Mierenbroodje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
zaden met mierenbroodje van de wonderboom (Rhicinus communis)
zaden met mierenbroodje van winterpostelein
zaden met mierenbroodje van de Gewone veldbies

Een mierenbroodje (elaiosoom) is een aanhangsel aan zaden of vruchten van sommige plantensoorten, dat als voedsel kan dienen voor mieren. Het woord elaiosoom is afgeleid van het Griekse "elaion", dat olie betekent. Het mierenbroodje is een uitgroeisel van de zaadhuid. Hierdoor verspreiden de mieren de zaden verder van de plant af. Deze wijze van verspreiden heet myrmecochorie (Grieks Myrmeco = mier; chorous = verspreiden). In Nederland komen ongeveer 200 plantensoorten voor die een mierenbroodje hebben.

Er zijn ongeveer 15 mierensoorten, die mierenbroodjes als voedsel gebruiken. De mieren nemen het zaad mee naar hun nest. Tijdens deze tocht kan het mierenbroodje al van het zaad afbreken of anders wordt in het nest het mierenbroodje van het zaad afgebeten en het zaad weer naar buiten gebracht. Het oliehoudende en koolhydraatrijke mierenbroodje wordt door de mierenlarven opgegeten.

In mierenbroodjes schijnt ook een stof te zitten die muizen afstoot.

Ook bij sommige insecten komen mierenbroodjes voor; zo dragen de eitjes van een aantal wandelende takken een zoet kapje waar mieren dol op zijn, dit wordt het capitulum genoemd.

Inhoudsstoffen mierenbroodje[bewerken]

Het mierenbroodje bevat vooral vetten en suiker met daarnaast wel eens vitamine B, vitamine C, zetmeel en eiwit.[1], waar vooral suiker belangrijk is voor de mieren.[2] Meerdere auteurs hebben oliezuur in het mierenbroodje aangetoond. Zo toonde Andreas Bresinsky aan dat mierenbroodjes van enkele planten ricinolzuur bevatten, dat ook in mierenlarven van de glanzende houtmier voorkomt. Brezinsky kon in een onderzoek aantonen dat de werksters van de glanzende houtmier zich massaal verzamelden bij een in oliezuur gedrenkte schnitzel en dat deze vervolgens het nest werd ingedragen. Het mierenbroodje van het maarts viooltje bevat 1,2-diolein, dat bij de mierensoort Aphaenogaster rudis een vergelijkbare reactie oproept[3].

Plantensoorten met een mierenbroodje[bewerken]

Enkele voorbeelden van deze plantensoorten zijn:

Levensvormgroeivorm: boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel: bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde · secundaire diktegroei · stele · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel ·
Stengel: bast · cambium · centrale cilinder · concaulescentie · diktegroei · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · vertakking · wortelstok
Blad: ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · steunblaadje · tongetje · tuitje · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore: anthotaxis · bijkelk · bloeiwijze · bloem · bloembekleedsel · bloembodem · bloemdek · bloemdekblad · bloemgestel · bloemkroon · bloemstengel · bractee · carpel · gametofyt · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmknop · hoogteblad · hypanthium · inflorescentie · integument · kelk · kelkblad · kroonblad · meeldraad · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · perianth · perigoon · petaal · pollenbuis · sepaal · sporangium · spore · sporofyt · stamper · stijl · tepaal · vruchtblad · zaadbeginsel
Vruchtzaadkieming: cotyl · cryptocotylair · epigeaal · endosperm · fanerocotylair · hypogeaal · kieming · kiemwit · mierenbroodje · pluimpje · scarificeren · stratificatie · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadbeginsel · zaadhuid · zaadknop · zaadlijst · zaadlob · zygote
Morfologie & Anatomie: apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Andreas Bresinsky: Bau, Entwicklungsgeschichte und Inhaltsstoffe der Elaiosomen. Studien zur myrmekochoren Verbreitung von Samen und Früchten. Schweizerbart Verlag. Stuttgart 1963. (Bibliotheca Botanica, Heft 126, blz. 29.
  2. Renate C. Fischer, Andreas Richter, Franz Hadacek und Veronika Mayer: Chemical differences between seeds and elaiosomes indicate an adaption to nutritional needs of ants. Oecologia Band 155, 2008, blz. 539-547.
  3. D.I. Marshall, A.J. Beattie und W.E. Bollenbacher: Evidence for diglycerides as attractants in ant-seed interaction. Journal of Chemical Ecology Band 5, 1979, blz. 335-344.