Vleerhonden
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Vleerhonden | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Familie | |||||||||||
| Pteropodidae Gray, 1821 |
Vleerhonden (ook wel vliegende honden of grote vleermuizen genoemd) (Pteropodidae) zijn een familie uit de orde van de vleermuizen. De familie telt bijna 200 soorten in ongeveer 45 geslachten. De meeste zijn groter dan de rest van de vleermuizen, op een enkeling na. Hun spanwijdte varieert tussen 24 cm en 180 cm. Ze danken hun naam aan hun typerende kop.
Inhoud |
[bewerk] Hondekop
De kop van een vliegende hond lijkt meestal inderdaad op een kop van een hond of vos. Hun oren zijn spitser en ze hebben ook grotere ogen dan de andere vleermuizen. Ook zijn hun nekharen langer.
[bewerk] Leefgebied
Deze familie komt voor in Afrika, Azië en Australië. Hij leeft in tropische en subtropische gebieden in bosrijke gebieden. Ze komen zeer ver naar het oosten voor in de Grote Oceaan, zo is Pteropus tonganus op de Cookeilanden het oostelijkste zoogdier vanuit Azië.
[bewerk] Voedsel
De meeste soorten leven van vruchten. Het is dan ook voorstelbaar dat het een ramp is als een groep van deze grote dieren op een mango- of bananenplantage neerstrijkt. De kleinere soorten uit de onderfamilie Macroglossinae doen zich te goed aan nectar en stuifmeel.
[bewerk] Gezichtsvermogen
Vleerhonden hebben hun ogen aan de voorkant van hun kop zitten, zodat ze zien met een stereoscopisch beeld. Daardoor kunnen ze de afstand heel precies inschatten.Omdat ze niet op jacht hoeven, zoals de andere vleermuizen, missen de meeste vliegende honden het orgaan dat echolocatie mogelijk maakt. Ze vertrouwen op hun gezichtsvermogen en hun neus. Wel zijn het nachtdieren. Dat verklaart ook hun grote ogen ten opzichte van de andere vleermuizen.
[bewerk] De jongen
De voortplantingsperiode is in de maanden februari en maart. Na een zwangerschap van 6 maanden wordt er één of hooguit twee jongen geboren. Bijzonder aan deze familie is dat de zogende vrouwtjes in aparte groepen bij elkaar zitten. Een maand lang blijft het jong bij zijn moeder, maar na deze periode zal ze het jong achterlaten in de verblijfplaats en alleen op zoek gaan naar eten. Na twee maanden kan het jong zelf vliegen, maar het zal nog een maand duren voordat het mee gaat om eten te zoeken. Tussen de 4 en 6 maanden is hij geheel onafhankelijk, maar hij wordt pas na 18 maanden vruchtbaar.
[bewerk] Vijanden
Hun natuurlijke vijanden zijn arenden, grote uilen, boomslangen en varanen.
Zoals in veel gevallen, is de mens echter een grotere bedreiging, vooral in fruitteeltgebieden. De boeren doden ze of ze worden vergiftigd.
Er wordt ook jacht op ze gemaakt vanwege het vlees. Al sinds mensenheugenis wordt de vleermuis, en daarbij ook de vleerhond, gegeten door mensen.
[bewerk] Indeling
In oudere indelingen worden de grote vleermuizen meestal in een aparte onderorde tegenover de andere vleermuizen (kleine vleermuizen, Microchiroptera) geplaatst. Er is zelfs gesuggereerd dat de twee groepen vleermuizen niet nauw aan elkaar verwant zijn, maar dat de grote vleermuizen in feite verwant zijn aan de vliegende katten en de primaten Volgens DNA-analyses zijn de zogenaamde "Yinochiroptera" (o.a. hoefijzerneuzen en bladneusvleermuizen van de Oude Wereld) echter nauwer verwant aan de grote vleermuizen dan aan de andere kleine vleermuizen (de Yangochiroptera), zodat de grote vleermuizen en de Yinochiroptera samen in de onderorde Yinpterochiroptera worden geplaatst.
Ook de indeling binnen de familie is verre van duidelijk. De meest gebruikte indeling was er vanouds een waarin een aantal nectaretende geslachten uit Afrika, Zuidoost-Azië en Australië, zoals Megaloglossus, Notopteris, Melonycteris en Eonycteris, in een aparte onderfamilie Macroglossinae werden geplaatst. De resterende groep werd meestal als één onderfamilie Pteropodinae geizen, maar werd soms ook ingedeeld in verschillende onderfamilies, zoals de Nyctimeninae en de Epomophorinae. Volgens fylogenetische analyses gebaseerd op zowel DNA als morfologie is zowel de Pteropodinae als de Macroglossinae echter geen monofyletische groep, zodat nu een nieuwe indeling, met veel meer onderfamilies, gebruikt wordt. Deze indeling is hieronder gegeven.
De familie omvat de volgende soorten:
- Archaeopteropus†
- Propotto†
- Onderfamilie Nyctimeninae
- Nyctimene
- Nyctimene aello
- Nyctimene albiventer
- Groothoofdbuisneusvleerhond (Nyctimene cephalotes)
- Nyctimene certans
- Nyctimene cyclotis
- Nyctimene draconilla
- Nyctimene keasti
- Grote buisneusvleerhond (Nyctimene major)
- Nyctimene malaitensis
- Nyctimene masalai
- Nyctimene minutus
- Filipijnse buisneusvleermuis (Nyctimene rabori)
- Robinsonbuisneusvleerhond (Nyctimene robinsoni)
- Nyctimene sanctacrucis
- Nyctimene vizcaccia
- Paranyctimene
- Kleine buisneusvleerhond (Paranyctimene raptor)
- Paranyctimene tenax
- Nyctimene
- Onderfamilie Cynopterinae
- Onderfamilie Harpiyonycterinae
- Aproteles
- Bulmers roezet (Aproteles bulmerae)
- Dobsonia
- Harpyionycteris
- Harpyionycteris celebensis
- Spitstandvleerhond (Harpyionycteris whiteheadi)
- Aproteles
- Onderfamilie Macroglossinae
- Macroglossus
- Kleine langtongvleerhond (Macroglossus minimus)
- Macroglossus sobrinus
- Melonycteris
- Notopteris
- Syconycteris
- Macroglossus
- Onderfamilie Pteropodinae
- Acerodon
- Eidolon
- Madagascarpalmvleerhond (Eidolon dupreanum)
- Palmvleerhond (Eidolon helvum)
- Mirimiri
- Fijiapenkopvleermuis (Mirimiri acrodonta)
- Neopteryx
- Pteralopex
- Bougainvilleapenkopvleermuis (Pteralopex anceps)
- Punttandvleerhond (Pteralopex atrata)
- Pteralopex flanneryi
- Bergapenkopvleermuis (Pteralopex pulchra)
- Pteralopex taki
- Pteropus
- Pteropus admiralitatum
- Pteropus aldabrensis
- Pteropus alecto
- Pteropus anetianus
- Pteropus aruensis
- Pteropus brunneus
- Pteropus caniceps
- Halstervleerhond (Pteropus capistratus)
- Pteropus chrysoproctus
- Pteropus cognatus
- Pteropus conspicillatus
- Pteropus dasymallus
- Pteropus faunulus
- Pteropus fundatus
- Vliegende vos (Pteropus giganteus)
- Pteropus gilliardorum
- Pteropus griseus
- Pteropus howensis
- Pteropus hypomelanus
- Chuukvleerhond (Pteropus insularis)
- Pteropus intermedius
- Pteropus keyensis
- Pteropus leucopterus
- Comorenvleerhond (Pteropus livingstonii)
- Pteropus lombocensis
- Pteropus loochoensis
- Lyles vleerhond (Pteropus lylei)
- Pteropus macrotis
- Pteropus mahaganus
- Pteropus mariannus
- Pteropus melanopogon
- Pteropus melanotus
- Pohnpeivleerhond (Pteropus molossinus)
- Pteropus neohibernicus
- Zwarte vleerhond (Pteropus niger)
- Pteropus nitendiensis
- Pteropus ocularis
- Pteropus ornatus
- Pteropus pelewensis
- Pteropus personatus
- Pteropus pilosus
- Pteropus pohlei
- Grijskopvleerhond (Pteropus poliocephalus)
- Boninvleerhond (Pteropus pselaphon)
- Pteropus pumilus
- Pteropus rayneri
- Pteropus rennelli
- Rodriguesvleerhond (Pteropus rodricensis)
- Rode vleerhond (Pteropus rufus)
- Pteropus samoensis
- Pteropus scapulatus
- Pteropus seychellensis
- Pteropus speciosus
- Pteropus subniger
- Pteropus temmincki
- Pteropus tokudae
- Tongavleerhond (Pteropus tonganus)
- Pteropus tuberculatus
- Pteropus ualanus
- Kalong (Pteropus vampyrus)
- Pteropus vetulus
- Pembavleerhond (Pteropus voeltzkowi)
- Pteropus woodfordi
- Pteropus yapensis
- Styloctenium
- Onderfamilie Rousettinae
- Eonycteris
- Eonycteris major
- Eonycteris robusta
- Grottenvleerhond (Eonycteris spelaea)
- Rousettus
- Eonycteris
- Onderfamilie Epomophorinae
- Tribus Scotonycterini
- Casinycteris
- Scotonycteris
- Slangentandvleerhond (Scotonycteris ophiodon)
- Zenkervleerhond (Scotonycteris zenkeri)
- Tribus Plerotini
- Tribus Epomophorini
- Epomophorus
- Epomophorus angolensis
- Epomophorus anselli
- Epomophorus crypturus
- Gambiaanse epaulettenvleerhond (Epomophorus gambianus)
- Epomophorus grandis
- Epomophorus labiatus
- Epomophorus minimus
- Epomophorus minor
- Wahlbergvleerhond (Epomophorus wahlbergi)
- Epomops
- Büttikofervleerhond (Epomops buettikoferi)
- Epomops dobsoni
- Franquetvleerhond (Epomops franqueti)
- Hypsignathus
- Hamerkopvleerhond (Hypsignathus monstrosus)
- Micropteropus
- Micropteropus intermedius
- Kleine epaulettenvleerhond (Micropteropus pusillus)
- Nanonycteris
- Epomophorus
- Tribus Myonycterini
- Lissonycteris
- Angolaroezet (Lissonycteris angolensis)
- Megaloglossus
- Afrikaanse langtongvleerhond (Megaloglossus woermanni)
- Myonycteris
- Myonycteris brachycephala
- Myonycteris relicta
- Kraagvleerhond (Myonycteris torquata)
- Lissonycteris
- Tribus Scotonycterini
[bewerk] Literatuur
- Giannini, N.P. & Simmons, N.B. 2007. Element homology and the evolution of dental formulae in megachiropteran bats (Mammalia: Chiroptera: Pteropodidae). American Museum Novitates 3559:1-27.

