Warmte-krachtkoppeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Warmte-krachtkoppeling (kortweg WKK) of cogeneratie staat voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht. De kracht is afkomstig van een verbrandingsmotor of gasturbine en wordt meestal aangewend om een generator aan te drijven die op zijn beurt elektriciteit opwekt. De warmte die daarbij vrijkomt gaat niet verloren maar wordt lokaal nuttig gebruikt voor bijvoorbeeld productie van warm water, stoom of hete lucht[1].

Nieuwe elektriciteitscentrales hebben een elektrisch rendement van ca. 58,5%, de rest van de energie uit de gebruikte brandstoffen komt vrij als warmte. Zonder warmte-krachtkoppeling wordt deze warmte afgevoerd met het koelwater. Deze warmte kan nuttig gebruikt worden (verwarming, droging e.d.). Op deze manier wordt brandstof bespaard ten opzichte van de afzonderlijke, gescheiden productie van elektriciteit en warmte, de elektriciteit in een centrale en de warmte in een aparte ketel.

Industrie[bewerken]

Veel bedrijven hebben warmte nodig voor hun productieproces. Vaak wordt deze warmte verplaatst onder de vorm van stoom maar ook warm water en thermische olie zijn veel voorkomende warmtedragers. De klassieke manier van warmteopwekking is d.m.v. een gas- of oliegestookte ketel. Steeds meer bedrijven stappen over op een WKK voor het gros van de te produceren warmte. Eventuele extra warmte kan dan nog steeds op klassieke wijze geproduceerd worden. Het plaatsen van een WKK houdt een economisch voordeel in. De elektriciteit die geproduceerd wordt door de WKK kan on-site verbruikt worden, wat de hoeveelheid elektriciteit afgenomen van het openbare elektriciteitsnet vermindert. Daarnaast zal door gebruik van de restwarmte in de rookgassen voor de productie van stoom of het verhitten van warm water of thermische olie, over de hele lijn een wezenlijke energiebesparing verkregen worden. Verder wordt de stap naar een WKK vaak ondersteund door subsidies met als resultaat dat een correct gedimensioneerde WKK op economisch vlak een interessante investering wordt. [2]

Stadsverwarming[bewerken]

De afvalwarmte van grote centrales wordt soms gebruikt voor stadsverwarming. In de zomer is er geen warmtevraag, dan wordt de warmte op de normale manier geloosd via koeltorens of directe lozing op het oppervlaktewater. Het is echter ook mogelijk de in de zomer geproduceerde warmte op te slaan in watervoerende lagen in de bodem, en in de winter alsnog te gebruiken voor gebouwverwarming. Dit werd onder andere toegepast door twee kleine WKK-centrales op de campus van de Universiteit Utrecht. De restwarmte wordt nu gebruikt om adsorptiekoelmachines aan te drijven. De restwarmte wordt gebruikt voor de opwekking van koude.

België[bewerken]

In Gent ligt ook stadsverwarming.[3] Onder meer enkele gebouwen van Universiteit Gent zijn hierop aangesloten.

Een historische vorm van deze voorzieningen was tot voor enkele jaren terug te vinden in de gemeente Zwevegem, waar de afvalwarmte in de vorm van stoom over alle gemeentelijke faciliteiten werd verdeeld. Deze centrale is momenteel volledig buiten dienst gesteld en wordt omgebouwd tot een museum.

Decentrale warmte-krachtkoppeling[bewerken]

Een WKK bij een glastuinbouwbedrijf in De Lier

Bij decentrale warmte-krachtkoppeling is de productie meestal aangepast aan de warmtevraag. De elektriciteit die zelf niet gebruikt wordt, wordt dan aan het elektriciteitsnet geleverd. Decentrale WKK wordt onder andere toegepast in de glastuinbouw. Daarbij wordt naast warmte ook CO2 uit de centrale gebruikt.

Micro-warmte-krachtkoppeling[bewerken]

In Vlaanderen worden, in navolging van de Europese richtlijn inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling, installaties tot 50 kW elektrisch vermogen als micro-warmte-krachtkoppelingseenheden beschouwd.

Overheidsbeleid in Nederland[bewerken]

Van 2003 tot 2006 werd in Nederland decentrale warmtekracht gestimuleerd met de ministeriële regeling milieukwaliteit elektriciteitsproductie. In 2009 is er binnen de stimuleringsregeling duurzame energieproductie subsidie beschikbaar gekomen voor de micro- en mini-WKK's. Voor het bedrijfsleven geldt de energie-investeringsaftrek.

Overheidsbeleid in Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen wordt het overheidsbeleid uitgetekend door het Vlaams Energie Agentschap (VEA), en bevestigd door de minister van energie. Er worden warmtekrachtcertificaten uitgereikt voor de primaire energie die werd bespaard. Het Besluit van de Vlaamse Regering ter bevordering van warmte-krachtkoppeling van 7 juli 2006 is van toepassing.

COGEN Vlaanderen vzw is de belangenvereniging en het expertisecentrum dat instaat voor de ontwikkeling van kwaliteitsvolle WKK in Vlaanderen.[4]

Warmte-krachtkoppeling in Europa[bewerken]

Op Europees niveau houdt COGEN Europe zich bezig met het behartigen van warmte-krachtkoppeling. Deze lobbyvereniging, die leden vertegenwoordigt uit bijna alle Europese landen, lobbyt de Europese Instellingen (Europese Commissie, Europees Parlement) en neemt deel aan Europese projecten waarin warmte-krachtkoppeling centraal staat.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties