Warmtepomp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Schematische tekening van een warmtepomp: A is de compressor, B de condensor, C de turbine (eventueel smoorventiel), D de verdamper

Een warmtepomp is een apparaat dat warmte verplaatst door middel van arbeid. De meest voorkomende toepassing vinden we in koelkasten, waar de warmtepomp wordt gebruikt om de ruimte in de kast te koelen. In dit soort toepassingen wordt de warmtepomp koelmachine genoemd. De ruimte buiten de koelkast wordt hierbij opgewarmd, zodat warmtepompen ook kunnen worden ingezet voor ruimteverwarming. Bijvoorbeeld in supermarkten kan de warmte die uit de koelvitrines gepompt wordt, bijdragen aan de verwarming van de winkelruimte.

Inhoud

[bewerken] Werkingsprincipe

Alle soorten warmtepompen nemen bij lage temperatuur warmte op die bij hoge temperatuur weer wordt afgegeven. Volgens de Tweede Hoofdwet van de thermodynamica gaat dat niet vanzelf, zodat er één of andere vorm van arbeid aan te pas moet komen.

De meest voorkomende soorten warmtepompen werken door een vloeistof bij lage temperatuur te laten verdampen en de damp bij hoge temperatuur te laten condenseren. In het eerste geval moet het kookpunt dus worden verlaagd en/of in het tweede geval worden verhoogd. Het kookpunt kan worden verhoogd door de druk te verhogen met een compressor (pomp), aan de andere kant kan het kookpunt weer worden verlaagd door de druk te laten zakken in een turbine of (meestal) smoorventiel.

Het geheel van verdampen, comprimeren, condenseren en expanderen vormt een gesloten kringloop voor het rondstromende koudemiddel maar niet voor de warmte en de arbeid: aan het systeem wordt netto arbeid toegevoerd (in de compressor), en er wordt warmte verplaatst van de verdamper naar de condensor. Daarnaast ontstaat er extra warmte, geluid en infraroodstraling; deze ongewenste bijproducten heten verlies en gaan ten koste van het rendement.

[bewerken] Thermische aandrijving

Een absorptiewarmtepomp is een warmtepomp die werkt zonder compressor, mogelijk zelfs geheel zonder bewegende delen (behalve het stromende fluïdum uiteraard). Zulke warmtepompen zijn bijvoorbeeld te vinden in gasgestookte koelkastjes voor op de camping.

[bewerken] Geschiedenis

De eerste warmtepomp werd al in het begin van 20e eeuw te Zürich in gebruik genomen, maar die werd geen succes. Toen in de jaren ‘70 van de 20e eeuw de energiecrisis losbrak, werd de warmtepomp gezien als een mogelijk grote energiebespaarder. Er werd dan ook veel onderzoek gedaan naar mogelijke varianten. Daaruit ontstond onder andere de gasgestookte warmtepomp die, zoals de naam al suggereert, op aardgas werkt. Dit zou dan ook een goede toepassing zijn geweest op de toen opkomende aardgasindustrie.

Maar door de sterke daling van de energieprijzen in 1985 werden de meeste onderzoeken stopgezet. De warmtepompindustrie bleek ineens niet meer rendabel. Pas in 1990 begonnen de politici in te zien dat niet zo zeer het opraken van de energievoorraden een probleem was maar dat het milieu de stijgende vervuiling niet meer aankon. Daardoor werd het debat over de alternatieve energiebronnen weer aangeslingerd, en daarmee het onderzoek naar de warmtepomp. Dit werd mede gesteund door de stijgende energieprijzen en het bijbehorende financiële voordeel.

Een van de problemen was het gebruikte koudemiddel. De vroeger gebruikte middelen bleken giftig en een bijdrage te leveren aan de afbraak van de ozonlaag en/of aan het broeikaseffect. Een groot probleem bij de keuze van nieuwe middelen was de interactie met het gebruikte smeermiddel. Bij de opvolgers vallen onder meer CO2 en alkanen (propaan, isobutaan).

Op dit moment is de commercialisering van bepaalde projecten volop aan de gang zodat de kostprijs van de installaties omlaag gaat. Dit kan, samen met een stijging van de energieprijzen, zorgen voor een kortere terugverdientijd. Toch blijven onderzoekers verder zoeken naar nieuwe technieken om de grote doorbraak waar te maken.

[bewerken] Techniek

circuit warmtepomp

De werking van een warmtepomp lijkt sterk op die van een koelkast. Bij een koelkast wordt door de verdamper warmte onttrokken aan de te koelen producten, en wordt dit via de condensor afgegeven aan de buitenlucht. Bij een warmtepomp wordt deze warmte onttrokken aan elementen van het milieu (bodem, lucht, water…) en naar het verwarmingssysteem gevoerd. Het kringproces van het koelmiddel gebeurt volgens eenvoudig natuurkundige wetten. De koelvloeistof, een vloeistof die reeds op lage temperatuur kookt, loopt in een kring en wordt achtereenvolgens verdampt, gecomprimeerd, gecondenseerd en ontspannen.

  • Warmteopname uit de omgeving

De koelvloeistof in de verdamper (R407C, R134a, R290 enz.) staat onder lage druk. Het temperatuurniveau van de omgevingswarmte en de verdamper moet groter zijn dan van de koelvloeistof en zijn kookpunt. Mede door de lage druk kan het kookpunt onder de 0°C liggen. Dit temperatuursverschil zorgt ervoor dat er warmte van de omgeving naar de koelvloeistof zal vloeien en de vloeistof al snel gaat koken. Het koelmiddel is nu dus in gasvormige toestand.

  • drukverhoging in de compressor
Figuur 2: Temperatuur–Entropie diagram

Het, nu gasvormige, koelmiddel wordt door de compressor aangezogen, bij een warmtepomp wordt meestal met een scroll-compressor gewerkt. Daar wordt het gasvormige koelmiddel sterk samengedrukt wat zorgt voor een sterke opwarming (denk maar aan de fietspomp). Daardoor kan de temperatuur van de werkvloeistof van zo een 5 °C naar maximum 65°C gebracht worden. Wel moet men hierbij rekening houden dat je rendement sterk verlaagt als er een hoog temperatuursverschil is. Het samendrukken zorgt immers voor het grootste deel van je energiefactuur. Men zorgt dus best voor een zo warm mogelijke warmtebron en een zo koud mogelijke werktemperatuur. Zodra de vloeistof de gewenste druk bereikt heeft, wordt deze doorgestuwd naar de condensor. Door het verhogen van de druk verhoogt ook het kookpunt, dit zorgt ervoor dat het koelgas in de condensor condenseert. In de condensor wordt de energie terug afgegeven die was opgenomen tijdens het verdampen plus de warmte-energie van het comprimeren.

  • Warmteafgifte aan de verwarming

De temperatuur van het verwarmingswater moet lager zijn dan de condenseertemperatuur van de werkvloeistof. Daardoor wordt de damp afgekoeld en wordt hij vloeibaar. De in de verdamper opgenomen energie en de bijgevoegde energie van de compressor wordt afgegeven aan het water. Dit water kun je dan gebruiken voor de verwarming van je woning of een andere toepassing.

Ook elektronisch is het mogelijk warmte te verplaatsen met een Peltier-element.

In de techniek wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen warmtepompen en koelmachines. Warmtepompen worden gebruikt om warmte terug te winnen of bijvoorbeeld een huis te verwarmen. Koelmachines worden gebruikt om ruimten te koelen.

Een merkwaardige eigenschap van warmtepompen is dat met een bepaalde hoeveelheid energie, in de vorm van arbeid, een grotere hoeveelheid warmte-energie kan worden verplaatst dan er aan arbeid is verricht. Hierdoor kunnen ze een rendement (COP, Coëfficiënt Of Performance) hebben dat hoger is dan 100%. Dit rendement wordt daarom COP genoemd. Dit begrip werd in het leven geroepen om de verschillende warmtepompen te kunnen vergelijken. Men mag het in geen geval bekijken als een thermodynamisch rendement. Het hierboven vermelde rendement van meer dan 100% is dan ook niet thermodynamisch bekeken maar slaat op de COP. Verder in dit artikel wordt dit begrip nader bekeken.

[bewerken] Systemen

Bij de warmtepomp heb je verschillende systemen, de keuze van het systeem hangt af van de situatie, er is ook een groot verschil in rendement tussen de verschillende warmtepompen. Hier ziet u enkele systemen:

[bewerken] Lucht/lucht warmtepomp

Bij lucht/lucht-warmtepompen wordt de warmte gehaald uit de buitenlucht en wordt het huis (ruimte die je wenst op te warmen) opgewarmd door middel van een luchtblazer. Dit is eigenlijk de omgekeerde werking van een koelkast. Deze toestellen worden in hoofdzaak gekozen voor hun functie als airco maar kunnen door middel van een klep omgeschakeld worden naar de functie van warmtepomp. De investeringskostprijs van dit type ligt relatief laag in vergelijking met de rest.

