Warmtedistributie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stadsverwarmingsleidingen in Tübingen (D)

Warmtedistributie is een verwarmingssysteem, waarbij de woningen worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen.

Warmtedistributie voor (een groot deel van) een stad wordt stadsverwarming genoemd. Tegenwoordig is ook de term stadswarmte gangbaar.

In veel gevallen maakt warmtedistributie gebruik van restwarmte van elektriciteitscentrales, maar ook geothermie en de warmte van afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) wordt gebruikt. Nieuwe ontwikkelingen zijn gebruik van biomassa, warmtepompen en zonnecollectoren. Door het schaalvoordeel (een grote warmtebron in plaats van vele cv-ketels) is warmtedistributie energiebesparend. Om de prijs te kunnen berekenen, heeft elk huis een warmtemeter. Het warmteverbruik wordt uitgedrukt in gigajoules. 1 gigajoule warmte komt ongeveer overeen met het verstoken van ruim 30 kubieke meter aardgas.

De huizen in de steden/wijken met deze dubbele warmwaterleiding zijn meestal niet aangesloten op het aardgasnet. Het leidingwater wordt vaak met behulp van een warmtewisselaar door de warmtedistributie verwarmd. In sommige gevallen wordt het warme tapwater bij het verdeelstation geproduceerd. Deze woningen hebben dus een aparte leiding voor warm kraanwater.

Belangrijke nadelen zijn de hoge investeringskosten voor het netwerk en het verlies van warmte op het distributienet. Bij oudere netwerken is de ingangstemperatuur 90 en de uitgangstemperatuur 70 graden. Bij nieuwe warmtenetten is de ingangstemperatuur uit milieuoverwegingen verlaagd naar 70 graden. De uitgangstemperatuur is dan ongeveer 40 graden Celsius. Het warmteverlies wordt beperkt doordat de warmteleidingen goed zijn geïsoleerd. Zo zal in een grote warmtetransportleiding het water over kilometers afstand getransporteerd kunnen worden terwijl de temperatuurdaling tot een enkele graad Celsius beperkt blijft.[bron?]

In Oost-Europa en Scandinavië komt warmtedistributie veel voor. Veel dorpen in Denemarken hebben een kleine elektriciteitscentrale waarbij de restwarmte wordt gebruikt om de huizen te verwarmen (warmte-krachtkoppeling). In Nederland is warmtedistributie in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw in opgang gekomen.

Nederland[bewerken]

In 2000 hadden 212.000 huishoudens een aansluiting op een warmtedistributienet. In 2004 wordt het aantal op 250.000 geschat. Jaarlijks komen er circa achtduizend aansluitingen bij. In april 2011 zijn er ongeveer 550.000 huishoudens aangesloten op stads- of blokverwarming. De eerste stad in Nederland met stadsverwarming was Utrecht in 1923[1].

Bij de vaststelling van de warmtetarieven in Nederland wordt in beginsel het 'NMDA'-principe (NMDA: Niet Meer Dan Anders) aangehouden. EnergieNed, het verbond van Nederlandse energiebedrijven, stelt jaarlijks een adviestarief vast op basis van verbruikscijfers bij referentiewoningen. Bij projecten die gesubsidieerd worden door het rijk, ziet Agentschap NL toe op de warmtetarieven. Bij veel projecten zijn bewoners van mening dat zij te veel betalen voor hun warmte. Door het CDA is het initiatief genomen tot een warmtewet, die zal leiden tot het op basis van kostprijs vaststellen van warmtetarieven per project. Om de klanten te beschermen is er bovendien een maximumtarief, dat er voor zorgt dat men maximaal dezelfde kosten heeft als bij aardgas. Deze Warmtewet is in juli 2008 aangenomen door de Tweede Kamer, en werd op 10 februari 2009 zonder stemming door de Eerste Kamer aangenomen. De Warmtewet treedt in werking op 1 januari 2014.[2].

In de Warmtewet is ook opgenomen dat benutting van overtollige warmte van centrales en industrie zal worden hergebruikt waar dat mogelijk is. Om het hergebruik van restwarmte en het gebruik van duurzame warmte en koude in Nederland en Vlaanderen te bevorderen, is in 2008 de Stichting Warmtenetwerk opgericht.

