Kip (vogel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kip
Barnevelder Cock.png
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Galliformes (Hoendervogels)
Familie: Phasianidae (Fazantachtigen)
Geslacht: Gallus (Kamhoenders)
Soort: Gallus gallus
Soort
Gallus gallus domesticus
Afbeeldingen Kip op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kip op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De kip (Gallus gallus domesticus) is een zeer bekende gedomesticeerde vogel uit de familie van de fazantachtigen (Phasianidae) die weer behoort tot de orde Hoendervogels (Galliformes).

De kip is de meest voorkomende vogelsoort ter wereld. Met 52 miljard kippen zijn er ruim 7 kippen voor elke mens.

Er bestaat een zeer groot aantal kippenrassen. Zie daarvoor de lijst van kippenrassen.

Kip in de natuur

Oorsprong

Een van de waarschijnlijke voorouders van de kip is het Bankivahoen, of rode kamhoen, een in het wild levend kamhoen uit het geslacht Gallus dat voorkomt in Zuidoost-Azië. De wetenschappelijk-Latijnse naam voor deze vogel is Gallus gallus. Het Bankivahoen is niet groot, ongeveer zo groot als de gemiddelde krielkip. Deze vogel komt in India en Zuidoost-Azië nog steeds in het wild voor. De hen legt zo'n twaalf eieren per jaar.

Waarschijnlijk is de kip uit het Bankivahoen gedomesticeerd. De invloed van eventuele andere, in het wild levende hoenderachtigen kan niet geheel worden uitgesloten, maar het is inmiddels wel duidelijk dat het Bankivahoen de belangrijkste voorouder is. Hoe en wanneer het domesticatieproces precies is verlopen, is ook niet geheel bekend. Wel is bekend dat in 3200 v.Chr. huishoenders werden gehouden in Azië, vooral in India.[bron?] In een reisverslag van Marco Polo werd melding gemaakt van een gedomesticeerd zwarthuidig Zijdehoen. Ook zijn er aanwijzingen dat de Egyptenaren en Chinezen reeds kippen hielden vanaf het jaar 1400 v.Chr. In het oude Sumer noemde men het de vogel uit Meluhha. De eerste gedomesticeerde kippen kwamen rond het jaar 700 v.Chr. in Zuid-Europa terecht. Tegenwoordig komen kippen vrijwel overal ter wereld voor.

Kip als exoot

In onder meer Nederland komt de kip voor als exoot. Het gaat hierbij om kippen uit gevangenschap die zijn verwilderd.

Anatomie en gedrag

Kopstudie van een Orpington

Een kip kan goed hard voedsel zoals maiskorrels eten. Wat ze oppikt komt eerst in een zak terecht (de krop). Het wordt daar met speeksel geweekt. Daarna zijn er twee magen die meehelpen om het voer fijn te krijgen. De kliermaag voegt maagsappen toe voor de verdere vertering. De spiermaag kneedt het voer en maalt het fijn met behulp van kleine steentjes die de kip oppikt. Daarom is het van belang bij kippen die op een beperkte ruimte leven om grit tot hun beschikking te stellen. Daarna wordt het voer verder verwerkt in de dunne darm. De reststoffen verlaten het lichaam via de endeldarm en de cloaca. Een kip heeft twee blindedarmen. Deze helpen bij de vertering van ruwvezels en onttrekken vocht aan de voedselmassa.

Kippen hebben de neiging om naar rode voorwerpen te pikken, wat opmerkelijk is omdat hun kam en lellen zelf rood zijn. Wanneer een kip eenmaal bloedt door het pikken, kan het hierdoor gebeuren dat kippen elkaar uiteindelijk doodpikken als ze elkaar niet uit de weg kunnen gaan.

De kip heeft een intern kompas, dat gesitueerd lijkt in de ogen, waarmee ze zich kan oriënteren op het aardmagnetisch veld.[1]

De kip kan haar kop heel ver in alle richtingen draaien. Dat komt door het grote aantal halswervels: veertien. De mens heeft er maar zeven. De kip kijkt niet ver. Wat meer dan vijftig meter verderop gebeurt, kan ze niet zien.

Een kip heeft geen oorschelp. Wat op meer dan vijftig meter afstand gebeurt, hoort ze niet. Een kip ziet kleuren ook anders. Voor een kip is roodgeel de helderste kleur. Daarna volgt geel. Overigens heeft de kip wel oorlellen. Meestal legt een kip met witte lellen witte eieren en één met roze lellen bruine. De huid op de poten van de kip bestaat uit schubben, zoals bij reptielen. Reptielen hebben echter schubben op hun hele lichaam. Kippen hebben drie voortenen en een achterteen, behalve het zijdehoen en de houdan, die een extra teen hebben. Kippen hebben ook scherpe nagels om goed mee te kunnen graven en scharrelen.

Een kip kan ook broeds worden. Dit is de normale fysiologische toestand om eieren uit te broeden en kenmerkt zich onder andere door een hogere lichaamstemperatuur en een verminderde eetlust. Voor kippenhouders is het een periode waarin geen eieren meer gelegd worden en dus veelal ongewenst.

Hiërarchie en intelligentie

In de groep heerst duidelijk een hiërarchie. Die rangorde wordt ook wel de pikorde genoemd. De plaats die een kip heeft in de pikorde bepaalt wie eten mag en ook wanneer elke kip mag eten. In een grote groep kippen, ook toom genoemd, kan een kip meer dan 100 soortgenoten herkennen en de sociale status van elk van deze dieren onthouden. Ze weten ook de positie die elke kip op 'de ladder' inneemt. Kippen hebben een ingewikkelde hiërarchie en gaan ook op een zeer exacte manier met elkaar om. Wetenschappers hebben vastgesteld dat kippen daardoor dus een echte 'cultuur' hebben[bron?].

Ze kunnen verder oorzaak-en-gevolgrelaties begrijpen. Hun verstandelijke vermogens zijn vergelijkbaar met die van zeer jonge kinderen. Kippen zijn er zich van bewust dat objecten bestaan, zelfs als die objecten voor hen verborgen worden gehouden. Kippen zijn ook tot zelfcontrole of zelfbeheersing in staat. Dat was eerder alleen aangetoond bij mensen en andere mensapen. Dit zijn bewijzen van een goed geheugen en ingewikkelde structuren in de sociale omgang, te vergelijken met de intelligentie van zoogdieren.[2] [3] [4]

Communicatie

Een kip heeft geen stembanden maar een syrinx om geluiden te maken. Dit is een orgaan dat zich onderaan de luchtpijp bevindt, net boven het punt waar deze zich splitst in de bronchiën die naar de longen leiden. De syrinx bestaat, simpel gezegd, uit membranen en spieren. Op het punt in de luchtpijp waar de syrinx zich bevindt, zitten er membranen tussen de kraakbeenringen van de luchtpijp. Een vogel kan geluid voortbrengen door middel van zijn ademhaling. De 'kippentaal' is uitgebreider dan de meeste mensen denken. Kippen produceren 30 tot 40 verschillende geluiden, die allemaal verschillende betekenissen hebben. 'Praten' of tokkelen, zoals veel mensen het noemen, gebeurt zelfs al voor dat de kip geboren wordt.

Een moederkloek (moederkip) geeft haar kennis door aan haar kuikens, en dat gebeurt zelfs al terwijl de jongen nog in het ei zitten. De kuikens antwoorden terug door gepiep dwars door het eierschaal heen. Studies hebben vastgesteld dat kippen elkaar met verschillende geluiden waarschuwen, zo hebben kippen een luchtalarm, als er een roofvogel in de lucht vliegt dan maken ze een soort piepend en krakend geluid, en bij gevaar aan de grond maakt een kip een paniekerig kakelend geluid. Op de (Engelstalige) website van 'Animal Behaviour Lab' (laboratorium voor onderzoek van diergedrag) zijn drie filmpjes te zien van experimenten met kippen die waarschuwingen geven.[5]

Leeftijd

De maximale leeftijd van een kip is afhankelijk van het ras, sommige rassen kunnen wel 20 jaar oud worden. Gemiddeld worden de meeste rassen niet ouder dan 10 jaar. Verder spelen ook de levensomstandigheden van de kip een belangrijke rol. De 'gewone' bruine industriekippen, de hybriden, worden vaak geslacht voor ze een jaar of 3 oud zijn omdat ze rond die leeftijd niet productief genoeg meer zijn.

Haan

Haan
Nuvola single chevron right.svg Zie haan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Mannelijke kippen worden haan genoemd. Zij onderscheiden zich van de vrouwtjeskip doordat ze meestal groter zijn, een staart met langere en meestal sikkelvormige veren hebben, bij gekleurde rassen meer kleuren veren hebben dan de hen, een grotere kam op het hoofd hebben en (grotere) sporen aan de poten hebben. Een gecastreerde haan is een kapoen. Ook het gedrag van een haan is anders dan dat van een hen.

Hen

Moederkloek met kuikens
Nuvola single chevron right.svg Zie hen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een vrouwelijke kip wordt een hen genoemd. Wanneer hennen 5 tot 6 maanden oud zijn, kunnen ze eieren leggen. Het maximaal aantal eieren dat de hen kan leggen is gelijk aan het aantal eicellen dat bij de geboorte in de eierstok zit.

De hen heeft, in tegenstelling tot de meeste dieren, slechts één werkende eierstok, de linker, die in de lichaamsholte vlakbij de ruggengraat zit. Wanneer de hen voor de eerste keer een ei moet leggen, worden kam en lellen wat roder van kleur. Vaak gaat de hen geluiden maken die doen denken aan binnensmonds mompelen.

Voortplanting

Een haan die met een hen wil paren, pakt eerst met zijn snavel een pluk veren achter haar kop, zodat zij niet kan weglopen. Dan duwt hij zijn cloaca tegen de cloaca van de hen aan. De cloaca van de haan stulpt uit, waardoor de zaadcellen in de cloaca van de hen komen. Die bevruchten dan de eicellen in de eileider. De cloaca is een opening onder in de buik van een kip. Nadat de kip het bevruchte ei heeft gelegd, kan het ei op twee verschillende manieren worden uitgebroed. Een broedse hen kan dit doen, of men kan de eieren in een broedmachine uitbroeden. Na 21 dagen (dit kan één tot twee dagen afwijken) zullen de eieren uitkomen. Kuikens die met de broedmachine zijn uitgebroed hebben veel meer aandacht nodig dan kuikens die door een hen zijn uitgebroed. In het laatste geval hoeft men in principe alleen maar voor eten (opfokkorrel of kruimel 1 of 2, afhankelijk van de leeftijd) en drinken te zorgen. Heeft men kuikens uitgebroed met een broedmachine, dan zal men de kuikens warm moeten houden met een warmtelamp of -plaat.

Broeden

Het kan voorkomen dat een hen broeds wordt. Niet alle hennen worden broeds, maar als het gebeurt, gebeurt dit doorgaans in het voorjaar. De kip trekt zich dan terug op de plaats waar zij de eieren heeft gelegd en broedt ze uit. Dit duurt 21 dagen. Gedurende deze periode eet en drinkt de hen niet veel. Ook produceert ze minder ontlasting, zo blijft het nest schoner.

Tijdens de broedperiode stopt de kip met het leggen van eieren. Een broedse hen maakt typische geluiden (het zogenoemde klokken) en verlaat het nest zelden om te drinken, te eten of een stofbad te nemen. Ze houdt de eieren op een constante temperatuur (een kip heeft een lichaamstemperatuur van 41 °C) en keert de eieren op bepaalde tijdstippen.

Als er geen eieren uitkomen, verlaat de broedse kip het nest meestal na verloop van tijd. Er zijn echter ook gevallen bekend waarbij de kip zich letterlijk doodbroedt.

Een broedse hen.

Kuiken

Kuiken Leghorn (2 weken oud)

Een ongetraind mens kan aan de buitenkant van het kuiken moeilijk tot niet zien of het een vrouwelijk of een mannelijk kuiken betreft. Bij sommige rassen is het onderscheid te maken aan de hand van de kleur van het kuiken, bij andere rassen is het mannelijke kuiken groter dan het vrouwelijke.

Kippenkuikens zijn erg kwetsbaar en niet gezegend met een grote intelligentie. Ze zijn een gemakkelijke prooi voor roofvogels, katten en andere carnivoren en kunnen verdrinken in een waterbak of slootje. De moederkloek zal echter proberen haar jongen te beschermen. Kuikens kunnen nadat ze uit het ei gekropen zijn meteen lopen, eten en piepen. Ze zullen de eerste dagen vooral doorbrengen in het zachte, warme dons van de moederkloek; daarna zullen ze meer zelfstandig op stap gaan. Als de moeder vindt dat de jongen te eigenwijs zijn, zal ze ze door middel van haar geklok terugroepen.

Aanvankelijk bestaat de vacht van een kuiken uitsluitend uit dons, maar al na enkele dagen verschijnen de eerste veertjes.

Ei

Eieren in een legbak

Een hen doet er ongeveer 25 uur over om een ei te maken. Als de eicel bevrucht is door een zaadcel, vormt het ei een bescherming voor het kuiken. Het embryo voedt zich met het eigeel en het eiwit en na 21 dagen broeden komt het kuiken uit het ei. Een eicel rijpt in zeven tot tien dagen tot dooier, deze bevindt zich later in het centrum van het kippenei. De dooier gaat door de eileider op weg naar buiten. Doordat het ei door de eileider wordt voortgestuwd, wordt de voorkant puntig, de achterkant blijft stomp. Alles bij elkaar duurt het ontstaan van een ei ongeveer 25 uur, van eicel tot ei.

De volgende dag gebeurt hetzelfde en zodoende legt een kip bijna elke dag een ei.

Eicel

Het proces begint met de enkele duizenden onrijpe eicellen die de kip bij haar geboorte in haar eierstok heeft (een kip heeft één actieve eierstok en een embryonale). Als de hen geslachtsrijp is, worden deze eieren één voor één rijp. Een eicel rijpt in zeven tot tien dagen tot dooier waarna de ovulatie plaatsvindt. De ovulatie is het startsein voor de opbouw van de rest van het ei. De eicel, genesteld in de nu voltooide dooier, wordt afgestoten door de eierstok en komt terecht in de trechtervormige opening van de eileider. De eileider is een holle, gekronkelde, flexibele buis met een lengte van ongeveer 75 centimeter. De binnenwand van deze buis bestaat uit klierweefsel, dat verschillende eiwitlagen rond de dooier afzet. Als de hen in de afgelopen weken gepaard heeft, zal het boveneinde van de eileider sperma bevatten, waardoor de eicel bevrucht kan worden.

Dooier

Schematische weergave van een ei

1. Kalkschaal
2.Schaalvlies
3.binnenste schaalvlies
4.Hagelsnoer
5.Buitenste eiwit
6.Middelste eiwit
7.Dooiervlies
8.Dooier
9.Kiemvlek (of vormingsdooier)
10.Donkere eigeel
11.klare eigeel
12.Binnenste eiwit
13.Hagelsnoer
14.Luchtkamer
15.Porie

Na ongeveer 15 minuten verdikt het dooiervlies. De dooier is een kogelronde bal van 3 tot 4 centimeter doorsnee en draait in de eileider rond met de draai-as in de lengterichting van de eileider. De kleur van de dooier varieert van geel tot oranje, afhankelijk van de voeding die de dieren hebben gehad. De kleur van de dooier wordt donkerder naarmate er meer caroteen in het voer van de kip zit. Caroteen zit onder andere in wortel. Als de kip dan maar één of twee keer per dag eet, in plaats van de hele dag door, zijn in de eierdooier duidelijk laagjes pigment te onderscheiden. In de dagen voor de ovulatie neemt de eierdooier sterk in grootte toe: er moeten immers voldoende voedingsstoffen in opgeslagen worden voor de broedperiode van drie weken. Een dooier is eigenlijk een eicel met veel reservevoedsel. Bijna iedere dag komt er een nieuwe dooier in het begin van de eileider.

