Windturbine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Windturbines op de rechter havendam in Zeebrugge
Een van de vier windturbines (2005) uit Lanaken industriepark
Windturbines in opbouw voor het windmolenpark voor de Noord-Hollandse kust
Windturbines langs het Boudewijnkanaal in Brugge
Windmolen met genummerde onderdelen
Tonmolen met verticale as te Paasloo. Deze molen wordt gebruikt om een waterpomp aan te drijven, maar met hetzelfde principe kan een generator aangedreven worden.
Onderdelen van een windturbine

Een windturbine zet de energie van de wind om in een draaiende beweging, die door een generator wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken.

Horizontale en verticale as[bewerken]

De twee hoofdtypes windturbine zijn de horizontale-asturbine en de verticale-asturbine. Windturbines met een horizontale as worden wereldwijd het meest toegepast. Verticale-aswindturbines (VAWT) zijn onafhankelijk van de windrichting. Voor toepassing in bebouwde omgeving of op gebouwen zijn verticale-asturbines zeer geschikt.

Onderdelen van een windturbine[bewerken]

Een windturbine bestaat uit een fundering, een mast, een gondel met daarin de feitelijke turbine en tenslotte wieken.

De fundering is gemaakt van beton, en is voorzien van doorvoeren waar de elektriciteitskabel door heen kan. Op de fundering wordt de mast geplaatst.

De mast is vaak gemaakt van staal. Afhankelijk van de grootte ervan kan deze door middel van lieren opgetakeld worden. Grotere exemplaren moeten met behulp van een kraan in elkaar gezet worden. De ashoogte van windturbine is met de jaren ook sterk gestegen. Waren de windturbines rond 1980 ongeveer 15 meter hoog, midden jaren 1990 hadden ze al een hoogte van 50 meter. Tegenwoordig zijn windturbines gemiddeld 100 meter hoog. De verwachting is dat de windmolen in de toekomst gemiddeld een ashoogte hebben van 150 tot 200 meter hoog.[1]

In de gondel bevindt zich een generator en tandwielkast. De generator zet de bewegingsenergie van de as om naar elektriciteit en is te vergelijken met een grote dynamo. De meeste windturbines hebben een tandwielkast. Deze werkt als een versnellingsbak: de rotatiesnelheid wordt ermee vergroot. De tandwielkast is een kwetsbaar onderdeel waardoor sommige fabrikanten kiezen voor een direct aangedreven generator, de zogenaamde direct-drive of gearless windturbine. Windturbines zijn uitgevoerd met een aerodynamisch remsysteem om ze stil te kunnen zetten bij noodsituaties of onderhoud. Een windvaan op de gondel meet de windrichting. Zodra deze verandert, richt een kruimotor de gondel weer recht op de wind.

Voor- en nadelen van windturbines[bewerken]

De belangrijkste voordelen van windenergie zijn:

  • Minder risico dan kernenergie
  • vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen (de duurzaamheid van windenergie)
  • vermindering van de vervuiling (fijn stof) en CO2-uitstoot ten opzichte van andere energiebronnen
  • verminderde afhankelijkheid van andere energiebronnen en hun leveranciers (olieproducerende landen, Rusland)
  • lokale energieopwekking bij het ontbreken van de aansluiting op een regionaal distributienetwerk;
  • (lokale) werkgelegenheid vanwege productie, installatie en onderhoud.

De belangrijkste nadelen van windenergie zijn:

  • variabele opbrengsten door fluctuerende windsnelheden; Er is een back-up nodig voor windvrije dagen.
  • hoge exploitatiekosten; Is nu per kWh (nog) duurder dan traditionele energie.
  • het kost veel geld van overheid (overheidssubsidie) of burgers (hogere elektriciteitsrekening)
  • landschapsvervuiling;
  • invloed op flora en fauna: vogels vliegen ertegen aan;[2]
  • slagschaduw- en geluidshinder voor omwonenden.
Nuvola single chevron right.svg Zie windenergie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Windturbines in Nederland en België[bewerken]

Men vindt deze windturbines soms in grote 'parken' met vele windturbines, bijvoorbeeld in Nederland op de Maasvlakte en in België in de haven van Brugge-Zeebrugge.

Nuvola single chevron right.svg Zie Windturbines in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 2007 stond er een gezamenlijk vermogen van 157 MW voor de Vlaamse windmolens

Nuvola single chevron right.svg Zie Windturbines in Vlaanderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Duurzaamheid[bewerken]

In tegenstelling tot de energie die een windmolen genereert, is niet alles aan een windmolen duurzaam. Zo zijn de meeste windmolenwieken gemaakt van een composiet van polyester en polyurethaan, een combinatie die na gebruik slecht te recyclen is.[bron?] De levensduur van een windmolenwiek bedraagt ca. 15-20 jaar. De afvalstroom bedroeg in 2007 reeds 200 bladen per jaar, over 15 jaar zal die zijn toegenomen tot minstens 1200 wieken per jaar. Om het tweede leven van deze wieken te promoten, is een speeltuin ontworpen waar vijf afgeschreven wieken worden hergebruikt als speeltuin.[3]

Uit recent Brits onderzoek blijkt echter dat de meeste windturbines na 25 jaar nog steeds economisch rendabel zijn.[4] Het lijkt er op dat de levensduur tussen de 20 en 25 jaar voor oude windturbines ligt en nieuwe turbines na 25 jaar nog steeds mee moeten kunnen. De energie die het kost om een windturbine te produceren is binnen 3 tot 6 maanden terugverdiend, afhankelijk van het soort turbine.

Trivia[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties