Entrepotdok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Entrepotdok
Entrepotdok gezien van de Sarphatistraat
Entrepotdok gezien van de Sarphatistraat
Geografische informatie
Locatie       Amsterdam
Begin Kadijksplein
Eind Sarphatistraat
Detailkaart
Locatie Entrepotdok in de Plantagebuurt (rood omlijnd)
Locatie Entrepotdok in de Plantagebuurt (rood omlijnd)
Portaal  Portaalicoon   Amsterdam

Het Entrepotdok is een complex pakhuizen en een gracht met dezelfde naam in Amsterdam, tussen het Kadijksplein en de Sarphatistraat, evenwijdig aan de Hoogte en Laagte Kadijk en de Plantagekade en dierentuin Artis. Het is het grootste bewoonde pakhuizencomplex van Amsterdam.

Halverwege wordt het Entrepotdok doorsneden door de Entrepotdoksluis. Iets verder naar het oosten ligt de Geschutswerf. De Nijlpaardenbrug (ophaalbrug voor fiets- en voetverkeer 1907) verbindt het Entrepotdok in zuidelijke richting met de Plantage Kerklaan en de Plantage Doklaan. Vanuit het westen, bij het voormalige hoofdgebouw van het Entrepotdok, is het Kadijkseiland toegankelijk via de Scharrebiersluis (ophaalbrug 278) en over de Schippersgracht via de Kortjewantsbrug (basculebrug 487). Aan de noordelijke oever van het Kadijkseiland liggen de Kattenburgerbrug (basculebrug 274) en de Pelikaanbrug (ophaalbrug voor fiets- en voetverkeer 277) naar de Wittenburgergracht.

Inhoud

Geschiedenis [bewerken]

Pakhuizen [bewerken]

De oudste pakhuizen van het complex zijn in 1708 gebouwd. In 1827 kwamen de pakhuizen in bezit van het rijk. Voor de Franse tijd in Nederland moest men voor doorvoergoederen op de Amsterdamse markt zowel invoer- als uitvoeraccijnzen betalen. Toen Amsterdam in de daaropvolgende periode veel concurrentie ondervond, werd hier ter stimulering van de transitohandel in 1827 het Algemeen Rijksentrepot ingericht. Tot 1895 konden in dit entrepot goederen tijdelijk worden opgeslagen, zonder dat daarover invoerrechten hoefden te worden betaald. Men hoefde pas accijns te betalen op het moment dat de goederen op de markt werden gebracht. Het complex werd daartoe geheel afgesloten. Aan de Laagte Kadijk verscheen een muur en aan het Kadijksplein kwam een poortgebouw. Ook werden er pakhuizen bijgebouwd: het middendeel van het entrepot (op de foto hiernaast) kwam tussen 1830 en 1840 tot stand. Aan het Entrepotdok staan onder meer 84 monumentale pakhuizen, genoemd naar Nederlandse en Belgische steden. Die namen staan nog steeds aan de gevels. Door de instelling van het Rijksentrepot verdween ook de brug over de Rapenburgergracht (nu: Entrepotdok) en de verbinding van de Korte Kerkstraat (nu: Tussen Kadijken) met de Nieuwe Kerkstraat.

Nadat het dok rond 1890 zijn functie als stapelplaats van niet ingeklaarde goederen door de bouw van Het Nieuwe Entrepotdok aan de Cruquiusweg had verloren, stonden de gebouwen lange tijd leeg. Het complex kwam in handen van de gemeente. Op de laagste etages waren nog enkele bedrijven, maar het complex ging hard achteruit en diverse pakhuizen waren in een slechte staat. In de omgeving werd veel gesloopt, met name op Kattenburg en Wittenburg, maar het Entrepotdok was tot Rijksmonument verklaard, zodat sloop daar niet mogelijk was.

Ombouw tot appartementen [bewerken]

Na decennia getouwtrek om de financiën is begin jaren 1980, toen Jan Schaefer wethouder was, door de gemeente Amsterdam (grondbedrijf), woningbouwvereniging De Dageraad en architectenbureau Van Stigt een plan ontwikkeld voor hergebruik. Architect Joop van Stigt heeft bedacht om de verdiepingen uit te hollen, waardoor er in de zeer lange, donkere, pakhuisruimtes aan voor- en achterzijde appartementen gesitueerd konden worden rond een gemeenschappelijke binnenplaats. Hierdoor krijgen de woningen toch voldoende zonlicht. Op de begane grond zijn nieuwe bedrijfsruimtes gesitueerd. De kelders zijn in gebruik als berging, parkeergarage en bedrijfsruimte. In 1984 zijn de eerste woningen opgeleverd, in de pakhuizen 79 t/m 84. Tamelijk uniek voor sociale woningbouw was dat bewoners konden meebeslissen over zaken als de inrichting van keuken en badkamer. De binnenplaatsen hebben de straatnaam Binnenkadijk gekregen. Voor de eerste woningen werd in 1984 tussen de 300 en 400 gulden huur betaald.

De toenmalige bewoners van het kraakpand de Groote Keijser aan de Keizersgracht kregen in 1985 van de gemeente het aanbod om de toen moeilijk verhuurbare bedrijfsruimtes op de begane grond te betrekken in ruil voor het opgeven van het kraakpand. Dit is door de krakers geweigerd, want men vond het Entrepotdok te ver buiten de stad liggen.

Na het voltooien van dit enorme sociale woningbouwproject op een toplocatie in de stad, zijn de pakhuizen tussen de Entrepotdoksluis en de Geschutswerf verbouwd tot koopappartementen in de vrije sector. Deze Kalenderpanden zijn vernoemd naar de maanden van het jaar. De panden werden aanvankelijk gekraakt, onder anderen door kunstenaars. De gemeente weigerde water aan te sluiten en ontruimde de panden in 2000. Architectenbureau Claus en Kaan creëerde hier in de 12 panden 42 woningen. Een appartement kostte in 2007 meer dan € 800.000.

Op het voormalige GEB-terrein aan de oostzijde van het Entrepotdok staat sinds 2001 het door Liesbeth van der Pol ontworpen appartementengebouw Aquartis. Een steunmuur van de oorspronkelijke kolenopslag werd hier onderdeel van het nieuwe gebouw.

Zie ook [bewerken]