Eiwit

Na ongeveer een kwartier bewegen eicel en eidooier zich naar een ander gedeelte van de eileider, waar binnen enkele uren zich vier afwisselend dikke en dunne lagen eiwit over de eierdooier vormen. Bij de eerste laag worden de hagelsnoeren gevormd, dit zijn de strengen waarmee de eierdooier aan de eierschaal vastzit en in het midden van het ei gehouden wordt. In het volgende gedeelte van de eileider worden eidooier en eiwit gewikkeld in twee sterke, dunne vliezen die bijna geheel aan elkaar vastzitten. Er is één open plekje, waar zich later een luchtbel zal vormen om het kuiken van de eerste ademteugen te voorzien. De vliezen dienen voornamelijk als bescherming tegen bacteriën. Gedurende de volgende vijf uur wordt het ei opgepompt met water en zouten die uit de eileiderwand door de vliezen in het eiwit gevoerd worden. Het draaien van het ei gaat nog door in het laatste deel van de eileider.

Schaal

Als daarna de schaalafzetting begint, worden de vliezen strak gespannen, doordat het eiwit nog wat vocht opneemt. Aan de zijkanten wordt het ei daarbij ingedrukt door de cilindervormige eileider. Zo ontstaat de kenmerkende cirkelvormige doorsnede van het ei. De uiteinden gaan bol staan door de spanning van de vliezen. De bolvorm ontstaat vanzelf. Het is de vorm waarbij de spanning gelijkmatig over het vlies wordt verdeeld. De vorming van de eischaal duurt ongeveer veertien uur. De schaal bestaat voor ongeveer 4% uit eiwit en voor 95% uit calcium-carbonaat. Tevens zit er nog wat magnesiumchloride en calciumfosfaat in de eischaal. In de eigang wordt de kleurstof van de eischaal gemaakt en aangebracht. Als laatste komt er een soort wasachtige laag om het ei, waardoor vochtverlies wordt tegengegaan. In de schaal zitten tienduizend luchtgaatjes. Door die gaatjes komt zuurstof in het ei en verlaten koolstofdioxide en water het ei.

Leg

Een hen legt in principe het hele jaar door, behalve als ze broeds is, in de rui is of ziek is. De energie wordt dan in het nieuwe verenpak of in het herstel van een ziekte gestoken. In de maanden december en januari komt de leg op een laag pitje te staan. Dit is de donkerste periode van het jaar en is voor de hen een periode om een beetje tot rust te komen en energie te verzamelen voor het voorjaar om dan weer veel eieren te leggen en eventueel te broeden. Kippen hebben een open bekken. Dit betekent dat de schaambeenderen niet gesloten zijn aan de onderzijde. Daardoor is er aardig wat ruimte voor het ei.

Vorm

Een kippenei is ovaal. 'Ovaal' is afgeleid van het Latijnse woord ovum, dat ei betekent. Eigenlijk staat in het eerste zinnetje: een ei is eivormig. 'Ovum' is afgeleid van het Latijnse woord avis, dat vogel betekent. Ovum is 'het ding van de vogel'. Doordat het ei door de eileider wordt voortgestuwd, wordt de voorkant puntig, de achterkant blijft stomp.

Kleur

De meeste eieren zijn bruin of wit. Er zijn echter ook rassen die blauwe of groene eieren leggen. De kleur wordt in de eileider aangebracht en is karakteristiek voor het ras.

Inhoud van het ei

In elk ei zit een luchtkamer die tijdens het broeden groter wordt naarmate het embryo zich verder ontwikkelt. Hieraan kan afgemeten worden hoe ver de ontwikkeling gevorderd is. Een ei bevat ongeveer dertien procent eiwit, elf procent vet, veel mineralen (vooral ijzer) en veel vitamines A, B en D. De rest is water. Eiwit vormt samen met water het belangrijkste bestanddeel van het wit van het ei. De andere stoffen zitten in de dooier (het eigeel). De eidooier bevat overwegend onverzadigde vetzuren. In het eigeel zit ook cholesterol. De voedingswaarde van het ei kan enigszins worden gestuurd door de samenstelling van het voer te veranderen.

