Christiaan Eijkman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Christiaan Eijkman
11 augustus 1858 - 5 november 1930
Christiaan Eijkman, portret door Jan Pieter Veth, 1923.jpg
Geboorteland    Nederland
Geboorteplaats    Nijkerk
Plaats van overlijden    Utrecht
Nobelprijs voor de    Fysiologie of Geneeskunde
In    1929
Reden    "Voor de ontdekking van diverse vitamines."
Samen met    Frederick Gowland Hopkins
Voorganger(s)    Charles Nicolle
Opvolger(s)    Karl Landsteiner

Christiaan Eijkman (Nijkerk, 11 augustus 1858Utrecht, 5 november 1930) was een Nederlands arts, patholoog en Nobelprijswinnaar. Hij volgde zijn opleiding in Berlijn, waar hij in 1885 een jaar lang in de leer was bij Robert Koch, die in 1905 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde ontving voor zijn onderzoek naar tuberculose.

In de jaren 80 van de 19e eeuw nam de ziekte beriberi endemische vormen aan in Nederlands Indië. Eijkman werd als medisch officier in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger uitgezonden naar Batavia op Java, waar het leger een onderzoeksstation ingericht had. In navolging van recente ontdekkingen van bacteriën als oorzaak van belangrijke ziekten (tuberculose, cholera) werd ook in het geval van beriberi aanvankelijk gezocht naar een bacterie die beriberi zou veroorzaken. Echter iedere poging om beriberi te verklaren als gevolg van een bacteriële ziekteverwekker liep stuk.

Eijkman voerde, samen met Gerrit Grijns, in Nederlands-Indië een zeker voor die tijd goed opgezette serie experimenten uit, waarin ze ontdekken dat de symptomen van beriberi bij kippen kunnen worden opgewekt door ze witte rijst te geven en dat dit voorkomen en genezen kan worden door ze er de zemelen bij te geven. Eijkman schrijft dat toe aan een vermeend zenuwgif in het endosperm van rijst, waartegen een factor in de rijstzemelen zou beschermen. Hij noemde deze factor de "anti-beriberifactor". Eijkman publiceerde deze conclusie in 1897.

Echter, zijn collega Gerrit Grijns begint te vermoeden dat juist het ontbreken van een bepaald ingrediënt tot ziekte leidt. Hij bespreekt dit idee van een (in de woorden van Grijns) "partiële honger" en een "ontbrekende stof" met Eijkman die moeite heeft de ideeën van Grijns te accepteren. Tot in het begin van de jaren twintig van de 20e eeuw blijft Eijkman zich verzetten tegen het idee dat het bij beriberi alleen om een tekort aan een bepaalde voedingsstof gaat. Hij bleef rekening houden met de mogelijkheid van een bacteriële oorzaak van beriberi. Hij raakte zelf pas geheel overtuigd van het stoffelijke karakter van vitaminen toen in 1926 Donath en Jansen er in slaagden thiamine te isoleren.[1]

In 1898 vetrekt Eijkman weer naar Nederland. In 1907 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, KNAW.

In 1913 aanvaardde hij het ambt van hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht met een rede over zijn motto "Simplex non veri sigillum" (eenvoud is niet het kenmerk van het ware), een antithese op het motto van Boerhaave "Simplex sigillum veri".

In 1929 werd aan hem en aan Sir Frederick Hopkins de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde toegekend, omdat hun ontdekkingen hebben geleid tot de ontdekking van vitamines,. Grijns werd gepasseerd, hoewel hij in 1926 en 1927 wel voor de prijs werd voorgedragen. Vanwege zijn slechte gezondheid kon Eijkman niet naar Zweden komen om de prijs persoonlijk in ontvangst te nemen. Een jaar later overleed hij.

[bewerken] Externe link


[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Knecht-van Eekelen A de. Geschiedenis van het genezen; beriberi: ‘een zeker soort verlamming’. Ned Tijdschr Geneeskdunde 1997;141: 1199-203.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen