Paltrokmolen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paltrokmolen te Arnhem (Foto: Hans de Kroon)
Zijaanzicht (foto:Quistnix)
Paltrokmolen De Otter in Amsterdam-West is als laatste overgebleven van de vele zaagmolens die nabij de Kostverlorenvaart stonden voordat de Frederik Hendrikbuurt werd gebouwd.

De paltrokmolen is als windmolen een zeldzaamheid in Nederland. Er resteren er nog slechts 5. Ook in Duitsland komen paltrokmolens voor, echter zonder de kenmerkende 'vleugels'. De Nederlandse paltrokmolen is altijd een zaagmolen, dit in tegenstelling tot de Duitse.

Kenmerkend voor de paltrokmolen is dat zij een doorontwikkeling is van de standerdmolen. De standerd is hier echter als koningsstijl een vast onderdeel van de constructie geworden en staat op de koning, die over de kruisbalken ligt. Op deze plaats ligt ter ondersteuning een 1 bij 1 meter gemetselde penant. De hele molen is opgehangen aan een zeer zware dwarsbalk bovenop deze koningsstijl, de koningsbalk met op de uiteinden de zware binten, waaraan de vier kot- of vierkantstijlen hangen. Een ringmuur met kruirollen zorgt voor stabiliteit. Tachtig procent van het gewicht van de molen rust op de koning en twintig procent op de kruirollen. De hele molen draait over de kruirollen en met de koningsstijl over de koning. Het kruiwerk bestaat dus uit een rollen- en een zetelkruiwerk.

Omstreeks 1595 werd aan Franck Jansz octrooi verleend voor een houtzagende standerdmolen met uitbouw van het molenhuis op wielen die met het kruien van de molen meedraait. Dit was mogelijk de voorloper van de houtzagende paltrokmolen zoals wij die nu nog in Nederland kennen.

De molen is vierkant opgebouwd en heeft ter hoogte van de zaagvloer een open achterkant en zijvleugels. De draaiende beweging van de wieken wordt met behulp van een krukas omgezet in een op en neer gaande beweging, nodig voor de verticaal opgestelde zaagramen met zaagbladen. De krukas is met het zaagraam verbonden door een wuifelaar of kolderstok. Op het draaihoofd van het zaagraam is de krabbelstok bevestigd. De krabbelstok zit vast aan de krabbelarm, waarmee het krabbelrad wordt bediend. Door de op en neergaande beweging van het zaagraam wordt op deze manier tegelijkertijd het krabbelrad voortbewogen. Het krabbelrad duwt bij de opgaande slag van het zaagraam met behulp van een tandheugel de zaagslede met daarop de te zagen boomstam tegen de zagen. Tijdens de neergaande beweging van het zaagraam wordt gezaagd, waarbij het zaagraam tijdens het zagen iets naar voren kantelt. De beweging van het te zagen hout is dwars op de as van de wieken.

Met behulp van een kraan worden de boomstammen uit het water opgehesen en vervolgens met de winderij en een jijntakel op de zaagslee getrokken.

Paltrokmolens zijn er in 2 typen, de balkenzager, en de wagenschotzager

Verondersteld wordt dat de molen zijn naam ontleent aan zijn silhouet: de mantel van een bewoner van de Pfalz, maar meer waarschijnlijk is de verwantschap met het oud-Nederlandse woord 'paltrok', waarmee in de 14e en de 15e eeuw een overkleed voor mannen werd bedoeld. Ook in het Frans, Engels en Duits komen we deze benaming tegen voor een wijd uitlopende overjas.

De nog resterende 5 Nederlandse paltrokmolens zijn:

Fotogalerij[bewerken]