Vaste plant

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het madeliefje is een van nature een vaste plant, maar er zijn eenjarige vormen in de handel
Rabarber is een vaste plant
Vaste plant van de aardbei in het voorjaar

Een vaste plant is een kruidachtige (niet-houtige), overblijvende zaadplant, die meer dan eenmaal tijdens zijn levensduur kan bloeien[1] én langer dan twee jaar leeft. Sommige vaste planten bloeien pas na jaren voor het eerst. Planten die jaar na jaar bloeien en zaad vormen heten polycarpisch.

Voorbeelden daarvan zijn bamboe en de agave.

Er zijn vaste planten die bovengronds afsterven, maar door het reservevoedsel uit de bol (bolgewas), knol (knolgewas), wortelstok of vlezige wortel in het volgende voorjaar weer uitlopen. We onderscheiden geofyten, die overwinteren op ondergrondse bollen of knollen en hemicryptofyten die ondergrondse knoppen ontwikkelen.

Daarnaast zijn er vele vaste planten die bovengronds niet afsterven, zoals vele grassen waaronder Engels raaigras.

Moeras- en waterplanten zijn ook dikwijls vaste planten, zij overwinteren met knoppen onder het wateroppervlak (helofyten en hydrofyten).

Onder de overblijvende plant vallen naast deze kruidachtige, vaste planten ook de houtige planten: de bomen, struiken, halfheesters en lianen.

Planten die na de bloei sterven (eenjarige planten, tweejarige planten en meerjarige planten) heten monocarpisch.

Winterharde planten[bewerken]

Een winterharde plant is een plant die zo aangepast is dat hij geen schade oploopt bij vriesweer. Planten die wel beschadigd raken of kapotvriezen noemt men zachte - of halfwinterharde planten. Dit verschil komt door de bouw van de cellen. Bij niet-winterharde planten vormen er zich, bij vriesweer, ijskristallen in de cel. Een winterharde plantencel: bij vorst wordt water uit de cel door het celmembraan afgesloten. Dit verhoogt de concentratie van de celinhoud en verlaagt het vriespunt. Er vormt zich ijs buiten het membraan waarbij de cel alleen vervormd wordt.

Zie ook[bewerken]

Levensduur:

Groeivormen:

Levensvorm, groeivorm: boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel: bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde · secundaire diktegroei · stele · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel ·
Stengel: bast · cambium · centrale cilinder · diktegroei · knoop · lenticel · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · vertakking · wortelstok
Blad: ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · steunblaadje · tongetje · tuitje · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore: anthotaxis · bijkelk · bloeiwijze · bloem · bloembekleedsel · bloembodem · bloemdek · bloemdekblad · bloemgestel · bloemkroon · bloemstengel · bractee · carpel · gametofyt · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmknop · hoogteblad · hypanthium · inflorescentie · integument · kelk · kelkblad · kroonblad · meeldraad · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · perianth · perigoon · petaal · pollenbuis · sepaal · sporangium · spore · sporofyt · stamper · stijl · tepaal · vruchtblad · zaadbeginsel
Vruchtzaadkieming: cotyl · cryptocotylair · epigeaal · endosperm · fanerocotylair · hypogeaal · kieming · kiemwit · mierenbroodje · pluimpje · scarificeren · stratificatie · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadbeginsel · zaadhuid · zaadknop · zaadlijst · zaadlob · zygote
Plantenanatomie & Plantenmorfologie: apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Lanjouw, J. 1968 Compendium van Pteridophyta en Spermatophyta. Academische Paperback. Oosthoek's Uitgeversmaatschappij NV