Bloeiwijze

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aar van een bloeiende ruige weegbree.

De (concrete) bijeenbehorende groep van bloemen met hun stengeldelen heet bloeiwijze, bloemgestel of inflorescentie.

Er zijn verschillende typen van bloeiwijzen te onderscheiden. Deze (abstracte) rangschikking van de bloemen ten opzichte van elkaar heet ook bloeiwijze of anthotaxis.[1]

[bewerken] Theoretische indeling

Te onderscheiden typen van rangschikking van de bloemen zijn:

  • éénbloemige plant. Bij één bloem per bloemsteel is het mogelijk dat het toch gaat om een bloeiwijze, maar dat die gereduceerd is tot één bloem (1-bloemig), zoals bij het vrouwelijke hoofdje van alsemambrosia. Er zijn dan omwindselblaadjes aanwezig in plaats van kelkbladen.
  • verspreide bloemen
  • bloeigestel of inflorescentie, bestaande uit stengelachtige en bladachtige delen. Op grond van de aantallen van zijassen, hun relatieve lengte, en daarmee samengaand de volgorde van ontluiking kan (meer of minder duidelijk) worden onderscheiden in:
    • middelpuntzoekende, onbepaalde of racemeuse bloeiwijze: er zijn veel assen, meestal zonder bloem aan de hoodas, waarbij de bloemen van onder naar boven (van buiten naar binnen) ontluiken.
    • middelpuntvliedende, bepaalde of cymeuse bloeiwijze: de hoofdas is kort en wordt meestal afgesloten met een bloem, die als eerste ontluikt; de zijassen vertakken net zo als de hoofdas.
      • monochasium: meestal slechts een zijas, soms twee, maar dan is een van beide minder ontwikkeld.
      • dichasium: steeds twee zijassen per as, vaak tegenoverstaand.
      • pleiochasium: met meer dan twee zijassen in kransen per as.
    • gemengde of heterotactische bloeiwijze: de zijassen vormen geen herhaling van de vertakking van de hoofdas.

[bewerken] Indeling naar uiterlijk

tros
waaier

Het is niet altijd eenvoudig om de juiste bloeiwijze te onderscheiden, soms is dit alleen te zien aan de inplanting van de schutbladen, bijvoorbeeld bij de tros en de waaier. Daarom worden in de praktijk de bloeiwijzen vooral onderscheiden naar het uiterlijk. Bij meer dan één bloem per bloemsteel (soms maar één bloem) worden de volgende bloeiwijzen, waarop het samenstel van bloempjes gegroepeerd zijn, onderscheiden:

Er zijn ook bloeiwijzen zonder naam. Voorbeelden daarvan zijn de pluim bij grassen, die uit aartjes bestaan; en de tuil bij duizendblad, die bestaat uit hoofdjes.

[bewerken] Referenties

  1. Lanjouw, J. e.a. 1968 Compendium van de Pteridophyta en Spermatophyta. (Voortzetting van Pulle's Compendium) Academische Paperback. Oosthoek's Uitgeversmaatschappij.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen