Ascorbinezuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
L-Ascorbinezuur
Structuurformule en molecuulmodel
Structuurformule van L-ascorbinezuur
Structuurformule van L-ascorbinezuur
Algemeen
Molecuulformule
     (uitleg)
C6H8O6
IUPAC-naam (2R)-2-[(1S)-1,2-dihydroxyethyl]- 4,5-dihydroxyfuran-3-on
Andere namen vitamine C, E300,
2-oxo-L-threo-hexono-
1,4-lacton-2,3-eendiol
of
(R)-3,4-dihydroxy-
5-((S)-1,2-dihydroxyethyl)
furan-2(5H)-on
Molmassa 176,1256 g/mol
SMILES
C([C@@H]([C@@H]1C(=O)C(=C(O1)O)O)O)O
CAS-nummer 50-81-7
PubChem 5785
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestand vast
Kleur wit
Smeltpunt 190-192 °C
Goed oplosbaar in Water
Analytische methoden
Klassieke analyse titratie met DCPIP
Nutritionele eigenschappen
Type nutriënt vitamine, antioxidant
Essentieel? voor mensen, mensapen en enkele andere diersoorten
Komt voor in groenten en fruit (vooral citrusvruchten)
Type additief conserveermiddel, antioxidant
E-nummer E300
Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Ascorbinezuur, bekend als vitamine C, is een in water oplosbare organische verbinding. De belangrijkste bronnen van vitamine C zijn citrusvruchten en andere soorten fruit, evenals de groeiende uiteinden (knoppen en scheuten) van verscheidene planten.

De vitamine wordt vaak als antioxidant toegevoegd aan levensmiddelen. Het E-nummer van ascorbinezuur is E300.

De naam ascorbinezuur is afgeleid van a (niet) en scorbus, een woord dat verbasterd is tot scheurbuik. Ascorbinezuur is dus een zuur dat scheurbuik voorkomt. Van ascorbinezuur afgeleide zouten heten ascorbaten.

Geschiedenis[bewerken]

In de 18e eeuw werd bekend dat met name citroensap een probaat middel was ter voorkoming van scheurbuik. In eerste instantie dacht men dat het zuur van de citroen scheurbuik voorkwam. Geneesheren of kwakzalvers uit die tijd gaven soms azijn tegen scheurbuik wat niet hielp. Vanaf het einde van de 19e eeuw was men op zoek naar de zogenaamde “antischeurbuikfactor”. Verscheidene soorten fruit en groente werden onderzocht op de mate waarin zij scheurbuik konden voorkomen.[1][2] Inmiddels was ook bekend dat de stoffen die scheurbuik konden voorkomen reducerende eigenschappen hadden.[3] Sinds 1920 was bekend dat in de bijnieren oxiderende stoffen voorkomen. In 1928 deed Albert Szent-Györgyi onderzoek naar stoffen die deze effecten tegen gaan: reducerende stoffen. Daarbij ontdekte hij een stof die hij de naam hexoruninezuur gaf.[4] Szent-Györgyi gaf aan dat deze stof identiek leek te zijn aan de reducerende stof in citroensap. Deze stof was al langer bekend onder de namen vitamine C en antischeurbuikfactor. Men had toen echter nog geen idee wat de chemische structuur van deze stof was. In 1932 waren het met name Tillmans en Hirsch die aanwijzingen hadden dat de stof van Szent-Györgyi, het hexoruninezuur, wel eens vitamine C kon zijn.[5] In 1933 werd bekend dat de stof van Szent-Györgyi identiek bleek te zijn aan vitamine C/antischeurbuikfactor,[6] en de naam hexoruninezuur werd vervangen door ascorbinezuur.[7]

De Amerikaanse arts Frederick R. Klenner heeft medio 20e eeuw gepropageerd vitamine C als geneesmiddel toe te passen bij vele ziekten door de dosis sterk te verhogen. Tientallen grammen vitamine C per dag toedienen door middel van injecties was geen uitzondering. Er is echter nimmer aangetoond dat hierdoor de kans op bijvoorbeeld verkoudheden of andere virale infecties zou dalen. De onderzoeken van Klenner voldoen niet aan de toets van de moderne methodologische kritiek. (dubbelblind gerandomiseerd onderzoek met controlegroep).

