Oostelijk Havengebied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oostelijk Havengebied (OHG)
Wijk van Amsterdam
Map NL - Amsterdam - Oostelijk Havengebied.png
Kerngegevens
Gemeente Amsterdam
Stadsdeel Oost
Overig
Postcode(s) 1019
Oostelijk Havengebied
Rangeerterrein De Rietlanden (Amsterdam) 1976
Een van de oude pakhuizen, Pakhuis Wilhelmina.
Foto: bmz.amsterdam.nl.
Oostelijk Havengebied
Veemkade
Oostelijk havengebied vanuit de lucht, 2013
Winkelcentrum Brazilië naast het Lloyd Hotel.
Muziekgebouw aan 't IJ
Het Lloyd Hotel na restauratie in 2004.
Foto: bmz.amsterdam.nl.
Pakhuis De Zwijger.
Foto: bmz.amsterdam.nl.
Java-eiland met de IJhaven
De Sfinx (2004)
Scheepstimmermanstraat, Borneo-eiland (1997) Particulier opdrachtgeverschap

Het Oostelijk Havengebied is het deel van de Nederlandse stad Amsterdam (provincie Noord-Holland) dat in de hoek van het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal ligt. Tegenwoordig is het een woonwijk. Eind 19e eeuw werd hier een havengebied aangelegd om de toenemende handel met Indië de ruimte te bieden. De aanleg van de spoorlijn en het Centraal Station voor het oude havenfront van de stad maakte dat er nieuwe locaties voor havens nodig waren. Op dat moment was dit deel van de stad nog een stuk wildernis, een moerasgebied genaamd de Rietlanden. De grens van het vasteland wordt dan nog gevormd door de Zeeburgerdijk. Die dijk heet dan nog de Sint Antoniesdijk, en hij loopt via het vestingwerk Zeeburch naar de Zuiderzee, naar wat nu de Diemerzeedijk heet.

Geschiedenis[bewerken]

Aanleg[bewerken]

Halverwege de negentiende eeuw bepaalt de regering dat ten behoeve van de bouw van het Centraal Station het Open Havenfront gedempt moest worden, zodat het station in het IJ kon komen. Dat besluit werd genomen ondanks bezwaren van de stad Amsterdam. Stadsingenieur Van Niftrik kreeg daarop voor elkaar dat buiten de spoorlijn bij het Oosterdok een nieuwe kade aangelegd werd: de Oostelijke Handelskade.

Hiermee start het Oostelijk Havengebied. Dit gebied sloot goed aan bij de nieuwe haven die al in de Rietlanden aangelegd was, het Spoorwegbassin, dat met name gebruikt zal gaan worden voor de overslag van kolen en erts. De spoorlijnen sluiten volledig aan bij dit haventerrein, en Sporenburg is een wirwar van rangeersporen.

Met de ontwikkeling van de Oostelijke Handelskade krijgt Amsterdam voor het eerst een haven aan diep water. Dat is overigens in die tijd een vereiste om in de vaart der volkeren mee te kunnen. Met de bouw van de pakhuizen Europa, Azië en Africa start de eigenlijke ontwikkeling van de kade in 1883. De kade wordt "modern" opgezet, met een spoorlijn en (stoom-)kranen voor het laden en lossen.

Wegens klachten over de invloed van de Zuiderzee op de activiteiten bij de Oostelijke Handelskade (bij storm kan er niet gewerkt worden vanwege de golfslag) wordt besloten een verder naar buiten liggende golfbreker aan te leggen. Dat blijkt geen succes. In 1890 besluit de gemeente Amsterdam om maar een dam aan te leggen. Dat is het begin van het Java-eiland en het KNSM-eiland. Al in 1896 besluit de gemeente om de IJkade aan te leggen, aansluitend op de dam. Met het baggerslib uit het Noordzeekanaal wordt het eiland opgehoogd. Met de verlenging van de westelijke IJkade in 1904 ontstaat het nieuwe schiereiland. Het water tussen het Java-eiland en de Oostelijke Handelskade vormt de IJhaven, het water ten zuiden van het KNSM-eiland wordt de Ertshaven.

Over de verbindingsdam/brug liggen de spoorlijnen voor het vervoer van goederen. Het nieuwe eiland heeft met diepwaterkades aan alle kanten alle mogelijkheden. Al in 1903 vestigt de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij (KNSM) zich op het oostelijk deel van het eiland, het bedrijf zal zo sterk groeien dat het de volledige Surinamekade en Levantkade zal omvatten. Op het westelijk deel vestigt zich onder meer de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), op de Oostelijke Handelskade had zij al niet genoeg ruimte meer om te groeien.

In de eerste helft van de 20e eeuw is het Oostelijk Havengebied volop in ontwikkeling. Vanaf hier vertrekken de passagiersschepen naar het oosten, met name naar Nederlands-Indië. Het is een gaan en komen van schepen met vracht uit de kolonie. Tussen de loodsen en pakhuizen staan een aantal gezichtsbepalende gebouwen, waaronder het Lloyd Hotel (1918, van architect Evert Breman) aan de Oostelijke Handelskade en het zeer karakteristieke gebouw van de Algemene Dienst op de kop van de Handelskade (gesloopt in 1975).

Veemarkt en Abattoir[bewerken]

Al in 1877 wordt het terrein aan de Nieuwe Vaart aangewezen als het nieuwe terrein waar Veemarkt en Abattoir moeten komen. De nieuwe hygiënewetgeving maakt dat de bedrijven de stad uit moeten. Op dat moment staan op het terrein nog molens, die zich met hand en tand verzetten tegen de verwijdering. (De molens De Hoop, De Liefde en Het Fortuin stonden hier). Maar na de nodige rechterlijke uitspraken moeten ze wijken en in 1887 worden Abattoir en Veemarkt geopend.

Naast de Veemarkt wordt dan het terrein klaargemaakt voor een nieuwe haven: de nieuwe Entrepothaven, ter uitbreiding van het oude Entrepotdok. Met de aanleg van het Merwedekanaal in 1892 is ook de verbinding met het achterland sterk verbeterd, en kunnen de pakhuizen aan het Entrepotdok benut worden voor de overslag van goederen. In 1899 worden de pakhuizen Maandag tot en met Zaterdag gebouwd, in 1903 gevolgd door Zondag.

Neergang[bewerken]

Voor de Tweede Wereldoorlog gaan de zaken al moeilijker; de crisis is daar mede debet aan. De Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL) kan niet meer aan zijn verplichtingen voldoen, en het hotel gaat over in handen van de overheid.

In de oorlog blijft het stil in de havens. Alle schepen zijn voor de Duitsers gevlucht naar Engeland, met uitzondering van de J.P. Coen, die in de haven van IJmuiden voor de sluizen tot zinken is gebracht en zo een barrière vormt voor de scheepvaart. In het laatste jaar van de oorlog worden de kranen van de havens door de Duitsers opgeblazen.

In de jaren vijftig valt na de dekolonisatie van Indonesië de handel met het oosten vrijwel stil. In 1979 verlaat de KNSM als laatste het terrein, wat het definitieve einde is van de lijndiensten op de Oost. Daarop begint ook de sloop van de bebouwing. In de jaren zeventig wordt het gebouw van de Algemene Dienst gesloopt, zonder dat er een beleid is wat er dan wel met het gebied moet gebeuren. Het havengebied raakt verlaten en in verval. Dit duurt jaren, in die jaren is er steeds minder activiteit. Het voormalige Lloyd Hotel doet dan dienst als jeugdgevangenis.

