Albert Szent-Györgyi
| 16 september 1893 - 22 oktober 1986 | ||
| Geboorteland | Hongarije | |
| Geboorteplaats | Boedapest | |
| Plaats van overlijden | Woods Hole | |
| Nobelprijs voor de | Fysiologie of Geneeskunde | |
| In | 1937 | |
| Reden | "Voor de beschrijving van vitamine C en de ontdekking dat zuurstof wordt gecombineerd met waterstofionen en elektronen in de aerobe dissimilatie." | |
| Voorganger(s) | Henry Hallett Dale Otto Loewi |
|
| Opvolger(s) | Corneille Heymans | |
Albert Szent-Györgyi von Nagyrápolt (Boedapest, 16 september 1893 - Woods Hole (Massachusetts), 22 oktober 1986) was een Hongaars arts en Nobelprijswinnaar.
Zijn grootvader en een oom van moederszijde waren professor in de anatomie aan de universiteit van Boedapest.
Szent-Györgyi's werk betrof de biochemie van de dissimilatie. Hij ontdekte dat er bij de dissimilatie zowel waterstof als zuurstof wordt geactiveerd en dat de laatstgenoemde eerstgenoemde verbrandt. Ook ontdekte hij dat paprika's een bron van vitamine C vormen en maakte gewag van de scheurbuik-voorkomende rol daarvan. Hiervoor kreeg hij in 1937 de Nobelprijs voor de Geneeskunde.
Szent-Györgi verbleef tussen 1920 en 1926 in Nederland. De eerste twee jaar daarvan werkte hij onder Willem Storm van Leeuwen aan het Instituut voor Pharmacologie van de Rijksuniversiteit Leiden. De basis voor zijn werk dat hem de Nobelprijs opleverde legde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij van 1922 tot 1926 als onderzoeker werkzaam was.
Externe link [bewerken]
| Zie de categorie Albert Szent-Györgyi van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |