Poldermolen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De Grote Molen te Schellinkhout is een achtkante poldermolen
De Grote Molen te Schellinkhout is een achtkante poldermolen
Afbeelding:Poldermolen met vijzel.jpg
Poldermolen met vijzel en binnenkruiwerk
Wipmolen met open scheprad
Wipmolen met open scheprad
Spinnenkop: de Oudenhofmolen te Oegstgeest
Spinnenkop: de Oudenhofmolen te Oegstgeest
Tjasker in Duitsland
Tjasker in Duitsland
Molendriegang bij Leidschendam
Molendriegang bij Leidschendam

Een poldermolen (ook wel watermolen genoemd, maar die naam geeft verwarring) is een windmolen die water van een lager niveau naar een hoger niveau verzet. Dit type molen komt vooral voor in de poldergebieden van Midden- en West-Nederland.

Anders dan de industriemolen bijvoorbeeld een korenmolen, een papiermolen of een zaagmolen waar de bewerking en productie van materialen een verkoopbaar product oplevert, is de poldermolen wellicht het enige type molen waar geen direct gewin voor de molenaar verkregen wordt. De poldermolen is meestal in het bezit van een waterschap, dat de molenaar voor bewezen diensten beloont.

Bij een poldermolen is het aangedreven werk (de vijzel of het scheprad) vast opgesteld. Bij een houten achtkante poldermolen is de kap draaibaar en bij een wipmolen en spinnenkop het bovenhuis, waardoor de wieken op de wind gekruid worden. De spinnenkop is een kleine poldermolen. De tjasker is nog kleiner, rust op een paal of bok en is geheel draaibaar. Ook is er nog een weidemolen, die zichzelf op de wind zet.

Inhoud

[bewerk] Benaming

De benaming van molentypen levert nogal eens verwarring op. De naamgeving kan per streek variëren, een bepaald molentype kan bekend staan onder verschillende namen. Het omgekeerde komt ook voor: verschillende molentypen staan bekend onder dezelfde naam. Bijvoorbeeld, een watermolen is ook een molen die water als drijfkracht gebruikt. Daarom spreken we in dit lemma liever van poldermolen.

[bewerk] Geschiedenis

De vroegste tot op heden bekende windgedreven poldermolen werd vermeld in de Bourgoyenmeersen te Gent in 1316 als de "hoesse molen" (Hoosmolen). In het begin van de 15e eeuw werd in de omgeving van Alkmaar voor het eerst in Nederland gebruikgemaakt van poldermolens; de eerste werd in 1407 in gebruik genomen. Het idee bleek in de praktijk succesvol en weldra verschenen er door het land meer exemplaren. In de eeuwen daarna werd de poldermolen een belangrijk instrument bij de beheersing van de Nederlandse waterhuishouding. Tot de komst van de stoomgemalen vanaf de 19e eeuw en de elektrische gemalen in de 20e eeuw waren de poldermolens het belangrijkste hulpmiddel om polders droog te malen.

[bewerk] Verschillende typen

Er bestaan verschillende typen poldermolens. Op de bovenste foto staat een achtkante poldermolen (een Noord-Hollandse binnenkruier). Andere typen poldermolens zijn de tjasker, de spinnenkop, wipmolen, weidemolen en de Amerikaanse windmotor.

[bewerk] Werking

Een poldermolen maakte oorspronkelijk gebruik van een scheprad om het water naar een hoger niveau te scheppen. Met deze techniek kan een molen het water ongeveer anderhalve meter verzetten. Met de toepassing van de vijzel (schroef van Archimedes) vanaf de 19e eeuw kon de opvoerhoogte vergroot worden tot 4 à 5 meter.

Het water gaat bij een molen met en scheprad vanuit de polder door het krooshek, de achterwaterloop met de krimpmuren en wordt via de opleider door het scheprad voortgestuwd over de slagdorpel en langs de slagstijlen van de wachtdeur, door de voorwaterloop, de boezem in. De wachtdeur zorgt ervoor dat het water bij stilstaande molen niet terug de polder inloopt.

[bewerk] Molengang

Als het te overwinnen niveauverschil groter is dan een molen aan kan worden er meerdere molens geplaatst. Als twee of meer molens het water van eenzelfde lage waterpeil naar eenzelfde hoger waterpeil, de boezem, verplaatsen, wordt dit een molengang genoemd.

Indien het water over een grotere hoogte moet worden verplaatst dan wat één molengang maximaal aan kan, dan worden meerdere opeenvolgende molengangen gebouwd. Dit komt vooral voor bij diepgelegen polders. Dit wordt getrapte bemaling genoemd. In de praktijk bestaat een molengang uit maximaal drie trappen:

  • de ondermolen maalt het water vanuit de polder in de onderboezem;
  • de middenmolen maalt het water uit de onderboezem in de tussenboezem;
  • de bovenmolen maalt het water in de ringvaart.

Nederlands bekendste molengang staat in Kinderdijk.

[bewerk] Droogmaking van grote meren

Molenbouwer Jan Adriaenszoon Leeghwater verbeterde in de 17e eeuw de techniek van de poldermolen. Hierdoor en dankzij de toepassing van molengangen, konden vanaf de 17e eeuw ook grotere meren worden drooggelegd. Het eerste grote project was de Beemster, die in 1612 met enige tientallen molens werd drooggemalen. Wegens succes werd deze formule bij meer polders toegepast. In Noord Holland bij de Schermer zijn nog steeds enkele molengangen aan te treffen. Ook in Zuidholland zijn nog enkele molengangen te vinden: Aarlanderveen, Zevenhuizen, Leidschendam en het wereldberoemde Kinderdijk.

[bewerk] Gemalen

Tegenwoordig is de functie van de poldermolens veelal overgenomen door moderne gemalen, die met een grotere capaciteit onder alle weersomstandigheden het water over een grotere hoogte kunnen verplaatsen. Er zijn echter vooral in Noord- en Zuid-Holland nog vele tientallen poldermolens aanwezig in het laaggelegen land.

[bewerk] Externe links


 
Persoonlijke instellingen
in andere talen