Thans wordt nog altijd een klein deel van het gebied voor industriële activiteiten gebruikt, namelijk het oostelijke eind van de Cruqiusweg.[1]

Nieuwe plannen[bewerken]

Krakers, kunstenaars en stadsnomaden nemen langzaam aan bezit van de terreinen, de havenactiviteiten nemen steeds verder af. Deze groepen vestigen zich in de oude gebouwen en zijn bijzonder enthousiast over de mogelijkheden van het gebied. Samen hebben ze mede kunnen voorkomen dat er alleen maar ongebreideld gesloopt werd. In de discussies over het gebied hebben zij zich luidkeels geroerd. Een van de resultaten is dat al snel het idee van de tafel geveegd wordt om de havens te dempen en er een stadswijk als Osdorp neer te zetten.

Het oude Abattoir-terrein was toen al omgezet in een woonwijk met sociale woningbouw volgens het oude recept van de gemeentelijke dienst Volkshuisvesting. Het wordt nu gezien als het minst geslaagde stuk van de buurt, met z'n 3-etage blokken. Gelukkig zijn de pakhuizen aan de Zeeburgerkade wel gespaard; zij zijn verbouwd tot appartementencomplexen. In het naast pakhuis Zondag gelegen voormalig cacaopakhuis Koning Willem I (1961) is het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis gevestigd.

Gezichtsbepalende bebouwing[bewerken]

Het gebied is in het laatste decennium van de 20e eeuw ontwikkeld tot een modern woongebied, wat uitstraling betreft te vergelijken met de Eastern Docklands in Londen. Het gebied wordt gekenmerkt door een doordachte stedenbouwkundige opzet en een eigentijdse architectuur. De appartementen worden voornamelijk bewoond door mensen uit de hogere inkomensgroepen. Het Java- en KNSM-eiland behoren tot de eerste wijken in Amsterdam waar snel glasvezelinternet is aangelegd.

De bebouwing van het Oostelijk Havengebied moest stedelijk zijn, dat hield in dat er veel woningen op een kleine ruimte gerealiseerd moesten worden. Voor groen blijft er dan geen ruimte over. De leus van de stadsontwikkeling werd "blauw is groen", oftewel, het water van de havens in het gebied moest grotendeels de functie overnemen die het groen in andere buurten heeft.

Bewaard gebleven[bewerken]

Tussen de nieuwe bebouwing staan op een aantal plaatsen nog de oude gebouwen van het havengebied, vaak met een andere bestemming:

  • De pakhuizen Zondag, Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag, Vrijdag en Zaterdag aan de Zeeburgerkade langs de Entrepothaven, hebben na de verbouwing tot appartementencomplex, hun oorspronkelijk karakter goeddeels behouden.
  • Het Lloyd Hotel is na restauratie in gebruik genomen als hotel
  • Panama, een nachtclub / restaurant in de voormalige havencentrale
  • Pakhuis De Zwijger
  • Pakhuis Amsterdam, nu met onder meer restaurant Fifteen van de Engelse televisiekok Jamie Oliver, gebouwd in 1883-1885 als pakhuis Azië.
  • Het Quarantainegebouw, waar de immigranten moesten blijven totdat ze Nederland in mochten, is nu deels café/restaurant en deels woningen.
  • Het voormalige koffiehuis van de KHL op het Lloyd-complex bevat nu een gelijknamig restaurant/café.
  • Het gebouw van de stoomvaartmaatschappij De Oceaan bevat nu een Italiaans restaurant met als naam Oceano.
  • De voormalige KNSM-kantine aan het Levantplein werd door het gemeentelijk grondbedrijf voor het symbolische bedrag van 1 gulden verkocht aan de toen inwonende kunstenaars. Echter in 1997, kwam men per toeval erachter dat er het gevaarlijk loszittend blauwe spuit Asbest tegen de ijzeren constructie zat.