Biochemie[bewerken]

Vitamine C komt in twee vormen voor, beide aanwezig in diverse biologische weefsels en voeding, namelijk, L-ascorbinezuur en L-dehydroascorbinezuur. Deze vormen kunnen via redoxchemie, via een tussenvorm, in elkaar overgaan.

Strikt genomen zouden deze drie stoffen apart gedefinieerd moeten worden. In de praktijk worden de termen vitamine C en ascorbinezuur als synoniemen gebruikt.

Een stereo-isomeer van ascorbinezuur is erythorbinezuur. Deze verbinding is ook onder de naam iso-ascorbinezuur bekend.

Endosynthese[bewerken]

Planten en de meeste dieren zijn in staat om hun eigen vitamine C te maken. De mens, mensapen, vleerhonden (tropen) en cavia's zijn vrijwel de enige diersoorten, die zelf geen vitamine C aan kunnen maken. Dit wordt veroorzaakt door een defect in het gulonolacton-oxidase-gen (GULO-gen), het laatste van een reeks van 5 genen die zorgen voor de enzymen die glucose omzetten in ascorbinezuur. Genoemde diersoorten kunnen het enzyme L-gulonolacton-oxidase niet maken waardoor de laatste stap in de synthese van vitamine C niet kan plaatsvinden. In die gevallen moet ascorbinezuur via de voeding binnenkomen. Voor de mens en genoemde diersoorten is vitamine C dus een zogenaamd essentieel nutriënt.

Functies[bewerken]

  • Nodig bij de synthese van collageen, de meest voorkomende bouwstof van het menselijk lichaam
  • Spiermetabolisme
  • Versterkt de absorptie van ijzer in de darm
  • Synthese hormonen
  • Functioneert als co-enzym in meer dan 800 verschillende biochemische reacties in het lichaam waaronder hydroxylatie.
  • Immuunsysteem

Bronnen[bewerken]

Natuurlijke bronnen[bewerken]

De gele of rode paprika is in verhouding een grote bron van vitamine C onder de groenten en bij fruit is dit de kiwi (zie tabel hieronder). Een paprika bevat twee keer zoveel vitamine C per 100 gram als een kiwi, maar men eet sneller 100 gram kiwi dan 100 gram paprika, dat vaak verwerkt is in een (hoofd)maaltijd. De sinaasappel bevat naar verhouding veel minder vitamine C. Een uitgeperste sinaasappel bevat ongeveer evenveel vitamine C als een sinaasappel die wordt gegeten.

groente/fruit mg vitamine C per 100 gram
Rozenbottels 1250 [8]
Guave 220 [9]
Paprika, gemiddeld 150 [10]
Zwarte Bessen 150 [11]
Peterselie 154
Witlof 112
Broccoli 93,2
Paprika, groen 89,3
Spruitjes 85
Kiwi 65 [12]
Koolraap 62
Papaja 61,8
Kool, rode 57
Aardbeien 56,7
Sinaasappel 53,2
Citroen 53
Kool, witte 51
Bloemkool 46,4
Kool, Chinese 45
Zoete aardappel, Bataat 26 [13]
Aardappel 8 [14]

Opname in het lichaam[bewerken]

In het algemeen wordt vitamine C uit groente en fruit goed door het lichaam opgenomen. Vitamine C uit gekookte broccoli, sinaasappelsap, fruit en synthetisch vitamine C (zoals deze voorkomt in een vitaminepil of voedingssupplement), hebben dezelfde biologische beschikbaarheid (worden even goed door het lichaam opgenomen).[15] Een dosis (synthetisch) vitamine C in pil-vorm van maximaal 180 mg (meer dan dagelijks nodig) wordt voor ten minste 80% door het lichaam opgenomen. Het belang van flavonoïden bij de opname van vitamine C is nog onvoldoende aangetoond.[16] De vitamine C inhoud in een zelfde stuk groente of fruit verschilt sterk: de hoeveelheid vitamine C in sinaasappels, afkomstig van dezelfde plantage, verschilt per sinaasappel. Het opslaan van en bewerken (koken e.d.) van voedsel beïnvloedt de hoeveelheid vitamine C. Zo wordt vitamine C uit rauwe broccoli 20% minder goed opgenomen, dan die uit gekookte broccoli.

De inname (als voedingssupplement) tot een maximum van enkele grammen vitamine C, leidt tot dezelfde hoeveelheid vitamine C in het bloed, als 200-300 mg vitamine C afkomstig uit voedsel. Dat betekent dat het slikken van enkele grammen (of minder) vitamine C per dag zinloos is als men voldoende groente en fruit eet.[17] Er zijn mensen die baat menen te hebben bij hogere concentraties vitamine C in het bloed, bijvoorbeeld ter voorkoming van een verkoudheid. Echter, om dat te bereiken dient men bijzonder veel te slikken, omdat het lichaam zeer efficiënt is in het verwijderen van vitamine C.[18] De effectiviteit van dergelijke megadoses is overigens niet aangetoond en kunnen ook bijwerkingen zoals diarree hebben.

Tekort aan vitamine C[bewerken]

Een tekort aan vitamine C kan aanleiding geven tot het ontstaan van scheurbuik. Scheurbuik treedt op nadat men ongeveer drie maanden geen vitamine C tot zich heeft genomen en gaat gepaard met (onder andere) de volgende symptomen:[19]

  • pijn in de botten
  • spierpijn
  • rode vlekken
  • bloeduitstortingen
  • loszittende tanden
  • anemie
  • plotseling komen te overlijden

Studies bij gezonde vrijwilligers hebben uitgewezen dat vitamine C-deficiëntie in minder dan een maand kan ontstaan.[20] Subklinische vitamine C-deficiëntie komt veel vaker voor dan wel wordt verondersteld.[21]

Benodigde hoeveelheden vitamine C per dag[bewerken]

Voor de stofwisseling is een kleine hoeveelheid nodig; een dosis van 60 milligram, verspreid over de dag, wordt aanbevolen.

Volgens de chemicus en Nobelprijswinnaar Linus Pauling zou de dagelijkse inname 2,3 tot 9,5 gram moeten bedragen. De meeste voedingsdeskundigen zijn dit niet met hem eens.

Bron: Food and Nutrition Board, National Academy of Sciences-Institute of Medicine, 2005.

Doelgroep mg vitamine C per dag
Kinderen
0-6 mnd. 40
7-12 mnd. 50
1-3 jr. 15
4-8 jr. 25
Mannen
9-13 jr. 45
14-18 jr. 75
19+jr. 90
Vrouwen
9-13 jr. 45
14-18 jr. 65
19+ jr. 75
Zwanger
tot 18 jr. 80
19+ jr. 85
Zogend
tot 18 jr. 115
19+ jr. 120

Klinische toepassingen[bewerken]

Vitamine C en verkoudheid[bewerken]

Een Cochrane review van onderzoeken naar het effect van vitamine C als preventie tegen verkoudheid en ter behandeling van de symptomen van verkoudheid leverde de volgende conclusies op: Hoeveelheden tot 2 gram per dag gaven een minimale vermindering van de kans op een verkoudheid, ca 5%, wat net statistisch significant was bij 11.000 patiënten. In een subgroep die zware lichamelijk arbeid verrichtte (mariniers op oefening in de sneeuw) was er wel een ook klinisch significant effect, een reductie van ca 50%.[22] Bij dertig onderzoeken met samen 9676 patiënten trad een geringe reductie van 8% in de duur van de verkoudheid op, bij kinderen wat meer, 13%. Dit was wederom statistisch significant.[22] Behandeling met vitamine C nadat de eerste symptomen van verkoudheid al waren opgetreden (7 onderzoeken, meer dan 3000 verkoudheidsepisoden) gaf geen significant verschil met placebo te zien noch voor de symptomen noch voor de duur van de verkoudheid.[22] De onderzoekers die de review deden concluderen dat "Het gebruik van megadoses vitamine C om verkoudheden te voorkomen wegens gebrek aan effect in de algemene bevolking niet gerechtvaardigd is", maar dat "het wel te rechtvaardigen is bij personen die kortdurende hevige inspanningen moeten leveren en/of in een koude omgeving". Voorstanders werpen dan weer tegen dat het effect pas bij nog grotere doses merkbaar zou worden; maar dan is het weer nagenoeg onmogelijk om het onderzoek dubbelblind te doen door het op gaan treden van duidelijke bijwerkingen op het maag-darmkanaal.

Vitamine C en kanker[bewerken]

Preventie[bewerken]

Een Cochrane-review naar het effect van verschillende antioxidantia (onder andere vitamine C: vier onderzoeken van hoge kwaliteit) toonde geen effect van antioxidantia op het voorkomen van kankers van het maag-darmkanaal aan. Er waren zelfs aanwijzingen dat de mortaliteit toe zou kunnen nemen.[23]

Therapie[bewerken]

De inzet van vitamine C in de kankertherapie begon met een publicatie in 1978, van Linus Pauling en Ewan Cameron in het invloedrijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.[24] Zij vonden dat toediening van 10 gram vitamine C per dag (waarbij de eerste 10 dagen parenteraal toegediend werd) de overleving van 100 terminale kankerpatiënten verbeterde in vergelijking met 100 niet behandelde patiënten. De studie werd bekritiseerd vanwege de studieopzet (niet gerandomiseerd, controlegroep niet vergelijkbaar). Kort daarna werd twee studies gepubliceerd die wél aan de wetenschappelijke eisen voldeden en waarin geen effect werd gevonden van vitamine C bij kanker.[25][26] Sindsdien wordt aan mensen die een chemokuur en/of bestraling ondergaan afgeraden om supplementen met vitamine C slikken.

Voor oraal toegediende vitamine C is die conclusie sindsdien niet veranderd. Maar voor vitamine C die parenteraal (via injectie of infuus) wordt toegediend en waarbij veel hogere weefselconcentraties bereikt kunnen worden dan ooit met orale toediening mogelijk is, zijn wetenschappers tot de conclusie gekomen dat die resolute afwijzing van vitamine C in de kankertherapie heroverweging verdient.[17][27]

In hoge concentraties blijkt vitamine C toxisch te zijn voor kankercellen (in weefselkweek).[17][28] Megadoseringen vitamine C genereren waterstofperoxide dat sommige kankercellen selectief doodt zonder de normale gezonde cellen aan te tasten. Vitamine C-deficiëntie blijkt de overlevingprognose van kankerpatiënten duidelijk te verslechteren.[29]

Franse wetenschappers bewezen in februari 2009 dat vitamine C - in zeer hoge doses, parenteraal (via injectie) toegediend, in staat was om de groei van kankercellen te vertragen en onder controle te houden. Bij muizen met kanker werd vitamine C geïnjecteerd. De vitamine had geen vervelende nevenwerkingen op de dieren, de overlevingstijd van de proefdieren steeg enorm, de tumorgroei werd stopgezet en de vorming van metastasen blokkeerde volledig.[30] Een soortgelijk resultaat was eerder al bij muizen gevonden,[31] evenals in in-vitro-onderzoek.[32]
Naar aanleiding van een aantal publicaties waarbij, in individuele gevallen, parenteraal toegediende vitamine C gunstige effecten had in de kankertherapie[33] publiceerden in 2007 onderzoekers van de Kwandong Universiteit in Zuid-Korea een onderzoek waarbij vitamine C, zowel parenteraal als oraal toegediend, de levenskwaliteit van terminale kankerpatiënten signifcant bleek te kunnen verbeteren.[34] Inmiddels zijn er nog andere casus-beschrijvingen gepubliceerd van patiënten waarbij de tumor compleet verdween als gevolg van parentereaal toegediende, hoge doseringen vitamine C.[35][36]

Uit onderzoek van de consumentenbond in 2005 naar het verschil tussen biologische en gangbare groenten, bleek 10 van de 14 onderzochte groenten (zowel biologisch als gangbaar) méér dan 60% minder vitamine C te bevatten dan oude voedingsmiddelen tabellen aangeven, maar die nog steeds gebruikt worden.[bron?]

Te veel vitamine C[bewerken]

Voorbeelden van de giftigheid van vitamine C zijn zeldzaam. De meeste mensen verdragen enkele grammen per dag probleemloos. Doses vanaf ongeveer 10 gram kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van diarree. In zeldzame gevallen kan orgaanschade ontstaan. Door ijzerstapeling, ontstaan nierstenen, of treden andere ernstige bijwerkingen op. In de meeste van deze gevallen, hadden de betroffen patiënten een onderliggende ziekte.[16]

Het lijkt erop dat het lichaam een beschermingsmechanisme heeft tegen hoge doses vitamine C: voor doses van 200 milligram of meer, geldt dat de opname ervan door het lichaam sterk afneemt.[bron?] Tevens is het zo dat excessieve hoeveelheden vitamine C die in het bloed zijn terechtgekomen, op efficiënte wijze met de urine worden uitgescheiden. Over de veiligheid van vitamine C die intraveneus wordt toegediend is veel minder bekend.

Rebound effect[bewerken]

Wanneer plotseling gestopt wordt na het dagelijks gebruik van zeer hoge doseriningen vitamine C (vele grammen), kan het zogenaamde "rebound effect" optreden. Dit verschijnsel houdt in dat mensen die langdurig hoge doses vitamine C slikken plotseling verschijnselen van vitamine C-deficiëntie gaan vertonen wanneer plotseling met de inname ervan wordt gestopt. Dit kan verklaard worden doordat ascorbaat-afhankelijke enzymreacties nog 24 tot 48 uur doorgaan nadat de inname van vitamine C is gestopt, waardoor vitamine C wordt verbruikt die niet aangevuld wordt.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Delf EM. The Antiscorbutic Value of Cabbage. I. The Antiscorbutic and Growth Promoting Properties of Raw and Heated Cabbage: with an appendix by F. M. Tozer, On the Histological Diagnosis of Experimental Scurvy. (1918) Biochem J 12:416-447. PMID 16742774 gratis volledige artikel.
  2. (en) Zilva SS. The Antiscorbutic Fraction of Lemon Juice. I. (1924) Biochem J 18:182-185. PMID 16743282 gratis volledige artikel. Dit is de eerste van een serie van tien publicaties getiteld "The Antiscorbutic Fraction of Lemon Juice", in hetzelfde tijdschrift volgden later de andere negen delen. Hier volgen de PubMed-IDs van de andere negen delen: 2. PMID 16743440, 3. PMID 16743545, 4. PMID 16743742, 5. PMID 16743885, 6. PMID 16743943, 7. PMID 16744081, 8. PMID 16744309, 9. PMID 16744518, 10. PMID 16744897
  3. (en) Connell SJ, Zilva SS. The Reducing Properties of Antiscorbutic Preparations. (1924) Biochem J 18:638-640. PMID 16743441 gratis volledige artikel.
  4. (en) Szent-Györgyi A. Observations on the function of peroxidase systems and the chemistry of the adrenal cortex: Description of a new carbohydrate derivative. (1928) Biochem J 22:1387-1409. PMID 16744155 gratis volledige artikel.
  5. (en) Harris LJ, Ray SN. Specificity of hexuronic (ascorbic) acid as antiscorbutic factor. (1933) Biochem J 27:580-589. PMID 16745131 gratis volledige artikel.
  6. (en) Herbert RW et al. The constitution of ascorbic acid. J. Chem. Soc. 1933, 1270-1290.
  7. (en) Szent-Györgyi A, Haworth N. ‘Hexuronic Acid’ (Ascorbic Acid) as the Antiscorbutic Factor. Nature. 1933; 131: 24.
  8. http://www.voedingswaardetabel.nl/voedingswaarde/voedingsmiddel/?id=915
  9. http://www.voedingswaardetabel.nl/voedingswaarde/voedingsmiddel/?id=1021
  10. http://www.voedingswaardetabel.nl/voedingswaarde/voedingsmiddel/?id=763
  11. http://www.voedingswaardetabel.nl/voedingswaarde/voedingsmiddel/?id=836
  12. http://www.voedingswaardetabel.nl/voedingswaarde/voedingsmiddel/?id=716
  13. http://www.voedingswaardetabel.nl/voedingswaarde/voedingsmiddel/?id=829
  14. http://www.voedingswaardetabel.nl/voedingswaarde/voedingsmiddel/?id=605
  15. (en) Sauberlich HE. Pharmacology of vitamin C. Annu Rev Nutr. 1994;14:371-91.
  16. a b (en) Bates CJ. Bioavailability of vitamin C. Eur J Clin Nutr. 1997;51 S1:S28-33
  17. a b c (en) Padayatty SJ, Sun H, Wang Y, et al. Vitamin C pharmacokinetics: implications for oral and intravenous use. (2004) Ann Intern Med 140:533-537. PMID 15068981 gratis volledige artikel
  18. (en) Hickey S. Roberts H.J. (2004) Ascorbate: The Science of Vitamin C, Lulu press.
  19. (en) Fain O. Carences en vitamine C. Rev Med Interne. 2004 Dec;25(12):872-80.
  20. (en) Levine M, Conry-Cantilena C, Wang Y, et al. Vitamin C pharmacokinetics in healthy volunteers: evidence for a recommended dietary allowance. (1996) Proc Natl Acad Sci U S A 93:3704-3709. PMID 8623000 gratis volledige artikel. In deze studie nam bij gezonde vrijwilligers die een volledig vitamine C vrij dieet volgden in minder dan een maand de vitamine C-concentratie in het bloed af tot minder dan 10 micromol per liter. Bij dergelijke concentraties treedt vermoeidheid op en duurt het niet lang of ook de fysieke kenmerken van scheurbuik treden op.
  21. (en) Johnston CS, Thompson LL. Vitamin C status of an outpatient population. (1998) J Am Coll Nutr 17:366-370. PMID 9710847 gratis volledige artikel.
  22. a b c (en) Douglas RM, Hemilä H, Chalker E, D'Souza RRD, Treacy B. Vitamin C for preventing and treating the common cold. The Cochrane Database of Systematic Reviews 2006 Issue 4 artikel
  23. (en) Bjelakovic G, Nikolova D, Simonetti RG, Gluud C. Antioxidant supplements for preventing gastrointestinal cancers. The Cochrane Database of Systematic Reviews 2006 Issue 4artikel
  24. (en) Cameron E, Pauling L. Supplemental ascorbate in the supportive treatment of cancer: reevaluation of prolongation of survival times in terminal human cancer. (1978) Proc Natl Acad Sci U S A 75:4538-4542. PMID 279931 gratis volledige artikel.
  25. (en) Creagan ET, Moertel CG, O'Fallon JR, et al. Failure of high-dose vitamin C (ascorbic acid) therapy to benefit patients with advanced cancer. A controlled trial. (1979) N Engl J Med 301:687-690. PMID 384241.
  26. (en) Moertel CG, Fleming TR, Creagan ET, et al. High-dose vitamin C versus placebo in the treatment of patients with advanced cancer who have had no prior chemotherapy. A randomized double-blind comparison. (1985) N Engl J Med 312:137-141. PMID 3880867. Dit onderzoek werd door Pauling en anderen bekritiseerd omdat vitamine C uitsluitend oraal werd toegediend. Pauling had in zijn eigen onderzoek de vitamine C ook parenteraal toegediend
  27. (en) Ohno S, Ohno Y, Suzuki N, et al. High-dose Vitamin C (Ascorbic Acid) Therapy in the Treatment of Patients with Advanced Cancer. (2009) Anticancer Res 29:809-815. PMID 19414313 gratis volledige artikel.
  28. Uit de publicatie van Padayatty et al. uit 2004 (zie elders in de literatuurlijst) blijkt dat vitamine C toxisch is voor kankercellen in concentraties die groter zijn dan 1000 µmol/L. Dergelijke concentraties kunnen onmogelijk bereikt worden door orale toediening, daarbij komt met hooguit tot 100-200 µmol/L. Door intraveneuze toediening (injectie) van vitamine C kunnen echter concentraties worden bereikt van 15000 µmol/L, De auteurs sluiten dan ook af met de conclusie dat op basis hiervan de rol van vitamine C in de kankertherapie geherevalueerd moet worden.
  29. (en) Mayland CR, Bennett MI, Allan K. Vitamin C deficiency in cancer patients. (2005) Palliat Med 19:17-20. PMID 15690864.
  30. (en) Belin S, Kaya F, Duisit G, et al. Antiproliferative effect of ascorbic acid is associated with the inhibition of genes necessary to cell cycle progression. (2009) PLoS ONE 4:e4409. PMID 19197388 gratis volledige artikel.
  31. (en) Chen Q, Espey MG, Sun AY, et al. Pharmacologic doses of ascorbate act as a prooxidant and decrease growth of aggressive tumor xenografts in mice. (2008a) Proc Natl Acad Sci U S A 105:11105-11109. PMID 18678913 gratis volledige artikel. In dit onderzoek was via injectie (intraperitoneaal) toegediende vitamine C bij muizen in staat tumoren te laten slinken, zonder negatieve gevolgen voor gezonde cellen. Frei & Lawson schreven in hetzelfde tijdschrift een Redactioneel commentaar op deze studie (PMID 18682554).
  32. (en) Chen Q, Espey MG, Krishna MC, et al. Pharmacologic ascorbic acid concentrations selectively kill cancer cells: action as a pro-drug to deliver hydrogen peroxide to tissues. (2005) Proc Natl Acad Sci U S A 102:13604-13609. PMID 16157892 gratis volledige artikel.
  33. (en) Drisko JA, Chapman J, Hunter VJ. The use of antioxidants with first-line chemotherapy in two cases of ovarian cancer. (2003) J Am Coll Nutr 22:118-123. PMID 12672707 gratis volledige artikel. In deze publicatie worden twee patiënten met eierstokkanker beschreven die, naast de reguliere therapie, behandeld werden met antioxidanten en parenteraal (via injectie) toegediende vitamine C. De tumor verdween volledig en deze bleef weg tot minimaal drie jaar na dato.
  34. (en) Yeom CH, Jung GC, Song KJ. Changes of terminal cancer patients' health-related quality of life after high dose vitamin C administration. (2007) J Korean Med Sci 22:7-11. PMID 17297243. Aan de Kwandong Universiteit in Zuid-Korea kreeg een groep van 39 terminale kankerpatiënten die geen chemokuur volgden 10 gram vitamine C intraveneus toegediend met een tussenpoos van drie dagen. Bovendien namen de patiënten dagelijks vier gram vitamine C oraal. De levenskwaliteit werd beoordeeld aan de hand van de veelgebruikte EORTC QLQ-C30 vragenlijst. Op deze schaal verbeterde de gezondheidsscore van 36 naar 55 na de toedieningen van vitamine C, wat een groot significant verschil was.
  35. (en) Padayatty SJ, Riordan HD, Hewitt SM, et al. Intravenously administered vitamin C as cancer therapy: three cases. (2006) CMAJ 174:937-942. PMID 16567755 gratis volledige artikel. De drie patiënten in deze publicatie hadden conventionele kankertherapie geweigerd en kozen in plaats daarvoor voor parenterale toediening van vitamine C, aangevuld met verschillende voedingssupplementen
  36. (en) Riordan HD, Riordan NH, Jackson JA, et al. Intravenous vitamin C as a chemotherapy agent: a report on clinical cases. (2004) P R Health Sci J 23:115-118. PMID 15377059.