Scheut (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
jonge loten bij fijnspar (Picea abies)
Grondscheuten bij framboos

Een scheut van een plant is een nieuwe stengel met bladeren of bladeren en bloemen, die gevormd wordt door het uitlopen van een knop. De groei van een scheut wordt afgesloten door een eindknop. Bij bomen wordt meestal van een lot gesproken. Waterlot is een lange eenjarige scheut zonder bloemknoppen bij een boom en treedt vaak op na een sterke snoei.

In de oksels van de bladeren en aan het eind van de stengel zitten één of meer knoppen, die de scheuten kunnen vormen. Zijn deze knoppen verdwenen of zwaar beschadigd dan kunnen uit zogenaamde slapende (adventief) knoppen weer nieuwe scheuten ontstaan. Als een okselknop uitloopt wordt van een zijscheut gesproken. Uit de eindknop van een stengel komt de topscheut.

Grondscheuten of wortelopslag ontstaan op de wortels van een plant, zoals bij de framboos en de linde.

Opslag van de Hollandse linde

Gras[bewerken]

Bij gras wordt niet van een scheut, maar van een spruit gesproken.

Groente[bewerken]

Jonge scheuten kunnen als groente gegeten worden, zoals asperges en bamboescheuten.