Nieuw gebouwd[bewerken]

Omdat de bebouwing van het Oostelijk Havengebied stedelijk moest zijn, is op een aantal plekken grootse bebouwing gerealiseerd, die voor een groot deel ook het aanzien van de schiereilanden bepalen. Java en KNSM zijn grotendeels met hoogbouw bebouwd; op Borneo, Sporenburg en Cruquius is met name middelhoogbouw met laagbouw gerealiseerd.

KNSM en Java[bewerken]

  • Emerald Empire ontworpen door Jo Coenen. De positionering, op de punt van het eiland, in de hoek van IJ en Amsterdam-Rijnkanaal met uitzicht op de Oranjesluizen met de verbinding naar het IJsselmeer geeft uitzicht op een continue stroom van verkeer over het water.
  • Piraeus op KNSM-eiland is ontworpen door de Duitse architecten Kollhoff en Rapp. Het is om een voormalig havengebouwtje heen gevlochten.
  • Barcelona op KNSM-eiland van de Belgische architect Bruno Albert, cirkelvormig rond een Zuid-Europees aandoende binnenplaats, afgesloten met een monumentaal ijzeren kunstwerk.
  • En de bruggen:
    • De Jan Schaeferbrug tussen Javakade en Oostelijke Handelskade,
    • De 8 ijzeren brugjes over de vier grachtjes in het Java-eiland.

Rietlanden en Oostelijke Handelskade[bewerken]

Borneo en Sporenburg[bewerken]

Verbindingen[bewerken]

Bus[bewerken]

Lijn 48 verbindt het Oostelijk Havengebied met Amsterdam-Centrum, de bus gaat naar het Station Sloterdijk, via het Centraal Station, Spaarndammerbuurt, Houthavens en Westpoort.

Lijn 65 verbindt het Oostelijk Havengebied met de Zuidas (station Amsterdam Zuid) via het Amstelstation.

Tram[bewerken]

Sinds 2004 is tramlijn 10 vanaf de Sarphatistraat via de Czaar Peterstraat en Rietlanden verlengd naar het Oostelijk Havengebied. De tramlijn heeft zijn eindpunt op het Azartplein op de grens van Java-eiland en KNSM-eiland.

In 2005 is tramlijn 26, de IJtram, naar IJburg geopend. Deze heeft in het Oostelijk Havengebied haltes bij de Passagiersterminal, Kattenburgerstraat en Rietlandpark.

Overigens reed de eerste tram in het Oostelijk Havengebied al in 1901. De tweede elektrische tramlijn van Amsterdam, lijn 6, van de Mauritskade, via de Zeeburgerdijk en Veelaan, naar de Cruquiusweg, verbond het Abattoir en de Veemarkt met de rest van de stad. Deze verbinding (later lijn 12) behoorde tot de eerste lijnen die weer verdween in Amsterdam, namelijk in 1925.

Literatuur[bewerken]

  • Ton Heijdra, Kadraaiers & Zeekastelen: geschiedenis van het Oostelijk Havengebied, Amsterdam: Het Open Havenmuseum, 1993. ISBN 90-90057-01-3.
  • Ton Heijdra, Zeeburg. Geschiedenis van de Indische Buurt en het Oostelijk Havengebied, Alkmaar: René de Milliano, 2000. ISBN 90-72810-32-5.
  • Geert Mak & Frans Heddema (tekst), Han Singels (fotografie), De Eilanden. Het Amsterdams Oostelijk Havengebied in stadsgezichten 1974-2002, Amsterdam: De Verbeelding, 2002. ISBN 90-74159-45-1.
  • C. Postma, "Veemarkt-Abattoir 75 jaar", Ons Amsterdam 1963, pag. 167.
  • Bert Franssen, Ruud van Soest, "Ontdek het Oostelijk Havengebied", Amsterdam: Stokerkade cultuurhistorische uitgeverij, 2009, ISBN 97890-79156-078.

Externe links[bewerken]

Uitzicht over het IJ vanaf het Java Eiland
Bronnen, noten en/of referenties
Havens en werven in het Amsterdamse havengebied