Wilg
| Wilg | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| knotwilgen | |||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||||
| Salix L. (1753) |
|||||||||||||||||
| Zojuist geknotte knotwilgen | |||||||||||||||||
| Wilg op |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
Wilg (Salix) is een geslacht van tweehuizige bomen en struiken uit de wilgenfamilie (Salicaceae). Wilgen zijn bladverliezende bomen met verspreide bladstand. De knop heeft één knopschub. De bloem van de wilg heeft de vorm van een katje en groeit uit de zijknoppen van een eenjarige twijg. De wilgenkatjes zitten of staan, dit in tegenstelling tot de hangende katjes bij populieren.
De pluizige zaden worden door de wind verspreid maar zijn slechts korte tijd kiemkrachtig. De meeste soorten zijn te vermenigvuldigen door middel van stekken.
Wilgen zijn pioniersoorten met een grote lichtbehoefte. Wilgen komen in Nederland en Vlaanderen veel voor langs sloten en plassen. Wilgen houden namelijk over het algemeen van een vochtige bodem en groeien zeer snel.
Inhoud |
Ecologie [bewerken]
Wilgen zijn pioniersplanten, die langs rivieren met name ontkiemen in ooibossen op de grens van land en water. Doordat de wortels de grond luchtig maken en door de humusvorming van blad en takafval wordt de grond geschikt voor soorten die volgen als es, eik.
De watermerkziekte en torsiekrachten van de wind zorgen er voor dat een wilg meestal niet ouder wordt dan veertig tot vijftig jaar.
Wilgen zijn voor insecten een belangrijke leverancier van stuifmeel. Met name diverse solitaire bijen zijn afhankelijk van bloeiende wilgen.
Wilgensoorten [bewerken]
Het geslacht Salix omvat ongeveer driehonderd soorten, waarvan er een twaalftal in Nederland en België voorkomt.
- Amandelwilg (Salix triandra)
- Bandwilg (Salix 'Sekka', synoniem: Salix sacchalinensis 'Sekka' - verwilderd)
- Berijpte wilg (Salix daphnoides - verwilderd)
- Bindwilg (Salix alba var. vitellina - variant Schietwilg)
- Bittere wilg (Salix purpurea)
- Boswilg (Salix caprea)
- Duitse dot (Salix dasyclados)
- Geoorde wilg (Salix aurita)
- Grauwe wilg (Salix cinerea subsp. cinerea)
- Katwilg (Salix viminalis)
- Kraakwilg (Salix fragilis)
- Kruipwilg (Salix repens)
- Laurierwilg (Salix pentandra)
- Rossige wilg (Salix cinerea subsp. oleifolia)
- Schietwilg (Salix alba)
Andere soorten die van nature evenwel niet in Nederland en België voorkomen, zijn:
- Salix chaenomeloides
- Smalbladige wilg (Salix exigua)
- Salix schwerinii
- Salix gilgeana
- Salix 'Golden Curls
- Salix rosmarinifolia(=Salix elaeagnus 'Angustifolia')
- Salix sacchalenis
Historische inzichten [bewerken]
Heimans, Heinsius en Thijsse's geïllustreerde flora van Nederland (21ste druk) noemt de volgende soorten, die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn:
- Amandelwilg Salix amygdalina
- Berijpte wilg Salix daphnoïdes
- Bittere wilg Salix purpurea
- Geoorde wilg Salix aurita
- Grauwe wilg Salix cinerea
- Grijze wilg Salix incana
- Katwilg Salix viminalis
- Kraakwilg Salix fragilis
- Kruipwilg Salix repens
- Laurierwilg Salix pentandra
- Schietwilg Salix alba
- Waterwilg Salix caprea
Schietwilg [bewerken]
De meeste soorten maken een stam. Salix alba wordt daarom schietwilg genoemd en kan tot 25 m hoog worden. Schietwilgen kunnen worden geknot. In een vlak en open landschap is dit soms noodzakelijk om te voorkomen dat de bomen door een najaarsstorm worden geveld.