Een ei van 60 gram bevat:
Energie 356 KJ/87kcal
Eiwit 8 gram
Vetten 9 gram
Natrium 90 milligram
Kalium 90 milligram
Calcium 36 milligram
Fosfor 135 milligram
IJzer 1,2 milligram
Vitamine A 0,12 milligram
Vitamine B1 0,1 milligram
Vitamine B2 0,2 milligram
Vitamine B6 0,1 milligram

Afwijkingen

Dubbeldooier
  • Soms komen twee eicellen(dooiers) tegelijk vrij in de eileider van de hen. Zo'n ei heet een dubbel-dooier. Een dergelijk ei zal, als het wordt uitgebroed, nooit twee gezonde kuikens kunnen bevatten. Er zijn echter ook kippen geselecteerd die alleen maar eieren met een dubbel-dooier leggen.
  • Soms legt een hen een ei zo groot als een duivenei. Zo'n ei ontstaat, doordat een stukje eiwit zich losmaakt van de wand van de eileider. Om dat eiwit vormt zich vervolgens een eivlies en een schaal. Zo'n ei wordt ook wel een 'scheet' of 'hanenei' genoemd.
  • Soms heeft een ei wèl een vlies maar géén schaal. Dit is een windei.
  • Sommige eieren zijn sterk gerimpeld of aan één zijde afgeplat.
  • Soms scheurt er een klein bloedvaatje in de eierstokken van de kip waardoor er wat bloed in het ei terecht kan komen. Het is een misverstand te denken dat een dergelijk ei bevrucht zou zijn. Een dergelijk bloedstipje in het ei kan met een natgemaakte lepel worden verwijderd.

Bijzondere hoendersoorten

Zijdehoen of wugu-ji

Een van de meest aparte kippensoorten is het zijdehoen of wugu-ji, ook wel Neger- en Morenhoender genoemd vanwege zijn zwarte huid. Het zijdehoen heeft zelfs zwart vlees en zwarte botten. Het zijdehoen heeft een aparte vacht, het vacht lijkt meer op haar dan op veren. En het zijdehoen heeft ook vijf tenen aan de voeten in plaats van de gebruikelijke vier. De tenen zijn ook voorzien van lange klauwen. Ook aan de armen (vleugels) heeft het zijdehoen vier vingers waarvan twee aan elkaar gegroeid (zoals bij elke vogel) en nog een gewone vinger en een extra vinger. De laatste twee genoemde vingers hebben klauwen. De oorsprong van het Zijdehoen ligt waarschijnlijk in het Himalaya gebergte.[bron?]

Gallus giganteus

Waarschijnlijk heeft er ooit een reuzenhoen bestaan: het reuzen(vecht)hoen Gallus giganteus. Over dit hoen is weinig bekend. Het zal reeds een lange tijd uitgestorven zijn en zal er uit gezien hebben als de Maleier, een oeroud vechthoender met lange grote poten, een sterke snavel en een walnootkam. Waarschijnlijk stamt de Maleier af van Gallus giganteus, alleen zal Gallus giganteus veel groter zijn geweest, alhoewel de Maleier vroeger al een schedelhoogte van 90 cm had.[bron?]

Amerikaanse mariniers ontdekten in de Tweede Wereldoorlog op het eiland Saipan, in het zuidelijke gedeelte van de Grote oceaan, een ogenschijnlijk in het wild levend zeer groot en fors junglehoen van een Maleierachtig vechthoendertype. Op initiatief van de mariniers werden na het beëindigen van de oorlog enige exemplaren naar Noord- en Zuid-Amerika verscheept, in het bijzonder naar Braziliaanse belangstellenden. Dr. J.D. Burnette uit Olmsted Falls (Ohio) een van de grootste gangmakers en verbreiders van dit ras, vermeldt sensationele gewichtslimieten van 4,36-9,68 kg voor de haan en 2,9-7,26 voor de hen. Tegelijkertijd ziet Dr. Burnette in de Saipan Junglehoenders het levende bewijs dat de Gallus giganteus nooit uitgestorven is.[bron?]
Echter in internationaal verband zal bewezen moeten worden dat de opgegeven mammoetgewichten ook werkelijk gerealiseerd kunnen worden. In dat verband stemmen de verschillen van 5 kg tussen minimum- en maximumgewicht, iets wat bij andere hoenders niet aangetroffen wordt, tot nadenken. In sommige gevallen zouden opgerichte Saipanhanen een schedelhoogte bereiken van 90 cm en over een platte aardbeikam beschikken; soms ontbreekt deze geheel. De snavel is hoornkleurig, en bij donkere kleurslagen is deze ook geheel donker. De kin en oorlellen zijn klein of ontbreken soms. De diepliggende gele ogen worden goed beschermd door de sterk ontwikkelde wenkbrauwen. De kop is sterk en lang en de rug is eveneens vrij lang. De sterk bevederde staart wordt betrekkelijk vlak, en bij de hennen recht gedragen. De schouders zijn goed ontwikkeld en de vleugels worden net als bij Maleiers op de rug gedragen. De lange sterke loopbenen zijn geel. De kleurslagen zijn goud, platina, wit en wildkleurig.

