Entrepotdok
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het Entrepotdok is een complex pakhuizen en een gracht met dezelfde naam in Amsterdam tussen het Kadijksplein en de Sarphatistraat, evenwijdig aan de Hoogte en Laagte Kadijk en de Plantage Doklaan. Halverwege wordt het Entrepotdok doorsneden door de Entepotdoksluis en iets verder naar het oosten door de Geschutswerf.
De oudste pakhuizen van het complex zijn in 1708 gebouwd. In 1827 kwamen de pakhuizen in handen van het rijk om dienst te doen als Rijksentrepôt. Voor de Franse tijd moest men voor doorvoergoederen op de Amsterdamse markt zowel invoer- als uitvoeraccijnzen betalen. De grotere concurrentie in de negentiende eeuw zorgde voor de oprichting van het Rijksentrepôt. Bij opslag van goederen in het entrepôt behoefde men pas accijns te betalen als de goederen eruit op de markt gebracht werden. Het complex werd daartoe geheel afgesloten. Aan de Laagte Kadijk verscheen een muur en aan het Kadijksplein kwam een poortgebouw. Ook werden er pakhuizen bijgebouwd: het middendeel van het entrepot (op de foto hiernaast) kwam tussen 1830 en 1840 tot stand. Aan het Entrepotdok staan onder meer 84 monumentale pakhuizen, genoemd naar Nederlandse en Belgische steden. Die namen staan nog steeds aan de gevels. Door de instelling van het Rijksentrepot verdween ook de brug over de Rapenburgergracht (nu: Entrepotdok) en de verbinding van de Korte Kerkstraat (nu: Tussenkadijken) met de Nieuwe Kerkstraat.
Nadat het dok rond 1890 zijn functie als stapelplaats van niet ingeklaarde goederen door de bouw van Het Nieuwe Entrepotdok aan de Cruquiusweg had verloren, stonden de gebouwen lange tijd leeg. Het complex kwam in handen van de gemeente. Op de laagste etages waren nog enkele bedrijven, maar het complex ging hard achteruit en diverse pakhuizen waren in een slechte staat. In de omgeving ( m.n. Kattenburg en Wittenburg) werd veel gesloopt, maar het Entrepotdok was tot Rijksmonument verklaard, zodat sloop daar niet mogelijk was.
Na decennia getouwtrek om de financiën, is begin jaren '80, toen Jan Schaefer wethouder was, door de gemeente Amsterdam (grondbedrijf), woningbouwvereniging De Dageraad en architectenbureau Van Stigt een plan ontwikkeld voor hergebruik. Architect Joop van Stigt heeft bedacht om de verdiepingen uit te hollen, waardoor er in de zeer lange, donkere, pakhuisruimtes aan voor- en achterzijde appartementen gesitueerd konden worden rond een gemeenschappelijke binnenplaats. Hierdoor krijgen de woningen toch voldoende zonlicht. Op de begane grond zijn nieuwe bedrijfsruimtes gesitueerd. De kelders zijn in gebruik als berging, parkeergarage en bedrijfsruimte. In 1984 zijn de eerste woningen opgeleverd, in de pakhuizen 79 t/m 84. Tamelijk uniek voor sociale woningbouw was dat bewoners konden meebeslissen over zaken als de inrichting van keuken en badkamer. De binnenplaatsen hebben de straatnaam Binnenkadijk gekregen. Voor de eerste woningen werd in 1984 tussen de fl. 300 en fl. 400 huur betaald.
Na het voltooien van dit enorme sociale woningbouwproject op een toplocatie in de stad, zijn de pakhuizen verderop langs de gracht verbouwd tot koopappartementen in de vrije sector. De zogeheten Kalenderpanden, vernoemd naar de maanden van het jaar, staan ter hoogte van de Geschutswerf. De panden werden aanvankelijk gekraakt, onder anderen door kunstenaars. De gemeente weigerde water aan te sluiten en ontruimde de panden ondanks de protesten [1]. Architectenbureau Claus en Kaan creeerde hier in de 12 panden 42 woningen. Een appartement kostte in 2007 meer dan € 800.000.
Op het voormalige GEB terrein aan de oostzijde van het Entrepotdok staat sinds 2001 het door Liesbeth van der Pol ontworpen appartementengebouw Aquartis. Een steunmuur van de oorspronkelijke kolenopslag werd hier onderdeel van het nieuwe gebouw.
Uiteindelijk zijn er in tien jaar tijd zo'n 600 woningen in het Entrepotdok gevestigd en is het het grootste bewoonde pakhuizencomplex van Amsterdam. Een deel van de Plantage Doklaan maakte plaats voor de uitbreiding van dierentuin Artis, die veel bewoners van het Entrepotdok een exotisch uitzicht biedt.
De Nijlpaardenbrug (ophaalbrug voor fiets- en voetverkeer 1907) verbindt het Entrepotdok in zuidelijke richting met de Plantage Kerklaan en de Plantage Doklaan. Vanuit het westen, bij het voormalige hoofdgebouw van het Entrepotdok, is het Kadijkseiland toegankelijk via de Scharrebiersluis (ophaalbrug 278) en over de Schippersgracht via de Kortjewantsbrug (basculebrug 487). Aan de noordelijke oever van het Kadijkseiland liggen de Kattenburgerbrug (basculebrug 274) en de Pelikaanbrug (ophaalbrug voor fiets- en voetverkeer 277) naar de Wittenburgergracht.
[bewerken] Saillant feit
De toenmalige krakers van "De Grote Keizer" aan de Keizersgracht hebben in 1985 van de gemeente Amsterdam een aanbod gekregen om de toen nog grotendeels leegstaande bedrijfsruimtes van het Entrepotdok te betrekken in ruil voor het opgeven van het kraakpand. Dit is door de krakers geweigerd. Men vond het Entrepotdok te ver buiten de stad liggen. Sinds enkele jaren later de brug over de gracht naar Artis en de Plantage werd geopend, was dit deel van de oostelijke binnenstad echter een steeds bruisender deel van Amsterdam geworden. In 1996 zijn krakers alsnog het Entrepotdok ingetrokken. In 2000 volgde de ontruiming.

