volgende. De piek van het vermogen per eenheid frequentie ligt bij een frequentie 340 THz, overeenkomend met een golflengte van 883 nm; dit ligt in het infrarood. De piek van het vermogen per eenheid golflengte ligt bij een golflengte van 502 nm, overeenkomend met een frequentie van 598 THz; dit ligt in het blauw-groene gedeelte van het zichtbare licht. Evenveel energie wordt uitgestraald boven en onder een frequentie van 421 THz, overeenkomend met een golflengte van 711 nm.

Ongeveer de helft van de straling bestaat uit zichtbaar licht. De andere helft bestaat uit infrarode warmtestraling en voor een klein deel uit ultraviolet licht. In het zonnespectrum komen donkere lijnen voor, de Fraunhoferlijnen.

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: hebben we het hier nog over zonlicht, of over alle straling

Het vermogen bedraagt 63,2 MW per vierkante meter zonne-oppervlak. De oppervlakte is 6,09 biljoen vierkante kilometer, zodat het vermogen in totaal 3,85×1026 watt is.

De intensiteit van de straling boven de atmosfeer is 20,1 MW per vierkante meter (loodrecht op de stralingsrichting) per sterradiaal (voor de ruimtehoek waaronder de waarnemer de zon ziet). De schijnbare diameter van de zon is gemiddeld 9,30 mrad. Daarvan uitgaand is de ruimtehoek 67,9 μsr.[1] Dit geeft de zonneconstante, het vermogen per vierkante meter van de elektromagnetische straling van de zon die de aardatmosfeer bereikt, gemiddeld 1367 W/m². Deze waarde heeft een jaarlijkse gang door de ellipsvormige baan van de aarde rond de zon. Zo bereikt 1412 W/m² in januari de atmosfeer tot 1312 W/m² in juli. Ook per jaar fluctueert het gemiddelde door verandering in de zonne-activiteit zelf. Deze variatie aan de rand van de atmosfeer heeft overigens geen invloed op de temperatuur van het aardoppervlak.

De ruimtehoek van de aarde vanuit de zon is zo klein dat van de totale energie die de zon uitzendt, de aarde slechts één 2300 miljoenste deel ontvangt.

Extinctie[bewerken]

Stralingsbalans van de aarde.
Rayleighverstrooiing zorgt voor een blauwe lucht, die rood wordt als de door de atmosfeer afgelegde weg dusdanig groot is dat al het blauwe licht uitgedoofd is.

De stralingsintensiteit aan het aardoppervlak is veel kleiner dan de zonneconstante aan de rand van de atmosfeer. De verzwakking van de straling tijdens het passeren van de dampkring wordt extinctie of uitdoving genoemd. Dit bestaat uit reflectie, verstrooiing en absorptie.

Reflectie[bewerken]

Doordat de aarde een sfeer is en slechts voor de helft wordt belicht, wordt gemiddeld een kwart van de aarde per tijdseenheid verwarmd. Van de resterende 342 W/m² wordt gemiddeld zo'n 30% gereflecteerd, het planetaire albedo. Deze reflectie vindt plaats door waterdruppeltjes en de grotere stofdeeltjes in de atmosfeer. Er is hier sprake van diffuse reflectie, omdat de straling in alle richtingen wordt weerkaatst. Tijdens deze reflectie blijft het licht wit, wat waar is te nemen bij onder meer rook. De voornaamste vorm van verzwakking van zonlicht in de atmosfeer is echter de reflectie tegen wolken. De mate van reflectie hangt af van de dikte van de wolkenlaag, het aantal wolkendruppeltjes, de grootte daarvan en de zonshoogte. De reflectie neemt over het algemeen af bij toenemende hoogte van de wolken.

Verstrooiing[bewerken]

Het zichtbare licht dat de zon uitzendt wordt voor een deel verstrooid, en daardoor gedeeltelijk weer uitgezonden naar het heelal. De verstrooiing vindt plaats op uiterst kleine deeltjes, die over het algemeen kleiner zijn dan de golflengte van het licht. Op deze schaal gelden de gewone wetten van terugkaatsing, breking en buiging niet meer, maar die van de Rayleighverstrooiing. Hoe kleiner de golflengte, hoe meer verstrooiing van het licht, zodat dit bij violet en blauw meer optreedt dan bij rood licht met een blauwe lucht tot gevolg. Als tijdens de schemering de zon laag aan de hemel staat, leggen de lichtstralen een langere weg af door de atmosfeer, zodat de kleine golflengten sterker worden verstrooid en uitdoven. Bij rood en oranje treedt minder verstrooiing op, zodat de hemel rood wordt gekleurd.

Absorptie[bewerken]

De 70% die niet reflecteert, wordt geabsorbeerd en verstrooid, waarbij van de resterende 240 W/m² de atmosfeer 74 W/m² opneemt en het aardoppervlak 166 W/m². In de atmosfeer wordt straling vooral geabsorbeerd door waterdamp, koolstofdioxide en ozon. Zo'n 14% van de totale zonnestraling wordt geabsorbeerd door waterdamp en doordat dit zich vooral in de troposfeer bevindt, warmt deze daardoor het meest op. Koolstofdioxide absorbeert voornamelijk de straling in het infrarode gebied, terwijl ultraviolette straling door de ozonlaag wordt opgenomen.

Wanneer de directe straling niet door wolken wordt geblokkeerd, wordt het ervaren als zonneschijn, een combinatie van zichtbaar licht en nabij infraroodstraling. Vooral de infraroodstraling zorgt voor een toename van de temperatuur van de huid en wordt opgemerkt door warmtereceptoren. Het directe zonlicht is niet gepolariseerd in tegenstelling tot het verstrooide licht van de blauwe hemel.

Als de temperatuur op aarde constant is, betekent dit dat de stralingsbalans neutraal moet zijn. Dat wil zeggen dat de inkomende kortgolvige zonnestraling de aarde weer verlaat als uitgaande langgolvige aardse straling. Deze langgolvige straling wordt veel beter geabsorbeerd in de atmosfeer dan de kortgolvige zonnestraling, zodat de atmosfeer vooral indirect via het aardoppervlak wordt opgewarmd.

Stralingsverdeling[bewerken]

De verdeling van de straling over de aarde.

Buiten de dagelijkse en jaarlijkse gang en klimaatveranderingen zijn de in- en uitgaande straling gemiddeld genomen min of meer met elkaar in evenwicht. Plaatselijk is dit echter niet het geval. Op breedten lager dan 38º is de instraling groter dan de uitstraling, terwijl buiten dat gebied de uitstraling overheerst. In de tropen en subtropen wordt het echter niet warmer en in de gematigde gebieden en de poolstreken niet kouder. Dit komt doordat er een compenserend warmtetransport is door de algemene circulatie en de zeestromen. De algemene circulatie bestaat uit turbulentie, convectie, advectie en verdamping. De combinatie van dit warmtetransport met de stralingsbalans is de energiebalans.

Gunstige effecten van zonlicht op de gezondheid[bewerken]

Zonlicht schijnt door de wolken.

Zonlicht, of een vergelijkbaar sterke lichtbron, is nodig om de circadiaan ritmes te synchroniseren.[2]. Zonlicht werkt ook in geringe mate desinfecterend waardoor virussen en bacteriën minder lang overleven buiten het lichaam. Vitamine D wordt in de huid aangemaakt onder invloed van ultraviolet licht. Het is belangrijk voor de opname van calcium dat we nodig hebben voor de ontwikkeling van gezonde botten en tanden.

De Zwitserse arts Auguste Rollier maakte in het begin van de 20e eeuw gebruik van heliotherapie voor de genezing van tuberculose. Zijn zontherapiekliniek lag op 1500 meter hoogte in de Zwitserse Alpen.

Culturele aspecten[bewerken]

Wolkenstralen boven Canberra.

Vele mensen vinden helder direct zonlicht niet comfortabel. Het rechtstreeks kijken in de zon kan permanente schade aan de ogen veroorzaken. Om de helderheid van zonlicht te compenseren, wordt wel gebruikgemaakt van een zonnebril. Auto's, vele helmen en kappen zijn uitgerust met vizieren om het zonlicht te blokkeren wanneer de zon onder een lage hoek staat.

In koudere landen verkiezen vele mensen de zonnige dagen boven de bewolkte dagen en vermijden vaak de schaduw. In hetere landen is het omgekeerde waar; tijdens de middaguren verkiezen vele mensen binnen te blijven. Als zij naar buiten gaan, zoeken zij schaduw die kan worden verstrekt door bomen, parasols, etc.

Overgevoeligheid[bewerken]

Er bestaat een erfelijke aandoening genaamd erytropoëtische protoporfyrie (afgekort E.P.P.). Mensen die hieraan lijden zijn overgevoelig voor het zichtbare licht van de zon, met name het paarse en het groene deel daarvan. Wanneer deze mensen met hun huid in de zon komen veroorzaakt dat in eerste instantie een branderig gevoel (als brandnetels) en na te lang in de zon te zijn geweest een soms dagenlang aanhoudende pijn, gepaard gaand met zwellingen en soms bloeduitstortingen. De pijn wordt pas weer minder in een donkere ruimte, vaak in combinatie met verkoeling (als airconditioning of zelfs met koeling door ijs).

Verschillende medicijnen, waaronder tetracycline, veroorzaken een overgevoeligheid voor zonlicht.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Het gemiddelde van het kwadraat is niet het kwadraat van het gemiddelde, dus hier zit een onnauwkeurigheid in.
  2. Stumpf, W.E. (1988): The endocrinology of sunlight and darkness, in Naturwissenschaften Volume 75, Number 5, 247-251