Oostelijke Eilanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oostelijke Eilanden
Wijk van Amsterdam
Map NL - Amsterdam - Oostelijke Eilanden.png
Kerngegevens
Gemeente Amsterdam
Stadsdeel Centrum
De Oostelijke eilanden rond 1782 op een kaart van Gerrit de Broen.

De Oostelijke Eilanden in Amsterdam werden rond 1650 aangelegd. Gedeeltelijk aangeplempt in het IJ en gedeeltelijk gegraven in de destijds oostelijk gelegen weilanden. De eilanden liggen ten noorden van de Hoogte Kadijk. Tot de Oostelijke Eilanden behoren Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg. Ook de Czaar Peterbuurt wordt er toe gerekend, hoewel dit geen eiland is en deze buurt pas in de 19e eeuw werd aangelegd.

Geschiedenis[bewerken]

Van oudsher waren hier vanwege de gunstige ligging ten opzichte van het IJ veel scheepswerven en toeleveringsbedrijven, maar ook tientallen chirurgijns en apothekers hadden zich er gevestigd. De Admiraliteit van Amsterdam vond zijn plek op Kattenburg, thans is hier nog het Marine Etablissement Amsterdam. De Vereenigde Oostindische Compagnie had zijn werven op Oostenburg. Daar werkte de Russische tsaar Peter de Grote enkele weken.

Het markantste gebouw is 's Lands Zeemagazijn, waar sinds 1973 het Nederlands Scheepvaartmuseum is gevestigd. Het naastliggende Kattenburg werd in de jaren zestig van de 20e eeuw geheel gesloopt in het kader van de stadsvernieuwing. Vervolgens verrees moderne nieuwbouw die in niets doet herinneren aan het oude Kattenburg, met zijn kleine woningen en smalle straten.

In de jaren 70 en '80 werden ook Wittenburg en Oostenburg gedeeltelijk vernieuwd, doch hier is meer van de oorspronkelijke bebouwing bewaard gebleven. Maar de sloop van oude panden gaat nog steeds door. Onder andere de laat-19e-eeuwse Dubbeltjespanden in de Czaar Peterstraat (Czaar Peterbuurt) heeft men niet voor de sloophamer kunnen behoeden.

Markant gebouw op Wittenburg is de Oosterkerk, op Oostenburg vinden we de gebouwen van Werkspoor en het Oost Indisch Pakhuis (door de VOC beschreven als 'een zeer treffelijk Pakhuis van ongelovelijke dikke muren, bekwaam eeuwen te staan'), sinds 1998 in gebruik als appartementencomplex.

De Kattenburgers stonden bekend als een roerig volkje, de zogenaamde Bijltjes (naar hun belangrijkste timmermansgereedschap). Het eiland werd in 1787 belegerd door de patriotten, waarbij werd geschoten en een dode viel, hetgeen ook het geval was in 1911 bij een staking van bootwerkers en zeelieden.

In 1884 kregen de Oostelijke Eilanden hun (paarde)tramlijn, die komend vanaf het Centraal Station via de Prins Hendrikkade en Kadijksplein naar de Czaar Peterstraat ging rijden (met overstap bij het Kadijksplein). In 1906 werd de lijn geëlektrificeerd en werd het tramlijn 13. Tussen 1913 en 1931 had Kattenburg ook nog een eigen lijn, tramlijn 18 naar het Mariniersplein. Lijn 13 werd in 1932 vervangen door tramlijn 19, die in 1938 door buslijn 19 werd vervangen.

In 2004 keerde de tram weer in de buurt terug, toen tramlijn 10, komend vanaf de Sarphatistraat verlengd werd via de Czaar Peterstraat naar het Oostelijk Havengebied. De IJtram, tramlijn 26, heeft aan de Piet Heinkade sinds 2005 een halte Kattenburgerstraat.

Galerij[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Een Roerig Volkje. De geschiedenis van de Oostelijke Eilanden, Kadijken en Czaar Peterbuurt. Door Ton Heijdra, Uitgeverij René de Milliano, Alkmaar 1999. ISBN 90-72810-24-4.
  • De Plantage, Kadijken, en Oostelijke Eilanden. Een buurt in beeld. Amsterdam publishers, 1999.
  • Tot ziens op Kattenburg! De wederopbouw van de oostelijke eilanden 1960-1980. Door Ine Vermaas. Uitgave Wijkcentrum Oostelijke Binnenstad. Amsterdam, 2006