Steden met stadsverwarming[bewerken]

stad - wijk/stadsdeel

België[bewerken]

In Brugge ligt een warmtenet van 22 km buizen van 250 mm diameter met heet water van 120°C op een druk van 8 bar. Het net wordt vooral gevoed vanuit de afvalverbrandingsinstallatie IVBO. Een uitbreiding van dit net ligt ter studie. De belangrijkste klant van het net is AZ Sint-Jan, dat 70% van de warmte afneemt. In de zomer gebruiken die de warmte om met absorptiekoeling koude op te wekken.[3]

In Aalst lag een warmtenet op stoom gevoed vanuit een elektriciteitscentrale. Bij sluiting van de elektriciteitscentrale in 2004 werden alle klanten opgezegd. Het warmtenet is in 2008 overgeschakeld op warm water opgewekt met vier ketels van elk 500 kW op aardgas en bedreven door Dalkia.[4]

In Roeselare ligt een warmtenet van 7 km met heet water van 110°C op een druk van 3 bar en gevoed vanuit de afvalverbrandingsinstallatie MIROM. Overschot in de zomer zet MIROM om naar elektriciteit met een organische rankinecyclus.[5]

In Gent ligt een warmtenet van 1,5 km met heet water van 130°C gevoed vanuit de elektriciteitscentrale van EDF Luminus en uitgebaat door Eneco.[6]

Nog in Gent ligt een net van 8 km op stoom tussen de afvalverbrandingsinstallatie IVAGO en het Universitair Ziekenhuis Gent.[7] Er bestaan plannen om ook het voetbalstadion van AA Gent ermee te verwarmen.

In Saint-Ghislain ligt een warmtenet van 6 km heet water van 72°C op basis van aardwarmte.[8]

In Louvain-la-Neuve beheert de Université catholique de Louvain een warmtenet van 4 km op heet water gevoed vanuit een warmtekrachtkoppeling.[9] Ook op de campus Sart-Tilman van de Universiteit van Luik ligt een warmtenet.

In Oostende ligt een project ter studie om warmte van de firma EMATCO te verdelen.[10]

In Genk ligt een project ter studie om het industrieterrein Genk-Zuid van warmte te voorzien, maar door de sluiting van de autofabriek Ford Genk is dit ongewis.[11]

In Beringen/Tessenderlo/Ham ligt een project ter studie om het industrieterrein Ravenshout van warmte te voorzien.[12]

In Mol wil het VITO een warmtenet aanleggen op basis van aardwarmte.[13] Ook in Geel en Dessel plant het VITO iets dergelijks.

In Antwerpen zal de nieuwe wijk Nieuw Zuid (Antwerpen)[14] en de nabijgelegen Blue Gate Antwerp[15] verwarmd worden met een warmtenet. Ook voor de Cadixwijk is dat bestudeerd.[16]

Bronnen[bewerken]

  1. Hulpwarmtecentrales Utrecht Utrechtse Stichting voor het INdustrieel Erfgoed provincie Utrecht
  2. http://www.aedes.nl/content/dossiers/Warmtewet.xml
  3. http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/311/733/RUG01-001311733_2010_0001_AC.pdf
  4. http://www.lne.be/themas/duurzaam-bouwen-en-wonen/presentaties-energienetten/een-warmtenet-in-aalst-barrez
  5. http://www.koudeenwarmte.com/index.php?menu=projecten&id=277
  6. http://edfluminus.edf.com/activiteiten/productie/warmtekrachtkoppeling-59823.html
  7. http://www.ivago.be/over-ivago/verbranding/werking
  8. http://www.saint-ghislain.be/nl/ins.asp?Chpt=1&Grp=55&RubID=134&SRubID=83&PgID=179
  9. http://bartmartens.spa.openminds.be/verschenen-in-de-pers/mikado-debatteert-over-uitbouw-warmtenetten-in-vlaanderen.html
  10. http://pomwvl.be/sites/default/files/uploads/duurzaam_ondernemen/doc/energie/WarmtenetOostende.pdf
  11. http://www.vig-genk.be/Nieuws/3738/vig/itemid/56600/Eindrapport_studie_Warmtenet_Genk_Zuid_klaar
  12. http://www.pomwvl.be/sites/default/files/uploads/duurzaam_ondernemen/doc/energie/02____Belgisch%20Limburg%20Def.pdf
  13. http://www.gemeentemol.be/nieuwsdetail/1206/vito-organiseert-infodag-over-geothermieproject-op-de-balmattsite
  14. http://www.antwerpen.be/docs/Stad/Onafhankelijke_diensten/Stadsbouwmeester/20130531_omschrijvingNB_22.pdf
  15. http://www.bluegateantwerp.eu/files/pdf/bga_strategisch-plan-_finaal.pdf
  16. http://www.rebelgroup.com/nl/projecten/onderzoeken-haalbarheid-warmtenet-cadixwijk/71

Beluister

(info)