Supermarkt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kassa-afdeling van een grote supermarkt

Een supermarkt is een relatief grote kruideniers-zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden verkocht. Het is de modernere variant van het "grootwarenhuis". Men spreekt van een supermarkt als er behalve levensmiddelen ook verse groente, brood en vlees worden verkocht. Soms behoren kleding en medicijnen ook tot het assortiment. Supermarkten zijn vaak onderdeel van een keten die in een regio, land of zelfs meerdere landen winkels heeft.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste zelfbedieningszaken verschenen in de Eerste Wereldoorlog in de Verenigde Staten. Vóór die tijd werden voedingsmiddelen verkocht door kleine kruideniers. In 1948 startte Chris van Woerkom als eerste met zelfbediening in Nijmegen, gevolgd door Dirk van den Broek in Amsterdam. In 1953 opende deze, in Amsterdam, de eerste supermarkt van Nederland. Vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw namen supermarkten in Nederland een grote vlucht. Eerst kwamen er kleine winkels, later werden ze groter en werden ze bijvoorbeeld in een leegstaande kerk gevestigd. Vervolgens kwamen ze terecht in speciale gebouwen, vaak als deel van een winkelcentrum. In 1955 startte DekaMarkt de eerste moderne supermarkt van Nederland in IJmuiden. Met de steeds grotere automobiliteit vestigden zich de allergrootste supermarkten aan de rand van de steden.

Tegen het einde van de 20e eeuw waaide het supermarktconcept (winkelwagentje vullen en aan het eind afrekenen bij de kassa) ook over naar andere branches zoals doe-het-zelf-, meubelzaken (IKEA) en zaken voor huishoudelijke artikelen (Blokker).

De supermarkt betekende een revolutie voor het boodschappen doen, dat destijds voornamelijk door vrouwen werd gedaan. In plaats van lang in de rij te staan bij de kruidenier konden de vrouwen zelf hun boodschappen uitzoeken, om daarna lang in de rij te staan voor de kassa.

De supermarkten betekenden ook een revolutie in verpakkingsmateriaal. Werd bij de kruidenier vrijwel alles afgewogen in aparte papieren zakken verpakt, in de supermarkt ligt alles zo aantrekkelijk mogelijk verpakt, met verschillende merken en verschillende hoeveelheden.

De zelfbedieningswinkels verkochten alleen kruidenierswaren, maar later begonnen ze ook vlees, kaas en groenten te verkopen, waarna ze "supermarkt" werden genoemd. De komst van de supermarkt heeft tot gevolg gehad dat zeer veel kleine, gespecialiseerde winkels verdwenen zijn. Een supermarktketen wordt, als overblijfsel van de kruideniersoorsprong, nog wel eens een "grootgrutter" (grutter = kruidenier) genoemd. Supermarktketens die gericht zijn op het aanbieden van zo goedkoop mogelijke producten worden discount of discountwinkel genoemd.

Gespecialiseerde supermarkten[bewerken]

Chinese supermarkt in Nieuw-Zeeland

Sinds de jaren negentig van de twintigste eeuw zijn de gespecialiseerde supermarkten in opkomst: winkels die net als algemene supermarkten een breed aanbod van producten hebben, maar zich wel op een specifieke etnische of maatschappelijke doelgroep richten. Supermarkten die gespecialiseerd zijn in een etnische doelgroep verkopen vaak producten uit het land van herkomst die in algemene supermarkten niet verkocht worden.

Voorbeelden van gespecialiseerde supermarkten zijn:

Zie ook[bewerken]