Spore
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een spore, ook spoor (afgeleid van het Oudgriekse sporā, zaad), is een klein, gewoonlijk eencellig reproductief lichaam dat bestand is tegen opdroging en hitte en tot een nieuw organisme kan groeien. Het wordt vooral door bepaalde bacteriën, paddenstoelen, algen en niet-bloeiende planten geproduceerd.
Een spore is over het algemeen een cel die door een celwand wordt omringd. In het rustende stadium van reproductieve sporen wordt deze muur taai en waterdicht. Dit staat de cel toe om ongunstige omstandigheden zoals temperatuurschommelingen en vochtigheid te overleven.
Bij de ontkieming kunnen de sporen die aseksueel werden geproduceerd cellulaire of multicellulaire vormen aannemen die tot seksuele voortplanting kunnen bijdragen.
Vele eencellige planten en dieren reproduceren zowel door de vorming van sporen als door eenvoudige mitose. Gist, bijvoorbeeld, plant zich voort door sporen te vormen evenals door te ontspruiten.
Bij paddenstoelen hebben sommige sporen een dun muurtje om zich heen en ontkiemen snel; anderen hebben een dikker omhulsel en zijn beter bestand tegen invloeden van buitenaf.
Inhoud |
[bewerken] Categorisatie
Sporen kunnen op diverse manieren gecategoriseerd worden. Een mogelijke indeling is:
- mitosporen zijn sporen die ontstaan bij mitose
- meiosporen zijn sporen die ontstaan bij meiose
Een andere indeling is de volgende:
- Diasporen zijn verspreidingseenheden van paddenstoelen, evenals mossen, varens, varenachtigen en een paar andere planten.
- Rustend stadium in de levenscyclus van sommige bacteriën (endospore)
- Chlamydosporen (Chlamydia) zijn rustende sporen met een dikke buitenlaag bij paddenstoelen.
- Zygosporen zijn rustende sporen met een dikke wand (hypnozygoten) bij lagere schimmels die door seksuele voortplanting worden geproduceerd en tot conidioforen kunnen leiden.
Nog een andere indeling is de volgende:
- Een zoöspore kan zich door middel van één of meerdere zweepstaartjes bewegen. Dit komt voor bij sommige algen.
- Aplanosporen kunnen zich niet bewegen, maar er kan zich potentieel een zweepstaartje vormen.
- Autosporen kunnen zich niet bewegen en hebben niet het vermogen een zweepstaartje te vormen.
- Ballistosporen wordt actief afgescheiden van een schimmelfruitlichaam (paddenstoel).
- Statismosporen wordt niet actief afgescheiden van een schimmelfruitlichaam (zie stuifzwam).
[bewerken] Voorbeelden
De volgende afbeeldingen tonen de positie van sporen in de levenscyclus van enkele organismen.
[bewerken] Varens
Varens zijn overblijvende planten. Jonge bladeren ontspringen uit de wortelstok en zijn aan de top opgerold. Aan de onderzijde of aan de rand van de bladeren zitten de sporenhoopjes waarin de sporen gevormd worden. Sommige varengroepen zijn heterospoor (anisospoor): zij hebben twee typen sporen: microsporen en macrosporen.
Uit een spore ontstaat niet direct een varenplant, maar komt er eerst een haploïd prothallium (voorkiem), een hartvormig blaadje. Bij heterospore soorten groeien uit de microsporen de mannelijke microprothallia, uit de macrosporen de vrouwelijke macroprothallia. Op de prothallia worden de voortplantingsorganen (archegonia en antheridia) gevormd, zij maken door mitose gameten. Onder vochtige omstandigheden vindt bevruchting plaats. Uit de bevruchte eicel groeit een diploïde varenplant. Deze zit eerst op de voorkiem, maar vormt later zelf wortels. Door middel van meiose vormt de varen haploïde sporen.
[bewerken] Mossen
Bij mossen is de generatiewisseling enigszins vergelijkbaar. In de archegonia en antheridia vormt de mosplant de geslachtscellen.
Uit de bevruchte eicel ontstaat dan een diploïd sporogoon (een steel met een doosje), afgedekt met een huikje (een soort mutsje). In dat doosje worden door middel van meiose de haploïde sporen gevormd. Bijna alle mossoorten zijn homospoor (isospoor): de sporen hebben gelijke vorm en afmetingen. Enkele mossoorten zijn heterospoor. Uit de macrosporen groeien de vrouwelijke planten, uit de microsporen groeien dwergmannetjes.
Uit zo'n spore ontstaat een draadvormig, haploïd protonema voorkiem, waaruit een nieuw haploïd mosplantje groeit. Op het mosplantje groeien de voortplantingsorganen.
[bewerken] Bacteriën
Sommige bacteriesoorten produceren endosporen, die heel lang kunnen overleven en heel weerstandig zijn aan chemische (ontsmettingsmiddelen, maagzuur, ...) en fysische (druk, temperatuur, ...) invloeden. Antrax-sporen (veroorzaker van miltvuur) zouden tot 50 jaar in de bodem kunnen overleven; Bij het eenvoudig begraven van met miltvuur besmette kadavers, zal de ziekte terugkeren bij dieren die er grazen. Ook niet-pathogene Clostridium-soorten vormen sporen die de zgn. schuimlever veroorzaken bij runderkarkassen.

