Vacuole

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schema van een dierlijke cel

1. Nucleolus, 2. Celkern, 3. Ribosoom, 4. Vesikel, 5. Ruw endoplasmatisch reticulum, 6. Golgi-apparaat, 7. Cytoskelet, 8. Glad endoplasmatisch reticulum, 9. Mitochondrion, 10. Vacuole, 11. Cytoplasma, 12. Lysosoom, 13. Centriool

Beluister

Een vacuole is een met vocht gevuld blaasje, dat omgeven is door een vacuolemembraan (tonoplast) en dat zich in het cytoplasma van een cel bevindt. Dierlijke cellen bevatten vaak geen of weinig kleine vacuolen (alleen enkele eencellige-diertjes, zoals een pantoffeldiertje). Plantaardige cellen bevatten daarentegen meerdere kleine vacuolen. Deze vacuolen nemen water op en verenigen zich later tot één grote vacuole. Door het vergroten van de vacuolen wordt de cel uitgerekt, dat heet celstrekking. Jonge plantencellen bevatten meerdere vacuolen. Bij oudere plantencellen zijn de vacuolen vaak samengevoegd tot één grote vacuole. Het vocht in de vacuolen (vacuolevocht) bestaat uit water met daarin opgeloste stoffen. Dit vocht bevat onder andere reservestoffen, kleurstoffen en afvalstoffen. De kleurstoffen zorgen voor de kleur van bijvoorbeeld planten en bloemen.

[bewerken] Functies

Vacuoles kunnen diverse functies hebben, die per organisme kunnen verschillen. De belangrijkste en meest algemene functie is met name de opslag van het vacuolevocht. Het vacuolevocht bestaat uit water met daarin opgeloste stoffen. Het bevat onder andere reservestoffen, kleurstoffen, hulpstoffen, afvalstoffen en opgeloste suikers. Daarnaast worden er ook stoffen afgebroken. Ze kunnen ook een teveel aan zouten opnemen, wanneer daar in het cytoplasma van cel te veel van is. Ze zijn dus erg belangrijk voor de bescherming en het 'schoonhouden' van het inwendige milieu van de cel. Bovendien kunnen ze ook een rol spelen in de afweer van de plant tegen herbivoren (planteneters). In sommige vacuolen worden ook speciale toxische verbindingen opgeslagen die vrijkomen wanneer de plantencellen opengebroken worden. Deze kunnen toxisch of irriterend zijn voor de planteneter en hierdoor verdere vraat aan de plant verhinderen. Ook spelen vacuolen in plantencellen een belangrijke rol bij de osmotische regulatie, wat zorgt voor de stevigheid van de cel. De plantaardige cel is veel steviger dan de dierlijke cel. De celwand en vacuolen geven samen voldoende stevigheid aan de cel. Soms neemt de centrale vacuole 80% tot 90% in van de totale inhoud van de volgroeide plantaardige cel. Vacuolen die goed gevuld zijn, zorgen ook voor een hoge spanningsdruk (turgordruk) op de celwand en dus het volume cytoplasma regelt.


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen