Koelkast

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geopende koelkast
Amerikaanse reclamespot voor een elektrische koelkast uit 1926

Een koelkast of ijskast (in België informeel ook frigo)[1] is een apparaat voor het gekoeld bewaren van etenswaren.

Het is een van de grote, vast opgestelde, elektrische, met meestal wit geverfd metaal beklede soorten huishoudelijke apparaten (collectief witgoed genoemd) die in de 20e eeuw tot de standaarduitrusting van het 'Westerse' huishouden zijn gaan behoren.

In het grootste deel van een koelkast heerst een temperatuur van enkele graden Celsius boven nul. Dit remt het bederf van etenswaren en andere substanties zonder ze veel te veranderen. Voor een langere houdbaarheidsperiode is diepvriezen noodzakelijk of een van de hieronder beschreven bewerkingstechnieken.

Beschrijving[bewerken]

Het in Europa meest voorkomende type koelkast is het tafelmodel. Dit is een staande kast, die desgewenst onder het aanrecht kan worden geschoven, zodanig dat alleen de voorkant zichtbaar is. Die voorkant bestaat uit een deur, die meestal naar rechts opendraait, maar soms kan dit door de gebruiker veranderd worden naar links opendraaien. In het interieur bevindt zich:

  • een koelelement, bestaande uit een metalen kastje (het vriesvak, horizontaal bovenin geplaatst) of een al dan niet zichtbare metalen plaat (horizontaal bovenin of verticaal in de achterwand geplaatst), waarvan de temperatuur onder het vriespunt gehouden wordt
  • daaronder twee of drie uitneembare geplastificeerde ijzeren roosters dan wel glazen platen, die als schappen dienen
  • daaronder een glazen dekplaat
  • daaronder een of twee uitneembare plastic bakken, die voor het bewaren van groenten worden gebruikt

Aan de achterkant van de koelkast, die niet bekleed is, bevindt zich het feitelijke koelmechanisme.

Twee andere veelvoorkomend model zijn de tweedeurskoelkast en de koelvriescombinatie. Deze zijn aanzienlijk hoger, bevatten daarom vaak meer schappen en bevatten een aparte sectie voor diepvriezen, vaak met aparte deur en soms met aparte motor. Een koelvriescombinatie heeft een aparte thermostaat voor het koel- en het vriesgedeelte, een tweedeurskoelkast gebruikt dezelfde thermostaat voor beide delen.

Andere modellen bestaan (bijvoorbeeld de zogeheten Amerikaanse koelkast, een manshoog geval met twee deuren naast elkaar en een ijsblokjesmachine), maar komen minder vaak voor.

Geschiedenis[bewerken]

De namen koelkast en ijskast zijn afkomstig uit de tijd voor de elektrische ijskast. Ook toen werd er wel gebruikgemaakt van koel gehouden kasten voor het bewaren van etenswaar; de term ijskast werd specifiek gebruikt als dat koel houden gebeurde door het in de kast plaatsen van blokken ijs, die daartoe door speciale verkopers aan huis werden verkocht.

Met een koelkast werd in het algemeen een ruimte bedoeld die op een lagere temperatuur kan worden gebracht en gehouden dan de omgevingstemperatuur.

Sommige koelkasten werden vroeger ook wel ijskast genoemd, als ze gekoeld werden door blokken ijs die door een ijsfabriek werden geleverd of uit een ijskelder werden gehaald. Tegenwoordig zijn de woorden in praktische zin synoniem, maar het woord "ijskast" wordt vaker gebruikt in kringen waar vroeger de ijsman aan de deur kwam.

Voor het tijdperk van de ijskast was men voor het conserveren van voedingsmiddelen aangewezen op andere technieken, zoals wecken, drogen, pekelen en konfijten. Bij deze technieken werd de groei van bacteriën geremd door respectievelijk het verhitten en vacuüm maken (vacumeren), het onttrekken van vocht of het toevoegen van veel zout of suiker. Dit had een wijziging van de smaak, de structuur en vaak ook de kleur tot gevolg, wat bij de koelkast niet meer het geval is. Charles Tellier ontwikkelde de eerste bruikbare koeling voor levensmiddelen.

De ijskast deed in Nederland en België in de eerste helft van de 20e eeuw zijn intrede. Met de ontwikkeling van moderne koeltechnieken en de verspreiding van elektriciteit konden ijskasten hun eigen koelsysteem krijgen en op het lichtnet worden aangesloten.

Werking[bewerken]

Circuit van een warmtepomp

Het "hart" van een koelkast is een warmtepomp: de koelende werking berust op de verdamping van een vloeistof, waarbij verdampingswarmte aan de omgeving (de verdamper) wordt onttrokken. De damp wordt in een compressor weer samengeperst en daarna vloeibaar gemaakt onder het vrijkomen van warmte die aan de achterkant van de koelkast via een buizenstelsel in de vorm van een rooster (de condensor) aan de omgeving wordt afgegeven. Aanvankelijk werd als koudemiddel ammoniak, zwaveldioxide of methylchloride gebruikt, later veelal chloorfluorkoolstofverbindingen (CFK's) zoals Freon R-12, R22, R502. Toen men zich bewust werd van de schadelijke werking hiervan op de ozonlaag is er gezocht naar alternatieven, en werden CFK's onder invloed van het Montreal-protocol uitgefaseerd. Tegenwoordig wordt daarom gebruikgemaakt van andere koudemiddelen: HFK's (fluorkoolwaterstoffen) zoals Suva R-134a en alkanen zoals propaan. De nu nog alom gebruikte term "freon" voor koudemiddelen is sinds de invoering van de HFK's niet meer correct.

Andere koelmethoden[bewerken]

Er is ook een koelproces te construeren dat op een gas-, spiritus- of petroleum-brandertje werkt (absorptiekoeling), en dat gebruikt wordt in situaties waar geen elektriciteit beschikbaar is, bijvoorbeeld in caravans.

Verder zijn er thermo-akoestische koelmethoden en stirlingkoelers waarmee heel efficiënte koelkasten zijn te construeren; deze hebben echter nog geen ingang op grote schaal gevonden. In het laboratorium en voor kleine wijnkoelkasten en koelboxen wordt wel gebruikgemaakt van het thermo-elektrisch effect (Peltier-effect of solid state cooling).

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Icoontje WikiWoordenboek Zoek koelkast op in het WikiWoordenboek.