E-nummer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De E-nummers zijn door de Europese Unie toegelaten additieven. De nummering wordt opgesteld door de Codex Alimentarius commissie van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO/WHO) en omvat zo'n 700 additieven. Alleen de in de EU toegelaten additieven krijgen een extra 'E'. Deze E-nummers, ongeveer 350, zijn dus maar een beperkte selectie uit de door wereldwijd toegestane lijst van additieven. Internationaal gezien kent de EU de strengste toelatingsnormen van alle geïndustrialiseerde landen en daarmee dus ook het kleinste aantal toegestane additieven.

Op de E-nummer lijst staan alle in de EU toegelaten additieven voor voedingsmiddelen, inclusief de maximaal te gebruiken hoeveelheden. Van alle stoffen op deze lijst wordt aangenomen dat ze -in de aangegeven, toegelaten hoeveelheden- veilig zijn. Als er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar komt dat hiermee in tegenspraak is, wordt de lijst herzien.

Een betrekkelijk klein deel van alle stoffen op de lijst zijn synthetische chemische stoffen; verreweg de meeste zijn natuurlijke producten uit planten, veel zijn ook normale zouten die ook in ons normale eten voorkomen. Citroenzuur, vitamine C en appelzuur, diverse vitamines, pectine uit sinaasappels, melkzuur, kleurstoffen uit bessen en rodebietensap hebben bijvoorbeeld allemaal een eigen E-nummer.

De zin van een dergelijke limitatieve opsomming is dat in principe alle additieven verboden zijn, behalve degene die expliciet zijn toegestaan. Dit maakt zowel de bewaking als de bewijsvoering van de (on)schadelijkheid belangrijk eenvoudiger.

Toch zijn er groeperingen die een deel van de E-nummers met achterdocht bekijken. Dit is niet met hard wetenschappelijk bewijs te onderbouwen. Aan de andere kant zijn bepaalde E-stoffen in het verleden eerst toegestaan, maar later verboden. Ook is er internationaal niet altijd overeenstemming tussen overheden of een bepaald E-nummer moet worden toegestaan of moet worden verboden. Een voorbeeld hiervan is E123, dat in de Verenigde Staten verboden is maar in de Europese Unie is toegestaan. Of steviolglycosides, die in meerdere landen eerder waren toegelaten dan in de EU. Andersom zijn in de VS veel additieven toegestaan die in de EU zijn verboden.

Allergie[bewerken]

Dat een E-nummer is toegelaten betekent niet dat er geen allergie tegen een dergelijke stof kan optreden. Hoewel alleen eiwitten een allergie kunnen veroorzaken, en er maar een paar E-nummers eiwitten zijn (bijvoorrbeeld lysozym en nisine), kan (een klein aantal) stoffen met een E-nummer soms tot (pseudo)allergie leiden, en dus voor een specifiek persoon ongeschikt zijn als die daarvoor allergisch is. Een voorbeeld hiervan is sulfiet, dat met eiwitten reageert die dan een allergie kunnen veroorzaken. Ook zijn er bepaalde E-nummers die histamine vrijmaken in het lichaam, maar zonder tussenkomst van het immuunsysteem; zij geven dus wel de verschijnselen, ondanks dat het geen allergie is.

Bij een allergie tegen E-nummers gaat het meestal niet om het E-nummer zelf, maar om verontreinigingen. Een voorbeeld is guargom, dat niet allergeen is. Mensen kunnen allergisch reageren op eiwitten uit de guarbonen die nog aanwezig zijn als verontreinigingen in de guargom. Bij een groot aantal van de natuurlijke E-nummers kan dit voorkomen.

Religie en levensbeschouwing[bewerken]

Ook worden sommige stoffen met E-nummers vervaardigd uit dierlijk materiaal, waardoor sommige mensen deze stoffen uit religieuze of levensbeschouwelijke motieven niet willen gebruiken. Het gaat vooral om stoffen als emulgatoren op basis van vetzuren, bijvoorbeeld E471. Strikte vegetariërs, veganisten, moslims en joden gebruiken producten, waarin deze stoffen voorkomen, niet wanneer niet kan worden uitgesloten dat er dierlijke of varkenseiwitten in zijn verwerkt.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]