Zo moest Gallus giganteus er waarschijnlijk uit hebben gezien, maar waarschijnlijk veel groter.

Productie, verkoop en intensivering

Kippen worden gehouden voor hun vlees en voor hun eieren. Maar men gebruikt ze ook als sierkippen om ze tentoon te stellen De 19e-eeuwse kleinschalige gemengde bedrijven zijn steeds verder gaan intensiveren met onder andere als resultaat de huidige legbatterijen. Batterijkippen worden binnen gehouden in vrij kleine kooien. Doordat er pluimveebedrijven met grote aantallen dieren dicht bij elkaar staan, maar ook omdat er steeds meer kippen buiten lopen (Freiland) en dus in contact komen met wilde vogels, zijn er meer uitbraken van ziekten, zoals vogelpest. Kippenvlees en ook rauwe eieren bevatten in Nederland en België soms de salmonella bacterie, die ernstige voedselvergiftiging kan veroorzaken, mede doordat de consument de producten niet goed bereidt of bewaart.

In Nederland werden in 2010 in totaal ruim 101 miljoen kippen gehouden, waarvan bijna 48 miljoen als leghen en ruim 44 miljoen als vleeskip.[6]

Kippen worden in de Lage Landen voor productie van eieren en vlees op verschillende manieren gehouden:

  • Biologische kippen: Een biologische kip (500.000 in Nederland, cijfer van 2005) heeft 4 m2 weiland ter beschikking. Daarnaast is er stalruimte, waar de kip 's nachts slaapt en 's ochtends haar eitje legt (ze worden dan even opgehokt), hier delen zes kippen samen 1 m2. De snavels worden niet geknipt of gebrand. Het mengvoer van deze kippen is voor 80 procent biologisch. Er wordt in de landen van de Europese Unie geen genetisch gemanipuleerd voedsel gegeven. De kippen hebben legnesten, zitstokken en een stofbad, evenals scharrelkippen.
  • Freiland-kippen: of vrije uitloopkip (4,3 milj. in 2005). De naam zegt het al: deze kippen lopen net als de biologische kippen buiten in het weiland. De snavels mogen geknipt of gebrand worden. De kippen hebben ook de beschikking over legnest, zitstokken en een stofbad.
  • Scharrelkippen: In Nederland (2005) leven 10,3 miljoen scharrelkippen. Negen kippen delen samen 1 m2. Ze kunnen niet naar buiten. De snavels mogen geknipt of gebrand worden. De dieren krijgen mengvoeder en ze hebben de beschikking over legnesten, zitstokken en een stofbad.
  • Batterijkippen: In een legbatterij zitten 18 kippen per m2. Nederland (2005) heeft 14,5 miljoen batterijkippen. De dieren kunnen niet naar buiten, de snavels worden geknipt of gebrand en er zijn geen legnesten, zitstokken of stofbaden.
  • Vleeskippen: Vleeskippen zijn kuikens van ongeveer zes weken oud. In deze zes weken groeien ze tot een gewicht van zo'n 2,5 kilo. De kuikens worden gehouden in grote schuren waar 16 tot 24 dieren per m2 zitten. De kuikens kunnen niet naar buiten en de schuren hebben geen ramen.

Kip wordt in supermarkten en door slagerijen verhandeld. Een speciaalzaak voor kippenvlees en wild heet een poelier, van het Franse woord voor kip, poule. Als een kip voorheen op een boerderij geslacht werd, gebeurde dat door de kop eraf te hakken. De kip kan daarna nog een tijdje reflexmatig blijven rondrennen.

Kippenziekten

Kippen zijn gevoelig voor verschillende parasieten inclusief luizen, mijten, teken, vlooien, wormen en andere aandoeningen.

Normaal kippenoog links, oog van kip met Marekse verlamming rechts.

Onderstaande tabel bevat enkele van de meest voorkomende ziekten die bij kippen optreden.

Naam Algemene naam Veroorzaakt door
Ascites tekort aan O2
Aspergillose schimmels
Aviaire influenza Vogelgriep virus
Histomoniasis Blackhead protozoaire parasiet
Botulisme vergif
Cage Layer Fatigue mineralen tekorten, gebrek aan lichaamsbeweging
Campylobacteriosis weefselbeschadiging in de darm
Coccidiosis parasieten
Colds virus
Crop Bound onjuiste voeding
Dermanyssus gallinae Bloedluis parasieten
Egg bound te groot ei
Erysipelas Wondroos bacterie
Fatty Liver Hemorrhagic Syndrome hoog-energetische voeding
Fowl Cholera bacterie
Fowl pox virus
Fowl Typhoid bacterie
Infectieuze Larynchotracheïtis virus
Syngamus trachea Gaapworm wormen
Infectious Bronchitis virus
Infectious bursal disease Gumboro virus
Infectious Coryza bacterie
Lymphoid leukosis Avian leukosis virus
Marekse verlamming virus
Moniliasis schimmels
Mycoplasmas bacterie-achtig organisme
Ziekte van Newcastle virus
Enteritis necrotica bacterie
Omfalitis navelstreng stomp
Peritonitis[7] Infectie in de buik van de eierdooier
Prolaps
Psittacosis bacterie
Pullorum Salmonella bacterie
Scaly leg parasieten
Plaveiselcelcarcinoom kanker
Tibial dyschondroplasia
Toxoplasmosis protozoaire parasiet
Ulcerative Enteritis bacterie
Ulcerative pododermatitis bacterie

Kip in de taal

  • een lekker kippie: een aantrekkelijke vrouw of aantrekkelijk meisje
  • er als de kippen bij zijn: er snel bij zijn om ergens een voordeel uit te behalen
  • met de kippen op stok gaan: vroeg gaan slapen
  • kippenborst: een borst waarvan het borstbeen sterk naar voren steekt; ook: spotnaam voor een nauwelijks gespierde borstkas
  • kippenvel: huid waarbij de haren door de kou overeind staan, zodat de huid eruit ziet als die van een pas geplukte kip
  • praten als een kip zonder kop: veel praten, maar weinig zinvols vertellen
  • kip, ik heb je: het was lastig, maar het is gelukt
  • de kip met de gouden eieren slachten: iets wat goed rendeert voor de korte termijn verkopen
  • er is geen kip te zien: er is niemand te zien.
  • zich kiplekker voelen: zich erg lekker voelen
  • hanengedrag: gedrag als van een macho
  • zijn haan koning laten kraaien: de baas spelen
  • daar kraait geen haan naar: er is niemand die er iets om zal geven
  • haantje de voorste zijn: vaak vooraan staan
  • zij heb kip (Utrechts dialect): zij is zwanger [Bron: De vollekstaol van de stad Uterech, B.J. Martens van Vliet]
  • de haan kraait koning als zijn hen er niet is: de man is baas in huis als de vrouw even weg is
  • met de hennen op het rek en met de haan er weer af: 's avonds vroeg naar bed en er 's morgens er weer op tijd uit
  • hij heeft het zo druk als de kippen vóór Pasen: hij heeft het buitengewoon druk.
  • als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen: als een sluw persoon mooie praatjes verkoopt, voert hij wat in zijn schild
  • een kale kip kun je niet plukken: van een arm persoon kan je geen geld krijgen
  • stresskip: iemand die snel in de stress schiet

Zie ook

Religie

In Indonesië heeft de kip een grote betekenis in de hindoe-crematieceremonie. Een kip wordt beschouwd als een kanaal voor de kwade geesten die aanwezig kunnen zijn tijdens de ceremonie. Een kip wordt aan de poten vastgebonden en blijft tijdens de gehele ceremonie aanwezig om ervoor te zorgen dat alle kwade geesten die tijdens de ceremonie aanwezig zijn in de kip gaan zitten en niet in de aanwezige gezinsleden. De kip wordt daarna mee naar huis genomen en keert daar terug naar zijn normale leven.

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Huisdierengids: Kip.