Plantkunde
De plantkunde of botanie is een tak van de natuurwetenschap. Zij wordt ook wel fytologie, of met een 'barbarisme', botanica genoemd. Het laatste woord heeft echter als voornaamste betekenis "vrouwelijke botanicus" oftewel "vrouwelijke plantkundige".
Inhoud |
Beschrijving [bewerken]
Disciplines [bewerken]
De plantkunde bestudeert onder andere de morfologie, histologie, anatomie, cytologie, de fysiologie en de systematiek van organismes die kunnen worden aangeduid als planten:
- De plantensystematiek beschrijft de vormenrijkdom aan planten, verklaart deze variatie en zorgt voor de naamgeving. De plantensystematiek steunt op veel andere disciplines binnen de biologie.
- De plantenmorfologie beschrijft de uitwendige kenmerken van de plant, en probeert de verschillende bouwplannen te onderscheiden en te verklaren.
- De plantenanatomie en histologie bestuderen de inwendige bouw van de verschillende plantenweefsels, zoals de bouw van het blad, de stengel, de wortel, de bloem, de vrucht en het zaad. In de plantenanatomie bestudeert men de bouw en de structuur van de plant en zijn organen.
- Onder plantenfysiologie wordt verstaan de studie van de levensverrichtingen: assimilatie, ademhaling, voeding zoals parasitisme (maretak), symbiose en saprofitisme, kringloop van stoffen, de werking in een cel.
- De plantenoecologie bestudeert de wisselwerking tussen planten onderling en met hun milieu. Vegetatiekunde of synoecologie kan als een onderdeel beschouwd worden.
- De plantengeografie en de floristiek (een onderdeel van de plantengeografie) is het onderzoek naar de wilde flora van een gebied, naar het verspreidingsgebied van soorten en de verklaring daarvan. Onder de flora van een gebied wordt een overzicht van de taxa (zoals families, geslachten en soorten) van planten verstaan.
- De dendrologie is de studie van bomen, struiken en in het algemeen houtige planten.
- De paleobotanie is de wetenschap die onderzoek doet naar fossiele planten.
- De fytopathologie of plantenziektekunde is de studie van de interactie tussen planten en plantpathogenen.
Omgrenzing van de planten [bewerken]
De term "planten" komt niet noodzakelijk overeen met wat wetenschappelijk Plantae heet. Traditioneel behoorden hiertoe alle fotoautotrofe organismen.
- Cryptogamen:
- Algen of wieren:
Deze groep onderscheidt zich doordat aan het organisme geen verschillende organen zijn te onderscheiden: het bestaat uit een veelcellig bladachtig geheel, dat vele vertakkingen kan hebben. Ook zijn er eencellige algen. De studie die zich bezig houdt met algen heet fycologie of algologie. Eén van de bestudeerde groepen zijn groenwieren (Chlorophyta). Ook worden groepen bestudeerd die niet (meer) tot de planten worden gerekend, zoals blauwalgen (Cyanobacteria), kiezelwieren of diatomeeën (Bacillariophyta), bruinwieren (Phaeophyta) en roodwieren (Rhodophyta) - Schimmels (Fungi):
Tradioneel werden de paddenstoelen en andere schimmels gerekend tot de planten, maar deze organismen worden tegenwoordig niet meer gerekend tot de 'planten'; ze zijn meer verwant aan de dieren. De mycologie is de studie van de schimmels.
Een speciaal onderdeel van de schimmels wordt gevormd door de korstmossen (Lichenes). De lichenologie is de studie van de korstmossen. - Vaatcryptogamen of Sporenplanten:
Deze planten zich voort en verspreiden zich door sporen. Hiertoe behoren de mossen en de varens. De takken van wetenschap die zich met deze groepen bezig houdt heten bryologie, resp. pteridologie. Deze groepen worden wel tot de planten gerekend.
- Algen of wieren:
- Fanerogamen:
- Zaadplanten:
Deze groep is gekenmerkt doordat de voortplanting en de verspreiding plaats vindt door middel van zaden. De coniferen, palmvarens en bloemplanten behoren onder andere tot deze groep.
- Zaadplanten:
Bijzondere plantkunde [bewerken]
Tot de bijzondere plantkunde horen vakgebieden als:
- algologie of fycologie (algen)
- bryologie (mossen)
- lichenologie (korstmossen)
- mycologie (schimmels)
- pteridologie (varens)
Geschiedenis [bewerken]
Theophrastus van Eresus (ongeveer 371 – 287 v.Chr.), een leerling van Aristoteles, wordt als één der eerste botanici beschouwd en wordt wel eens de "Vader van de Plantkunde" genoemd. In de causis plantarum en de historia plantarum beschreef hij 480 groepen planten, die hij indeelde op basis van veelal morfologische kenmerken. Enkele plantengeslachten die beschreven werden door Theophrastes zijn Crataegus, Daucus, Asparagus en Narcissus.
In de vroege middeleeuwen was er al sprake van kloostertuinen. Monniken en abten gingen zich dan ook toeleggen op de studie van planten. In 795 liet Karel de Grote de Capitulare de villis vel curtis imperii uitvaardigen die een beeld gaf van de toenmalige plantenkennis.
Wanneer vanaf het einde van de 15e eeuw de wereldreizigers grote delen van de wereld verkenden en de Europese staten volop in expansie waren, was er in Europa een groeiende import van exotische planten. De Vlamingen gaven in de studie van de plantkunde op dat moment de toon aan. Keizer Karel V bracht in 1535 de fluweelbloem (Tagetes patula) mee uit Tunis en in 1537 tulpenbollen uit Cappadocië. In 1597 bereikte ons de mosroos (Rosa muscoso) en komkommerzaad was er vanaf 1598.
Bekende onderzoekers van dat moment waren:
- Rembert Dodoens, die met Cruydeboek een basishandboek voor de plantkunde maakte.
- Charles de l'Escluse, hoofd van de kruidtuin in Wenen.
- Matthias de l'Obel, die onderzoek deed naar rozen.
Daarnaast droegen veel particulieren, die de tuin als hun hobby beschouwden, bij tot nieuwe ontwikkelingen. Zij waren vooral van belang voor de import van nieuwe planten waarmee ze hun collectie konden uitbreiden.
- Karel van Sint-Omaars, die van groot belang was vanwege de talrijke afbeeldingen van planten die hij Jacob van den Coornhuuse liet maken.
- Peeter van Coudenberghe had als apotheker een wereldvermaarde kruidtuin in Antwerpen.
- Ogier van Busbeke was werkzaam in Constantinopel maar stuurde veel onbekende planten naar het keizerlijk hof.
- Geraard van Veltwijck
- Maria de Brimeu
- Christine Bertolf
- Anselmus Boëtius de Boodt, Florum, herbarum ac fructuum selectiorum icones
Na de val van Antwerpen in 1585 vluchtte een deel van de intellectuele elite uit de Zuidelijke Nederlanden en kwam er een einde aan de vooraanstaande positie van de Vlamingen. De kennis verschoof naar het Noorden waar het bloeiende handelsimperium van de Verenigde Provinciën ook een vruchtbare bodem de ontdekking nieuwe planten uit de kolonies. In het noorden werden tuinen een zaak van handelaars, terwijl in het zuiden de adel en heersers de botanische interesses overnamen.
Indeling en morfologie [bewerken]
Tegen het midden van de 18de eeuw was de omvang van het botanisch materiaal als gevolg van uitvoerige exploraties enorm opgelopen in de tuinen en herbaria. Dit vroeg om een systematisch manier van catalogiseren. Deze classificatie van planten was een taak van de systematici.
De classificatie van planten is over de tijd veranderd van een "kunstmatige" indeling op basis van de plantenmorfologie (algemene gewoonte en vorm), via pre-evolutionaire 'natuurlijke' indeling die gebruik maken van gelijkenis op basis van één of meer eigenschappen van de plant, tot tot post-evolutionaire "natuurlijke" indeling die eigenschappen gebruiken die gerelateerd zijn aan de fylogenie.
Zie ook [bewerken]
- Botanical Research Institute of Texas
- Council on Botanical and Horticultural Libraries
- Etnobotanie
- European Botanical and Horticultural Libraries Group
- Fytopathologie
- Secundaire plantenstoffen
- American Society of Plant Taxonomists
- Botanical Society of America
- Botanical Society of the British Isles
- Botanical Society of Scotland
- Deutsche Botanische Gesellschaft
- International Association for Plant Taxonomy
- Koninklijke Belgische Botanische Vereniging
- Koninklijke Nederlandse Botanische Vereniging
- Organization for the Phyto-Taxonomic Investigation of the Mediterranean Area
- Phytochemical Society of Europe
- Phytochemical Society of North America
- Society for Economic Botany
- Torrey Botanical Society
- Lijst van auteursaanduidingen in de botanische nomenclatuur
| Biologie | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
||||||||||||||||||