Conclusie: Dit systeem is makkelijk toepasbaar en is handig indien men een airco wil installeren.

[bewerken] Lucht/water warmtepomp

Bij lucht/water warmtepompen wordt de energie uit de lucht gehaald en opgepompt tot een hogere temperatuur. Hierbij wordt de warmte afgegeven aan water. Dit is een ideaal systeem voor een verwarming van een woning. Het water dient meestal slechts tot 38°C opgewarmd te worden, waardoor een erg hoge COP-waarde bereikt kan worden door de lage condensortemperatuur. Daarnaast is het ook nog mogelijk om met sommige lucht/water warmtepompen te koelen. Dit verhoogt het comfort in de woning.

Conclusie: Dit systeem is geschikt voor de verwarming (en koeling) van een woning, zowel in bestaande bouw als nieuwbouw.

[bewerken] Water/water warmtepomp

Bij water/water warmtepompen halen we de zogenaamde gratis warmte uit water, er zijn verschillende mogelijkheden.

Voorstelling van een verticale collector

1) Oppompen water uit rivier of meer.

Indien je naast een waterloopje of meer woont kan je daaruit je water oppompen, door het warmtepompsysteem laten lopen en dan terug lozen. Daarbij moet je wel zorgen voor een goed filter. Het rendement ligt dan relatief hoog aangezien een rivier of meer meestal niet helemaal toe vriest en de temperatuur normaal dus niet onder de 4°C komt te liggen. Ook zal er geen uitputting van het medium ontstaan doordat het continu vervangen wordt.

Conclusie: Dit is slechts toepasbaar in uitzonderlijke gevallen omdat je woning bij een waterloop moet gelegen zijn. Indien mogelijk is dit wel een goede keuze.
Opmerking: in België is dit soms verboden.

2) Verticale grondwarmtewisselaar.

In dit geval laat je een put boren, de diepte hangt af van de grootte van de te verwarmen oppervlakte, In die put laat je water door pijpen vloeien. Het water neemt de warmte van de diepe grondlagen op en wordt weer naar boven gepompt. In het warmtepompsysteem wordt de temperatuur dan weer verhoogd tot een bruikbare temperatuur. Voor dit soort type is wel een vergunning nodig voor het boren van de put. Ook kan het rendement verminderen naar het einde van het stookseizoen door uitputting van de grond. Maar door de grote diepte is de temperatuur niet seizoen afhankelijk.

Conclusie: Bij dit type heb je weinig ruimte nodig maar is een vergunning nodig. De kostprijs voor het plaatsen ligt wel hoger dan bij de voorgaande gevallen. Je hebt een constante grondtemperatuur.

3) Warmte putten uit grondwater

Boren grondwaterput

Hierbij laat je twee putten boren, uit de ene pomp je grondwater op waaruit je de warmte dan haalt. In de andere loos je het koude water dan terug. De tweede put is nodig omdat het lozen van het afvalwater niet toegestaan wordt in België omwille van de grote waterverspilling. Dit systeem heeft een groter rendement dan het vorige maar de kostprijs van de installatie ligt natuurlijk veel hoger doordat je ook een tweede put moet laten boren. Het rendement hangt ook sterk af van het type grond waar je installatie geplaatst wordt. Dit systeem heeft grote voordelen wanneer je je woning of gebouw ook wilt koelen. In de winter pomp je namelijk warm grondwater op, doordat je hier warmte uit onttrekt, koelt het af. Dit afgekoelde grondwater sla je weer op in de andere put, zodat je het in de zomer daaruit kunt halen om je gebouw te koelen. Hierdoor warmt het grondwater weer op, deze warmte kun je weer opslaan en in de winter gebruiken. In Nederland is ook voor dit type een vergunning nodig, wanneer je maximaal meer dan 10 m3/h op kunt pompen. Afhankelijk van in welke provincie je je bevindt, moet je je aan bepaalde regels houden.

Conclusie: Dit is een systeem met één van de hoogste rendementen maar de kostprijs van de installatie ligt vrij hoog.

4) Horizontale grondwarmtewisselaar

horizontale collector

Hierbij wordt er een groot buizennetwerk onder je tuin aangelegd, deze buizen bevatten water aangelengd met antivries. Je hebt een groot oppervlakte nodig want je hebt ongeveer driemaal de grootte van het te verwarmen oppervlak nodig. De COP is ook sterk seizoen afhankelijk omdat de leidingen maar 70 cm tot 1.5 m onder de grond liggen. Dit is ideaal als je een grote nog aan te leggen tuin hebt. Als je tuin al aangelegd is heb je nog altijd de mogelijkheid om horizontale boringen uit te voeren. Dat zal natuurlijk de kostprijs de hoogte in jagen. Een andere factor waar je rekening met moet houden is dat je geen diepwortelende planten boven je collector plaatst.

Conclusie: Alleen geschikt voor mensen met een grote tuin en het rendement is sterk seizoen afhankelijk. Variërende grond temperatuur.

Benodigde grondoppervlakte

Afhankelijk van het vermogen van de warmtepomp en de soort grond kan men een schatting maken van welke oppervlakte de collector zou moeten hebben.

Het uit de diepere lagen opstromende warmte is als warmtebron verwaarloosbaar voor de bovenste lagen. De benutbare warmtehoeveelheid en dus de grootte van het vereiste oppervlak hangen stek af van de thermosfysische eigenschappen van de grond en van de stralingsenergie.

De thermische eigenschappen, zoals volumetrische warmtecapaciteit en warmtegeleidend vermogen, zijn sterk afhankelijk van de samenstelling en de toestand van de grond. Eenvoudig gezegd zijn de opslageigenschappen en het warmtegeleidende vermogen groter naarmate de bodem meer water bevat, het aantal minerale bestanddelen groter is en de poriën kleiner zijn. Water heeft een relatief grote warmtecapaciteit, hierdoor is bij plaatsing van een warmtepomp met een collector minder oppervlakte vereist in natte bodems.

Een manier om een nattere bodem te bekomen is dieper graven. Dit zal de plaatsingskosting natuurlijk de hoogte in duwen. Verder moet men rekening houden met uitputting van de bodem. Na een hele winter stoken zal de grond afkoelen, hierdoor kan men minder warmte onttrekken.

De onttrekkingsvermogens (qe) van de bodem liggen tussen de 10 en 35 W/m² Hier zijn enkele onttrekkingsvermogens voor de verschillende bodems.

bodem onttrekkingsvermogen
droge zanderige bodem 10-15 W/m²
vochtige zanderige bodem 15-20 W/m²
Droge leemachtige bodem 20-25 W/m²
Vochtige leemachtige bodem 25-30 W/m²
Bodem met grondwater 30-35 W/m²

Voorbeeld

Veronderstel een situatie van een woning met als grondsoort vochtige leemachtige bodem, we gebruiken dus een onttrekkingsvermogen van 25 W/m². We nemen geen 30 W/m² omdat naarmate het stookseizoen vordert er minder energie in de bodem aanwezig zal zijn door uitputting van de grond.

Samen met de warmtebehoefte van het huis wordt hiermee de vereiste grondoppervlakte bepaald. Het vereiste grondoppervlak wordt berekend op basis van het koelvermogen (Qk) van de warmtepomp. Het koelvermogen is het verschil tussen het verwarmingsvermogen van de warmtepomp en het opgenomen vermogen uit het net (Pwp).

We beschouwen een warmtepomp met een verwarmingsvermogen (Qwp) van 10,8 kW. Deze warmtepomp heeft als eigenschap dat ze daarvan 2,4 kW uit het net haalt. Dit is met andere woorden een warmtepomp met een COP van 4,5.

Qk=Qwp-Pwp=10,8-2,4=8,4 kW

Het koelvermogen is dus 8,4 kW

Benodigde grondoppervlakte wordt berekend door het koelvermogen van de warmtepomp te delen door het onttrekkingsvermogen van de bodem.

Hier wordt dit 84 00/25=336 m²

We besluiten dat er in dit voorbeeld een collector nodig is die 336 m² groot is.

Bepalen nodige circuits van de collector

Nu weten we reeds de nodige oppervlakte, maar het is ook belangrijk om de lengte van de nodige circuits in dat oppervlak te bepalen. De leidingen worden geplaatst in buiscircuits van maximum 100 m lengte. Deze lengte wordt genomen omdat er anders een te groot drukverlies door de leidingen ontstaat. Het aantal circuits hangt voornamelijk af van de soort gebruikte leiding.

