Waterlot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Waterlot bij een berk

Waterlot is de wildgroei van takjes aan een boomstam. Dit ontstaat vaak als er aan de boom gesnoeid wordt. Het natuurlijke evenwicht tussen het wortelgestel en de kroon is dan verstoord. Er is nu meer wortel dan kroon. De plant reageert hierop door lang, stakerig lot te vormen (vaak uit slapende knoppen), dikwijls op de plaats waar een tak is weggehaald of op de stam. Sommige bomen, waaronder linden en berken, produceren meer waterlot dan andere.

Men zou kunnen zeggen dat een knotwilg altijd waterlot produceert na het knotten. Die waterloten aan wilgen worden (wilgen)tenen genoemd. Niet alle bomen zijn even gevoelig voor waterlot. Bij fruitbomen kan waterlot na jaren fruit gaan dragen.

Manieren om waterlot te voorkomen of te beperken zijn:

  • niet meer dan 30% van de kroon ineens wegsnoeien
  • ook aan de wortels snoeien
  • in de winter snoeien
  • uitlopende knoppen die waterlot gaan vormen, direct verwijderen (wel goed bijhouden)

Haal reeds gevormd waterlot pas weg als het uitgegroeid is (nazomer of begin herfst).