Peter Medawar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Peter Medawar
28 februari 1915 - 2 oktober 1987
Peter Brian Medawar.jpg
Geboorteland    Brazilië
Geboorteplaats    Rio de Janeiro
Plaats van overlijden    Londen
Nobelprijs voor de    Fysiologie of Geneeskunde
In    1960
Reden    "Voor de ontdekking dat het immuunsysteem van de foetus leert hoe het onderscheid kan maken tussen lichaamseigen en lichaamsvreemd."
Samen met    Frank MacFarlane Burnet
Voorganger(s)    Severo Ochoa
Arthur Kornberg
Opvolger(s)    Georg von Békésy

Sir Peter Brian Medawar (Rio de Janeiro, 28 februari 1915Londen, 2 oktober 1987) was een Braziliaans-Britse wetenschapper. Hij verwierf zijn grootste erkenningen met zijn werk aan afstotings- en acceptatieverschijnselen van het immuunsysteem met betrekking tot orgaantransplantaties.

Nobelprijs[bewerken]

Medawar kreeg samen met Sir Frank Macfarlane Burnet in 1960 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde voor de ontdekking dat het immuunsysteem van een foetus al leert 'lichaamseigen' en 'lichaamsvreemd' te onderscheiden. Dit kwam voort uit Burnets reeds in 1949 geopperde hypothese dat cellen al in de embryonale fase de vaardigheid ontwikkelen om eigen en ongewenst weefsel te onderscheiden. Deze wetenschap droeg later bij aan de pogingen afstoting bij orgaantransplantaties te voorkomen.

Academisch leven[bewerken]

Medawar begon zijn academische leven in 1928 op het Marlborough College in Engeland, vanwaar hij in 1932 naar het Magdalen College van de Universiteit van Oxford ging. Daar studeerde Medawar zoölogie. Na die studie afgerond te hebben ging hij werken op Sir Howard Florey's School of Pathology op Oxford. Daar raakte hij geïnteresseerd in biologisch onderzoek wat betreft medicijnen.

Medawar was hoogleraar zoölogie op de Universiteit van Birmingham (1947-1951) en de University College London (1951-1962). In 1962 werd hij benoemd tot directeur van het National Institute for Medical Research. Verder was hoogleraar experimentele geneeskunde op de Royal Institution of Great Britain (1977-1983) en directeur van de Royal Postgraduate Medical School (1981-1987). Medawar stond met name bekend om zijn inventiviteit en brede interessegebied. Hij had onder meer belangstelling voor opera, filosofie en cricket.

Naast praktijkwerk droeg Medawar ook als auteur bij aan de wetenschap en wetenschapsfilosofie. Hij schreef onder meer:

  • The Art of the Soluble (verzameling essays)
  • Pluto's Republic, Advice to a Young Scientist (verzameling essays, waaronder herdrukken uit TAotS, 1979).
  • Aristotle to Zoos (samen met zijn vrouw Jean Shinglewood Taylor)
  • The Life Science
  • Memoirs of a Thinking Radish (korte autobiografie, 1986).

Bekroning & overlijden[bewerken]

Medawar ontving de Royal Medal in 1959 en werd in 1965 geridderd tot Sir. In 1969 ontving hij de Copley Medal. Vervolgens ontving hij in 1981 de Order of Merit.

In 1969 leed hij zijn eerste hersenbloeding, die zijn spraak en bewegingsvrijheid beperkte. Desondanks zette hij zijn schrijven en zijn onderzoeken voort, zij het op beperkte schaal. Maar er volgden meer hersenbloedingen en in 1987 bezweek Medawar. Hij liet een vrouw (Jean Shinglewood Taylor), twee zoons (Charles en Alexander) en twee dochters (Caroline en Louise) na.

Externe links[bewerken]