Voorbeeld

Stel dat we leidingen van het type PE 25 x 2,3 gebruiken. Dit zijn leidingen met een diameter van 25 mm en een wanddikte van 2.3 mm. In tabellen kan men vinden dat deze leidingen de eigenschap hebben dat men 2x de lengte leidingen nodig heeft van de benogdigde oppervlakte grond. Deze waarden worden experimenteel vastgesteld.

We gebruiken het nodige grondoppervlak van in vorig voorbeeld, namelijk 336 m².

336*2=672m

We merken dat we ongeveer 672 m leidingen nodig hebben.

Het aantal circuits vinden we nu makkelijk door het aantal meter te delen door 100 (de lengte van elk circuit). We bekomen dat we 6,72 circuits nodig hebben. We zullen in realiteit dus 7 circuits gebruiken.

[bewerken] Werkingswijzen

  • Monovalente Werking

Bij dit systeem wordt het hele huis uitsluitend verwarmd door de warmtepomp. Er zijn geen bijverwarmingen. Hierbij is het dan ook zeer belangrijk dat de warmtepomp goed gedimensioneerd is. Men moet er voor zorgen dat er altijd genoeg warmte beschikbaar is, maar een overgedimensioneerde warmtepomp komt vlug duur uit. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de constante behoefte aan warm tapwater. Vooral het type water/water is geschikt voor deze werkingswijze.

  • Mono-energetische werking

De warmtepomp zorgt voor het grootste deel van de warmtebehoefte, maar bij erg koud weer wordt ze ondersteund door een elektrisch aangedreven warmtegenerator zoals een weerstand. Bij de meeste installaties wordt 70 à 80 % van het benodigde warmtevermogen geschat. Het aandeel van de jaarlijkse stookactiviteit van de warmtepomp bedraagt rond de 92 à 98 %. Hierbij is er een mindere investeringskost nodig.

  • Bivalent-parallelle werking

De warmtepompinstallatie wordt tijdens de verwarmingswerking aangevuld met een bijkomende warmtegenerator. (mazout- /gasketel). Het verwarmingsvermogen van de warmtepomp wordt dan gerekend op 50 à 70 % van de warmtebehoefte van het huis. Het aandeel van de warmtepomp in de jaarlijkse stookactiviteit ligt tussen de 72 en 90 %. Dit komt vooral goedkoop uit bij renovatiewerken met een reeds bestaande verwarming.

  • Bivalent-alternatieve werking

De warmtepomp zal tot aan een bepaalde minimum buitentemperatuur voor de volledige verwarming van het huis zorgen. Eens de buitentemperatuur te laag is wordt de warmtepomp volledig uitgeschakeld en wordt het huis verwarmd door een andere verwarmingsinstallatie. Dit komt vooral veel voor bij lucht/water warmtepompen. Dat komt doordat deze een laag rendement hebben bij lage buitentemperaturen.

[bewerken] Voor- en nadelen

Voordelen

  • Lagere stookkosten
  • Lagere CO2 uitstoot
  • Geen schouw nodig
  • Geen mazoutput nodig
  • Kan ook dienen als airco
  • Kan bij industriële processen toegepast worden om restwarmte te hergebruiken

Nadelen

  • Grote investering
  • Grotere dimensie van radiatoren of vloerverwarming vereist
  • Opwarming gebeurt op lagere temperaturen en verloopt dus trager
  • Bij het type met de horizontale collector is een grote oppervlakte vereist, bij andere systemen is een specifieke ligging nodig.

[bewerken] Coëfficiënt of performance

COP is de afkorting voor coefficient of performance. Het geeft de verhouding weer tussen de hoeveelheid afgegeven warmte tegenover de hoeveelheid verbruikte energie van onder andere een warmtepomp. Deze energie wordt bij de warmtepomp gebruikt door de compressor.

COP = \frac{|Q|}{W}
Hierbij is Q de bruikbare hoeveelheid warmte geleverd door de condensor van de warmtepomp en W de hoeveelheid energie die verbruikt is door de compressor.

