Cytoplasma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schema van een dierlijke cel

1. Nucleolus, 2. Celkern, 3. Ribosoom, 4. Vesikel, 5. Ruw endoplasmatisch reticulum, 6. Golgiapparaat, 7. Cytoskelet, 8. Glad endoplasmatisch reticulum, 9. Mitochondrion, 10. Vacuole, 11. Cytoplasma, 12. Lysosoom, 13. Centriool

Het cytoplasma is alles waar een cel uit bestaat behalve de kern, het celmembraan en de eventuele celwand (enkel aanwezig bij een plantaardige cel). Het geheel van cytoplasma en celkern wordt protoplasma genoemd. Vanuit de kern wordt mRNA het cytoplasma ingestuurd om daar de rol als 'recept' voor eiwitten te gaan vervullen. De gevormde eiwitten gaan op hun beurt de metabole processen in de cel beïnvloeden.

De buitenste laag van het cytoplasma is de celmembraan, dat ervoor zorgt dat het niet vrij de cel uitstroomt.

Het cytoplasma bestaat uit het cytosol (de vloeibare basissubstantie) en de organellen en insluitsels die erin drijven. Het cytosol bestaat uit water, eiwitten, RNA, aminozuren (de bouwstenen van eiwitten), suikers, ionen en vele andere stoffen. Het cytoplasma bestaat voor 60 tot 95% uit water. Plantaardige cellen bevatten vaak een of meer vacuoles die voornamelijk uit water bestaan, waardoor het watergehalte van de cel maar liefst 98% is.

Het cytoskelet is een netwerk van eiwitten dat zich ook in het cytoplasma bevindt en o.a. stevigheid en vorm geeft aan de cel.

Het cytoplasma bevat dus verschillende celorganellen die elk nog eens door een membraan (van gelijke opbouw als het celmembraan) zijn omgeven en dus aparte compartimenten binnen de cel vormen. Dit heeft als voordeel dat er verschillende metabole processen binnen de compartimenten kunnen zonder dat deze elkaar verstoren. Verteringsenzymen worden bijvoorbeeld gevormd in het RER en vervolgens verpakt in lysosomen. Zouden ze vrijkomen in het cytoplasma, dan zouden ze de cel zelf afbreken, met vaak de celdood tot gevolg.