Komkommer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Komkommer
Minikomkommer 'Melita'
'Gele Tros'
Mannelijke bloem van 'Gele Tros'
Lengtedoorsnede rijpe komkommer
Gesealde komkommer
Aantasting door spint
Valse meeldauw
Echte meeldauw

De komkommer is een vrucht die in Nederland en België vooral rauw als salade wordt gegeten. De komkommer behoort tot de soort Cucumis sativus, die al meer dan 3000 jaar gekweekt wordt. Aan één stengel kunnen tientallen komkommers groeien. De tegenwoordig gekweekte komkommer heeft alleen maar vrouwelijke bloemen, waar zonder bestuiving of bevruchting de komkommer uit groeit. De gele en witte komkommer hebben wel vrouwelijke en mannelijke bloemen.

Het genoom van de komkommerplant is in kaart gebracht en omvat 25.000 genen.

Teelt[bewerken]

De plant is een klimplant met hechtranken, maar kan ook horizontaal groeiend op de grond geteeld worden. Voordat er kassen waren werden de komkommers op broeiveuren onder platglas geteeld. Later werd het platte glas rechtop gezet en vormde zo een kas. In de glastuinbouw worden de planten langs binddraad omhoog geleid. In Nederland en België wordt de komkommer sinds ongeveer 1960 in verwarmde kassen geteeld zodat komkommers het gehele jaar verkrijgbaar zijn. In deze kassen groeien de komkommers nadat ze hebben gebloeid in ongeveer 10 tot 14 dagen uit naar een volledige komkommer, dus van een komkommer van minder dan 50 gram naar een komkommer van tussen de 400 en 450 gram. Om gedurende het hele jaar te kunnen leveren worden er twee tot drie teelten per jaar geplant en geoogst.

De vrucht wordt geoogst als deze nog donkergroen is. Een rijpe vrucht verkleurt naar geelgroen. Doordat de vrucht parthenocarp is, wordt er ook als er geen bestuiving optreedt wel een vrucht gevormd maar geen zaden; soms zijn echter nog wel rudimentaire zaden aan de zaadlijsten te zien. De in de beroepsteelt geteelde rassen vormen alleen vrouwelijke bloemen, waardoor er geen bestuiving plaats kan vinden. Sommige oude rassen, zoals de 'Gele Tros' gebruikt door volkstuinders, vormen echter naast vrouwelijke ook mannelijke bloemen. Hierdoor kan bijvoorbeeld door de honingbij of hommels zelfbestuiving en zaadvorming optreden. Bij bevruchting van alle zaadknoppen groeit de komkommer normaal uit, maar wel met zaden, die in het jonge stadium nog wel eetbaar zijn. Bij onvolledige bevruchting groeit de vrucht meer bolvormig en vormt zogenaamde zaadkonten.

De vruchten, die in Nederland en België worden gegeten, zijn in de regel 35 tot 39 centimeter lang en 5 cm in diameter met een gewicht van 350 tot 450 gram. Kleinere komkommers, de zogenaamde minikomkommers, komen echter ook voor, vooral in Engeland. Deze komkommers zijn 14 - 18 cm lang met een gewicht van 110 - 130 gram. Er bestaat een gele en een witte variant. In de omgeving van Utrecht zijn nog lang de gele komkommers onder platglas geteeld. Door verdwijning van het platte glas en doordat de gele komkommer niet bittervrij is, is deze teelt verdwenen.

Bereiding[bewerken]

De komkommer wordt meestal als salade gegeten, al dan niet geschild. Soms worden de zaadlijsten verwijderd. De komkommer kan worden geraspt of in dunne plakken gesneden. Komkommersalade wordt aangemaakt met olie, azijn, wat zout en peper. Eventueel kan ook fijngesneden ui worden toegevoegd of andere kruiden, zoals dille of peterselie.

Komkommersalade is erg vochtig. Als dit niet wenselijk wordt geacht, kan men de gesneden of geraspte komkommer eerst laten uitlekken in een zeef. Door het toevoegen van zout gaat dit uitlekken sneller.

Komkommer kan ook worden gestoofd, gevuld met gehakt om in de oven gaar te braden, of als garnering worden gebruikt.

Een Grieks recept met komkommer is tzatziki. Geraspte komkommer wordt vermengd met dikke Griekse of Bulgaarse yoghurt, veel knoflook uit de knijper en vrij veel zout. Ook hierbij moet ervoor worden gezorgd dat het geheel niet te vochtig wordt. Men kan zowel de yoghurt als de komkommer daartoe laten uitlekken.

Bewaren voor consumptie[bewerken]

Komkommers kunnen het beste geseald worden bewaard, dat bij een temperatuur van 10 °C tot 13 °C. Als ze in de koelkast worden bewaard, blijven ze minder lang goed. Dit komt doordat de organismen die er al in zitten beter gedijen op een lage temperatuur dan op kamertemperatuur en daarom de komkommer sneller bederven.

Inhoudstoffen[bewerken]

Komkommer bevat vooral water en weinig voedingsstoffen. De voedingswaarde, uitgedrukt per 100 gram ongeschild product, is:

Water 94 g
Energetische waarde 33 kJ / 8kcal
Koolhydraten 2 gram
Eiwit 0,6 gram
Vitamine B1 0,03 mg
Vitamine B2 0,01 mg
Vitamine C 10 mg
Kalium 124 mg
Calcium 14 mg
Fosfor 34 mg
IJzer 0,2 mg
Vezels 0,3 g

Ziekten en beschadigingen[bewerken]

De komkommerplant kan aangetast worden door verschillende virussen, schimmels en plagen.

Plagen:

Schimmels:

Virussen:

  • Bleke-vruchtenziekte
  • Komkommermozaïkvirus
  • Komkommerbontvirus
  • Necrose, meloennecrosevirus en tabaksnecrosevirus
  • Vergelingsziekte

Trivia[bewerken]

  • De komkommertijd krijgt zijn naam van het zomerseizoen, waarin komkommers volop worden aangevoerd, maar waarin er over het algemeen weinig nieuws is te melden door de media.
  • De princeps Tiberius wordt gezegd een serre "avant la lettre" te hebben laten aanleggen door zijn slaven om heel het jaar door verse komkommers te kunnen eten.[1]
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Plinius de Oudere, Naturalis historia XIX 23 § 64, Columella, De Re Rustica XI 3 § 52-53.