Knotwilg [bewerken]
De wilg kan op ongeveer 2 m hoogte afgezaagd worden en heet dan knotwilg. Aan de stam groeien vervolgens waterloten, die wilgentenen worden genoemd. Ze worden tegenwoordig vooral gebruikt om manden en tuinschermen te maken. Vroeger werden wanden van hutten gemaakt van vlechtwerk van wilgentenen, afgedicht met klei, en funderingen van dijken werden gelegd op matten van gevlochten wilgentenen. Deze zinkstukken blijven op hun plaats door ze af te zinken met basaltstenen. Ze beschermen de bodem tegen erosie.
Knotwilgen bepalen in belangrijke mate het typisch Hollandse en Vlaamse landschap. Het is belangrijk dat eenmaal geknotte wilgen regelmatig opnieuw geknot worden, omdat de anders te dik wordende loten na een aantal jaren de boom uit elkaar scheuren. Nu de vraag naar wilgentenen afneemt, wordt dit werk vaak door vrijwilligers gedaan. Knotwilgen bieden door hun dichte kruin en hun vaak holle stam veel nest- en schuilgelegenheid voor vogels, marters, vleermuizen en insecten. Zij verrijken daarom vaak de fauna van een gebied.
Sommige wilgen zijn goed tot 'knotstruiken' te kweken. Zo is het ras Salix alba 'Chermesina' met oker/oranjekleurige takken in de winter niet alleen fraai als knotwilg, maar in kleinere tuinen goed te kweken als 'knotstruik' door deze elk of om het voorjaar tot bijna bij de grond af te snoeien. Fraaie wintercombinaties zijn dan ook mogelijk met bijvoorbeeld Cornus alba.
Struikwilg [bewerken]
De grauwe wilg vormt in de regel meer dan 3 m hoge struiken. De geoorde wilg wordt meestal niet hoger dan 3 m en komt langs waterkanten voor.
Kruipwilg [bewerken]
De kruipwilg blijft laag en was vroeger nuttig als vastlegger van stuifzand en komt voor in de duinen, op zandgrond en in moerassen. De kruipwilg komt algemeen voor in Nederland. De plant houdt van een niet te droge bodem; vanuit een vochtige kiemplaats kan zij zich sterk uitbreiden, ook naar drogere terreinen. Het zachte zaadpluis van de kruipwilg wordt door zangvogels gebruikt om hun nest mee te vullen. Kruipwilgstruwelen van de waddeneilanden zijn vermaard om hun rijke paddenstoelenflora, met veel bijzondere soorten.
Krulwilg [bewerken]
Salix matsudana of krulwilg - ook bekend als Chinese wilg - werd genoemd naar de Japanse botanicus Sadahisa Matsudo. De soort staat erom bekend zich zeer gemakkelijk te laten stekken. Het volstaat een tak van 1-3 cm in diameter tussen november en april - wanneer het blad van de boom is - in voldoende water te steken om wortelgroei te verkrijgen. Ook later heeft de boom, die zeer groot en breed uitgroeit, veel water nodig. De takken zijn populair voor het versieren van bloemstukken.
Ander gebruik [bewerken]
De schors van enkele soorten, zoals Amandelwilg en Schietwilg, bevatten salicine, dat lang geleden gebruikt werd als pijnstiller. Er werd daarvoor op de wilgenbast gekauwd, of er werd een drank van getrokken. Salicine wordt ook gebruikt als looistof, voor het looien van leer.
Wilgenhout wordt net als het hout van populieren gebruikt voor het maken van klompen en papier. De rem, de vang, bij windmolens bestaat uit blokken wilg.
Eénjarige scheuten worden gebruikt voor vlechtwerk.
Voor de teelt van wilg als biobrandstof is sinds kort zaad van enkele snelgroeiende rassen beschikbaar.
De houtskool van de wilg wordt gebruikt in buskruit; het heeft een veel hogere verbrandingssnelheid dan bijvoorbeeld barbecue-houtskool. 'Pine charcoal' (houtskool van grenenhout) wordt in bepaalde composities voor vuurwerk gebruikt. Gemengd met de juiste stoffen wordt een effect bereikt, dat bestaat uit donkere vonken die lang blijven hangen (tiger tail).
Ziekten en plagen [bewerken]
De belangrijkste ziekte is de watermerkziekte (Brenneria salicis) die de vaten verstopt, waardoor delen van de boom of gehele bomen afsterven. Op de grens van levend en dood hout ontstaan bossige vormen van waterlot. Bij de teelt van tenen kunnen insecten heel wat schade aanrichten.
Wilg in de taal [bewerken]
De wilg komt voor in het spreekwoord: De lier aan de wilgen hangen. Uit Psalm 137, zie hieronder.
Wilg in de bijbel [bewerken]
- Op Soekot, het Loofhuttenfeest van de Joden worden drie op de eerste dag van het feest geplukte wilgentakjes samen met andere takken en een geurige vrucht gebruikt voor het "Loelav zwaaien", een gebruik dat op Wajiekra (Leviticus) 23:40-41 is gebaseerd. De geur- en smaakloze beekwilgentakken of "arawot" symboliseren de Joden die de Thora bestuderen noch toepassen.
Andere vindplaatsen in de bijbel
- Genesis 30:37 Maar Jakob nam versche takken van wilg, amandel en plataan, schilde die streepsgewijze af, zodat het witte van het hout bloot kwam.
- Psalmen 137:2 Aan de wilgen die daar stonden hingen wij onze harpen op.
- Jesaja 15:7 Daarom, de overwinst die zij gemaakt hebben en wat zij hebben opgelegd, zij dragen het over de Wilgenbeek.
- Jesaja 44:4 Zij zullen uitspruiten als gras, als wilgen aan vlietend water.
- Hosea 4:13 Op de bergtoppen offeren en op de heuvelen rooken zij, onder eik en wilg en terebint, dewijl daar de schaduw liefelijk is; daarom plegen uw dochters ontucht, bedrijven uw schoondochters overspel.
- Hosea 14:6 Terwijl het zijn wortels schiet als een wilg, zullen zijn loten zich uitbreiden, zal zijn heerlijkheid worden als die van een olijf, en zal het geuren als de Libanon.
Bijgeloof [bewerken]
Volgens het bijgeloof zou de wilg een sterke magische lading hebben. Bij de Germanen was de boom een symbool van de dood. Heksen zouden in de kruinen van de wilgen rusten. Vroeger maakte men daarom fluitjes uit wilgenhout om heksen en duivels te verjagen.
Een gebruik bij voodoo-praktijken is een knoop leggen in een wilgentak. Daarmee zou men van op afstand iemand anders in het nauw kunnen drijven.
| Zie de categorie Salix van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Soorten van het geslacht Salix (Wilg) | |
|---|---|
|
... · S. alba (Schietwilg) · S. aurita (Geoorde wilg) · S. babylonica (Kronkelwilg) · S. caprea (Boswilg) · S. cinerea (Grauwe wilg) · S. daphnoides (Berijpte wilg) · S. dasyclados (Duitse dot) · S. exigua (Smalbladige wilg) · S. fragilis (Kraakwilg) · S. herbacea (Kruidwilg) · S. pentandra (Laurierwilg) · S. purpurea (Bittere wilg) · S. repens (Kruipwilg) · S. sacchalinensis 'Sekka' (Bandwilg) · S. triandra (Amandelwilg) · S. viminalis (Katwilg) · S. vitellina var. pendula (Gele treurwilg) · ... |
| Geslachten van de familie Salicaceae (Wilgenfamilie) | |
|---|---|