Volgens de eerste wet van de thermodynamica geldt dat: Qwarm = Qkoud + W and W = QwarmQkoud, waar Qwarm de warmte is die door het warmtereservoir is afgegeven. En Qkoud de warmte opgeslagen in het koudereservoir.
Als men nu W vervangt vindt men:  COP_{verwarming}=\frac{Q_{warm}}{Q_{warm}-Q_{koud}}
Het kan aangetoond worden dat  \frac{Q_{warm}}{T_{warm}}=\frac{Q_{koud}}{T_{koud}} en Q_{koud}=\frac{Q_{warm}T_{koud}}{T_{warm}}, waar Twarm en Tkoud de temperaturen van het warme en het koude reservoir zijn.

Daaruit volgt:
 COP_{verwarming}=\frac{T_{warm}}{T_{warm}-T_{koud}}
net zoals,
 COP_{koelen}=\frac{Q_{koud}}{Q_{warm}-Q_{koud}} =\frac{T_{koud}}{T_{warm}-T_{koud}}

Er kan ook aangetoond worden dat COPkoelen = COPverwarming − 1

[bewerken] Voorbeeld

Een water/water warmtepomp heeft een COP van 3,5. Dit wil zeggen dat de warmtepomp theoretisch in staat is om 3,5 kWh aan warmte te produceren voor elke kWh ze uit het elektriciteitsnet haalt. Dit kan men gelijkstellen aan een rendement van 350%. Bij gewone elektrische verwarming heb je slechts een rendement van 100%. Weer willen we duidelijk maken dat dit rendement bekeken is vanuit een economisch standpunt. De warmte die uit de omgeving opgenomen wordt is immers gratis. Volledig thermodynamisch gezien zou het dan ook verkeerd zijn om te zeggen dat we een rendement van meer dan 100 % behalen.

De verhouding tussen de gas- en elektriciteitsprijs bepaalt vervolgens wat de bedrijfskosten zijn.

Bijvoorbeeld: de productie van 1 GJ warmte met een hoogrendementsketel ten opzicht van een water warmtepomp:

  • De hoogrendementsketel heeft een gemiddeld rendement van 90% op bovenwaarde.
  • De water/water warmtepomp heeft een SPF van 3.
  • De energetische waarde van 1 kWh elektriciteit is 1 kJ/s * 3600s = 3600 kJ = 3,6 MJ
  • De energetische waarde (bovenwaarde) van 1 m3 Gronings aardgas bedraagt 35,2 MJ
  • De kosten voor 1 kWh elektriciteit bedragen € 0,20
  • De kosten voor 1 m3 aardgas bedragen € 0,60

Voor de productie van 1 GJ ofwel 1000 MJ warmte heeft de hoogrendementsketel 1000/0,90 = 1100 MJ aan aardgas nodig, ofwel 1100/35,2 = 31,5 m3 aardgas. De kosten hiervoor bedragen 31,5 * € 0,60 = € 19,00. Voor de productie van 1 GJ ofwel 1000 MJ warmte heeft de warmtepomp 1000/3 = 333 MJ aan elektra nodig, ofwel 333/3,6 = 92,5 kWh. De kosten hiervoor bedragen 92,5 * € 0,20 = € 18,50.

Bij een gasgestookte Elektriciteitscentrale met een rendement van 40% is uiteindelijk slechts 333 / 0,40 = 833 MJ ofwel 23,7 m3 aardgas nodig, tegenover 35,5 m3 bij de hoogrendementsketel.

Het voordeel van de warmtepomp zit dus niet zozeer in de grote besparing op stookkosten, maar wel in de vermeden uitstoot CO2 en het extra comfort in de vorm van de geboden passieve koeling (koelen van een gebouw met natuurlijke koude uit de bodem).

[bewerken] SPF

Het rendement (COP) aangegeven bij de aankoop van een warmtepomp is het theoretische rendement. De verkopers zeggen maar al te graag het theoretische rendement omdat dit natuurlijk een stuk hoger ligt dan het reële rendement. Als men toch het reële rendement wil weten, gaat men ervan uit dat de COP met 0,4 à 0,7 verminderd moet worden, dit hangt natuurlijk af van het type warmtepomp. Dit noemt men de SPF (Seasonal Performance Factor). Bij deze vermindering houdt men ook rekening met de mechanische, elektrische en thermische verliezen.

Als dit nu toegepast wordt bij een warmtepomp met een COP van 3,5 dan wordt slecht een rendement van ongeveer 300%, in plaats van 350%, behaald.

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken