Zijdehoen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een zijdehaan.

Het zijdehoen of Wugu-ji (Gallus gallus domesticus brisson), ook wel negerhoen of morenhoender genoemd omdat ze dikwijls zwart van kleur is, is een kippenras. Het zijdehoen heeft een vacht, die meer lijkt op haar en op wol dan op veren. En het zijdehoen heeft ook vijf tenen aan de voeten in plaats van de gebruikelijke vier. De tenen zijn ook voorzien van vrij lange, gebogen klauwen. Ook aan de armen (vleugels) zijn duidelijk drie vingers zichtbaar onder de vacht, met aan twee vingers klauwtjes.

Kenmerken van het zijdehoen[bewerken]

Een zijdehoen met zijdekuiken

Het meest opvallende kenmerk van dit ras, met zijn aan alle kanten afgeronde lichaam, is zijn vacht. De vacht (veren) is erg zacht, en geen enkel ander hoender of vogelsoort heeft het, en de vacht voelt aan als zijde, vandaar ook de naam zijdehoen. De huid is zwart tot blauw en zelfs paarsig van kleur. Ook het vlees, de botten en bloed zijn zwart. Deze hyperpigmentatie is het gevolg van een genetische afwijking die fibromelanose wordt genoemd, en die behalve bij zijdehoenders ook bij enkele andere kippenrassen voorkomt.

De poten zijn licht behaard en vrij grof geschubd. Ook heeft het zijdehoen een extra teen aan de poot en een extra "vinger" aan de arm (vleugel). Vogels hebben nog drie vingers aan de vleugels (waarvan twee aan elkaar gegroeid) over, waar de veren aan zitten. Het zijdehoen heeft er dus vier, waarvan twee aan elkaar gegroeid en twee echte zichtbare vingers met klauwtjes eraan.

Het zijdehoen heeft boven zijn snavel een bobbel zitten, en dat is de walnootkam,[1] die donker purper tot helemaal zwart van kleur is. Het zijdehoen heeft felblauwe oorlellen, die op oorbellen lijken. De ogen zijn ook donker.

De vacht van het zijdehoen vertoont de volgende kleurslagen:[2][3] wit, zwart, patrijs, rood, blauw, parelgrijs, koekoek, zilverpatrijs en buff, maar van oorsprong komen ze in het wit en zwart voor en in die twee kleurslagen komen ze nog steeds het meest voor.

Zijdehoenders zijn geharde dieren die zelfs bestand zijn tegen extreem lage temperaturen. Het is een zeer vertrouwelijke hoen, wat heel rustig, aanhankelijk en lief is, en die zich laat aaien, wat vooral aantrekkelijk is voor kinderen.

Als broedsters zijn de zijdehoenders onovertroffen en vooral heel betrouwbaar; ze worden dan ook vaak gebruikt voor het uitbroeden van kostbare eieren van siervogels[4]. Het opvoeden van kuikens gaat probleemloos: eenden- en fazantenfokkers gebruiken zijdehoenders om hun vaak kostbare eieren uit te broeden, Dit kunnen ze als geen ander. Zonder problemen voeden ze de hun toegewezen kuikens op, verdedigen ze tegen indringers, maar ze leren hun kuikens ook dat mensen geen gevaar zijn.

Karakter en gedrag[bewerken]

Aaien van een witte zijdehoen

Zijdehoenders zijn bijzonder rustige dieren, die zelden ziek zijn en goed op een wat kleinere oppervlakte gehouden kunnen worden. Ze zijn erg makkelijk handtam te maken en daardoor heel kindvriendelijk. Ze zijn makkelijk te dragen en te knuffelen, en dus ook door (kleine) kinderen als ze rustig met de dieren omgaan. Ze kunnen ook goed tegen extreme temperaturen, vooral tegen de kou, want waarschijnlijk kwamen ze van oorsprong uit het Himalayagebergte[5]. Het zijn sterke dieren. Een voordeel is, dat ze niet kunnen vliegen. Dat komt door hun vacht, omdat er geen veerstructuur in zit, en dat is dus de reden dat vogels vliegen, maar het zijdehoen heeft dat niet en een lage omheining van ongeveer 50 cm is meestal voldoende om ze in de tuin of ren te houden. Zijdehoenders vechten nauwelijks, zelfs hanen onderling zelden, tenzij ze in dezelfde ren zitten met een agressief kippenras. Meerdere zijdehoenhanen in eenzelfde ren kan dus probleemloos.

Oorsprong en geschiedenis[bewerken]

De voorlopers van onze huidige zijdehoenders moeten reeds lang voor onze jaartelling hebben bestaan, wel duizenden jaren geleden. De Griekse wijsgeer Aristoteles kende reeds de zwarte en witte hoenders met 'kattenhaar' uit het rijk van Mamgi (China). Volgens Chinakenner Thien vermelden Chinese geschriften over de Wugu-ji, dat net als het Japanse Ukotsuhei zoveel betekent als 'Kraaien' of 'Hoen-met-zwarte-botten', dat ze reeds bekend waren in het begin de Tang-dynastie (618-907 n. Chr.). Toen al had het zijdehoen een grote plaats ingenomen in de traditionele Chinese geneeskunst. Zie het kopje hieronder. Odoric van Friuli vermeldt ze ook in zijn boek "Mijn reis naar het verre oosten" (1330).

Hoewel Aristoteles al zijdehoenders noemde, hoorde men in Europa voor het eerst van het zijdehoen door de Italiaanse ontdekker Marco Polo die ze in het zuiden van de provincies Koh en in Fukken aangetroffen had. In de middeleeuwen door zwendelaars en zakenlui verkocht als een kruising tussen een konijn en een hoen, moet het zijdehoen in diverse variaties en verschillende richtingen naar Europa gekomen zijn.

Het zijdehoen als voedsel[bewerken]

soep van zijdehoen

In de regio Sunde, behorend tot de provincie Guangdong, heeft zich een industrie ontwikkeld om de restaurants in Hongkong te voorzien van zijdehoenproducten. Dooierolie, soep,[6] meelproducten enzovoort zien een stijgende omzet.

Het zijdehoen in de traditionele Chinese geneeskunde[bewerken]

Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Voornamelijk uit het vlees en de botten van het zijdehoen werd "Wuji Baifeng-Wan" een traditioneel Chinees geneesmiddel tegen zwakte, vrouwenkwalen, buikloop, rugklachten, lever-, nier- en longziektes bereid. De bestanddelen worden samen met diverse kruiden en alcohol gekookt. Het genas naar verluidt Thien van nierstenen[bron?]. Hij bericht bovendien dat een fabriek in Tianjin dit medicijn in de vorm van pillen maakt en dat in de omgeving van Peking een pluimveebedrijf bestaat met meer dan 20.000 zijdehoenders die uitsluitend voor medicinale doeleinden zijn bestemd. Uit het zwarte hoen wordt ook een middel tegen vruchtbaarheids- en potentieproblemen bereid als alternatief voor traditionele Chinese medicijnen uit bedreigde diersoorten zoals de neushoorns.

Zijdehoenders in Nederland[bewerken]

In Duitsland werden de zijdehoenders al in de jaren 30 gekweekt.[7] In Nederland waren de heer en mevrouw De Boois en de heer Ringnalda de pioniers van de fok van zijdehoenders. Ze begonnen in de jaren 50 met de grote ongebaarden. De gebaarden werden eind jaren 60 geïmporteerd uit Engeland en Amerika. Al gauw waren ze er in diverse kleuren en het aantal liefhebbers groeide.

De zijdehoenkrielen zijn in de jaren 60 ontstaan in Nederland en zijn een creatie van Dhr. van 't Wout uit Lisse. Het duurde een aantal jaren voordat ze op een show kwamen. Maar nu kennen ze een vaste groep liefhebbers en de kwaliteit gaat nog steeds vooruit.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties