Maand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een maand is een tijdseenheid die oorspronkelijk was gebaseerd op de omlooptijd van de maan. In de huidige gregoriaanse kalender en andere kalendersystemen die op het zonnejaar gebaseerd zijn, is de lengte van de maand zodanig dat er 12 maanden in een jaar gaan. In systemen die op de maanbaan gebaseerd zijn, is de lengte van een maand zodanig dat hij zo veel mogelijk overeenkomt met de synodische maand (zie ook Andere maandkalenders).

Geschiedenis[bewerken]

De woorden maan en maand zijn etymologisch verwant. Oorspronkelijk was een maand niet een twaalfde van een zonnejaar maar een deel van een maanjaar.[1] Uit opgegraven kerfstokken is gebleken dat men al tijdens het Paleolithicum het tellen van de dagen in verband bracht met de maanfasen. De kalendermaand ofwel burgerlijke maand heeft om praktische redenen een geheel aantal dagen; de maanden hebben echter niet steeds evenveel dagen.

Soorten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg zie ook Maanmaand

In de astronomie onderscheidt men verschillende soorten maanden:

Siderische maand[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Siderische maand voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De siderische maand is de gemiddelde tijd waarin de maan een volledige omloop om de aarde volbrengt ten opzichte van de vaste sterren, duur: 27,321 661 dagen

Synodische maand[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Synodische maand voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De synodische maand is de tijd tussen twee nieuwe manen, gemiddeld 29,530 588 dagen.

Draconitische maand[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Draconitische maand voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De draconitische maand of knopenmaand is de gemiddelde periode tussen twee opeenvolgende malen dat de maan de ecliptica (het baanvlak van de aarde) van Zuid naar Noord passeert, tevens een volledige revolutie van de maan om de aarde ten opzichte van de klimmende maansknoop. De draconitische maand duurt 27,212 220 dagen.

Anomalistische maand[bewerken]

De anomalistische maand is de tijdsduur tussen twee opeenvolgende malen dat de maan in het perigeum - ofwel het punt waarop ze zich het dichtst bij de Aarde bevindt - staat. Een anomalistische maand duurt gemiddeld 27,554 550 dagen.

Tropische maand[bewerken]

De tropische maand is de periode tussen twee opeenvolgende malen dat de maan haar grootste noordelijke declinatie bereikt (ook de periode tussen twee opeenvolgende malen dat de maan de evenaar van Zuid naar Noord passeert) en een volledige revolutie van de maan om de aarde ten opzichte van het lentepunt. De gemiddelde duur is 27,321 582 dagen.

Maanden in het westerse jaar[bewerken]

Het Westerse jaar bestaat uit de volgende maanden:

Maand Aantal dagen Genoemd naar Andere namen
Januari 31 De Romeinse god Janus Louwmaand, IJsmaand, Wolfsmaand, Hardmaand
Februari 28 of 29[2] De Etruskische god Februus Sprokkelmaand
Maart 31 De Romeinse god Mars Lentemaand
April 30 aperire ( = openen in Latijn) Grasmaand
Mei 31 De Griekse godin Maia Bloeimaand, Wonnemaand, Mariamaand
Juni 30 De Romeinse godin Juno Zomermaand, Weidemaand
Juli 31 De Romeinse veldheer Julius Caesar Hooimaand
Augustus 31 De Romeinse princeps Imperator Caesar Augustus Oogstmaand
September 30 Latijn voor zevende maand Herfstmaand
Oktober 31 Latijn voor achtste maand Wijnmaand, Zaaimaand
November 30 Latijn voor negende maand Slachtmaand
December 31 Latijn voor tiende maand Wintermaand, Feestmaand, Kerstmaand
Nuvola single chevron right.svg Zie ook Oudnederlandse maandnamen voor meer over de namen.

Ezelsbruggetje[bewerken]

Bovenop de knokkels (geel): 31 dagen
Tussen de knokkels (blauw): 30 dagen
Februari (rood) heeft 28 of 29 dagen.[2]

Er bestaat een ezelsbruggetje om het aantal dagen van elke kalendermaand te onthouden.

Als je je twee handen tot een vuist maakt en tegen elkaar houdt, stellen de knokkels en dalen daartussen de maanden voor. Maanden die bij een knokkel (berg) horen hebben 31 dagen (hoog); bij de dalen (laag) horen maanden met weinig dagen, namelijk 30, behalve februari, dat aantal, 28 en voor een schrikkeljaar 29, moet apart onthouden worden. Beginnend vanaf links hoort de knokkel van de linker pink bij januari, dus januari heeft 31 dagen. Daarna komt tussen de knokkels van de linker pink en ringvinger een dal dat bij februari hoort. Daarna weer een hoge knokkel van de ringvinger, dus maart heeft 31 dagen. Het volgende dal hoort bij april, dus 30 dagen. Enzovoort. De knokkels van de linker- en rechterwijsvinger liggen direct tegen elkaar; zij horen bij juli en augustus, beide maanden hebben dus 31 dagen.

Andere maandkalenders[bewerken]

Franse republikeinse kalender[bewerken]

Tijdens de Franse Revolutie is tijdelijk een andere kalender ingevoerd. Deze Franse Republikeinse Kalender telde 12 maanden van elk 30 dagen. Elke maand bestond uit 3 weken van elk 10 dagen. Daarnaast waren er 5 losse dagen.

  • Herfst:
1. Vendémiaire (wijnmaand)
2. Brumaire (mistmaand)
3. Frimaire (koudemaand)
  • Winter:
4. Nivôse (sneeuwmaand)
5. Pluviôse (regenmaand)
6. Ventôse (windmaand)
  • Lente:
7. Germinal (kiemmaand)
8. Floréal (bloeimaand)
9. Prairial (weidemaand)
  • Zomer:
10. Messidor (oogstmaand)
11. Thermidor (hittemaand)
12. Fructidor (vruchtmaand)

Iraanse kalender[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Iraanse kalender voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Iraanse kalender wordt momenteel gebruikt in Iran en Afghanistan. Hij bestaat uit de volgende 12 maanden:

  1. Farvardin (فروردین)‎, 31 dagen
  2. Ordibehesht (اردیبهشت)‎, 31 dagen
  3. Khordad (خرداد)‎, 31 dagen
  4. Tir (تیر)‎, 31 dagen
  5. Mordad (مرداد)‎, 31 dagen
  6. Shahrivar (شهریور)‎, 31 dagen
  7. Mehr (مهر)‎, 30 dagen
  8. Aban (آبان)‎, 30 dagen
  9. Azar (آذر)‎, 30 dagen
  10. Dey (دی)‎, 30 dagen
  11. Bahman (بهمن)‎, 30 dagen
  12. Esfand (اسفند)‎, 29 dagen, 30 in schrikkeljaren

Islamitische kalender[bewerken]

Er zijn ook 12 maanden in de islamitische kalender. Ze heten als volgt:

1. Muharram ul Haram (afgekort Muharram) محرّم
2. Safar صفر
3. Rabi`-ul-Awwal (Rabi' I) ربيع الأول
4. Rabi`-ul-Akhir (of Rabi` al-Tיhaany) (Rabi' II) ربيع الآخر أو ربيع الثاني
5. Jumaada-ul-Awwal (Jumaada I) جمادى الأول
6. Jumaada-ul-Akhir (of Jumaada al-Thaany) (Jumaada II) جمادى الآخر أو جمادى الثاني حرر
7. Rajab رجب
8. Sha'aban شعبان
9. Ramadhan رمضان
10. Shawwal شوّال
11. Dhul Qadah (of Thw al-Qi`dah) ذو القعدة
12. Dhul Hijja (of Thw al-Hijjah)


Het islamitische jaar is een zuiver maanjaar. Dit betekent dat islamitische kalender geen schrikkelmaand kent en alle maanden 29/30 dagen lang zijn. Daarom vallen de islamitische maanden - inclusief de feesten - ten opzichte van een zonnekalender elk jaar 11 dagen vroeger.

Hebreeuwse kalender[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg zie ook Joodse maanden

De Hebreeuwse kalender heeft 12 tot 13 maanden:

1. Niesan, 30 dagen ניסן
2. Ijar, 29 dagen אייר
3. Siewan, 30 dagen סיון
4. Tammoez, 29 dagen תמוז
5. Aaw, 30 dagen אב
6. Elloel, 29 dagen אלול
7. Tisjrie, 30 dagen תשרי
8. Chesjwan, 29/30 dagen חשון
9. Kisleew, 29/30 dagen כסלו
10. Teweet, 29 dagen טבת
11. Sjewat, 30 dagen שבת
12. Adar, 30 dagen, schrikkelmaand אדר א
13. Adar (2), 29 dagen אדר ב

Adar (ook Adar 1) wordt slechts 7 maal in een periode van 19 jaren ingevoegd voor Adar 2, die In gewone jaren (niet-schrikkeljaren) Adar wordt genoemd.

Hindoekalender[bewerken]

De hindoekalender heeft een ander systeem voor de naamgeving en indeling van de maanden. Deze zijn gebaseerd op maanstanden en de sterrenconstellatie waarin zij zich op dat moment bevinden. De namen van de maanden zijn:

10. Pausha
11. Maagha
12. Phaalguna

Deze namen worden ook gebruikt in de nationale kalender van India. Een hindoemaand bestaat uit 30 dagen: een donkere periode van 15 dagen (Krishnapaksha) en een lichte periode van 15 dagen (Shuklapaksha). Een jaar telt dus 360 dagen.

Boeddhistische/Singalese kalender[bewerken]

De Singalese kalender is de Boeddhistische kalender zoals gehanteerd in Sri Lanka, met de namen in het Singalees. De maanden heten hier als volgt:

  1. Vesak
  2. Poson
  3. Esala
  4. Nikini
  5. Binara
  6. Vap
  7. Il
  8. Unduvap
  9. Duruthu
  10. Navam
  11. Medin
  12. Bak

Bahá'í-kalender[bewerken]

In de Bahá'í-kalender dragen de maanden de namen van eigenschappen die aan God worden toegeschreven. Een jaar bestaat uit 19 maanden van elk 19 dagen, waardoor het totaal aantal dagen in een jaar 361 bedraagt. Om een jaar even lang te laten duren als een zonnejaar worden er tussen de achttiende en de negentiende maand een paar dagen ingevoegd (4 in een gewoon jaar, 5 in een schrikkeljaar).[3]

  1. Bahá’ (Pracht) 21 maart
  2. Jalál (Heerlijkheid) 9 april
  3. Jamál(Schoonheid) 28 april
  4. ‘Aẓamat (Grootheid) 17 mei
  5. Núr (Licht) 5 juni
  6. Raḥmat (Genade) 24 juni
  7. Kalimát (Woorden) 13 juli
  8. Kamál (Volmaaktheid) 1 augustus
  9. Asmá’ (Namen) 20 augustus
  10. ‘Izzat (Macht) 8 september
  11. Mashíyyat (Wil) 27 september
  12. ‘Ilm (Kennis) 16 oktober
  13. Qudrat (Macht) 4 november
  14. Qawl (Spraak) 23 november
  15. Masá’il (Vragen) 12 december
  16. Sharaf (Eer) 31 december
  17. Sulṭán (Soevereiniteit) 19 januari
  18. Mulk (Heerschappij) 7 februari
  19. Schrikkeldagen (Ayyám-i-Há') 26 februari - 1 maart
  20. ‘Alá’ (Verhevenheid) 2 maart

Egyptische kalender[bewerken]

De oude Egyptische kalender bestond ook uit 12 maanden van elk 30 dagen. De oude bijbelse kalender, de moderne joodse kalender en de islamitische kalender kennen de lunaire maand van 29 of 30 dagen.

Romeinse kalender[bewerken]

De Romeinse kalender - die de voorloper was van de Juliaanse - kende ten opzichte van de Gregoriaanse een paar andere maanden:

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/sijs002chro01_01_0023.htm
  2. a b Bij hoge uitzondering kan er ook een 30 februari voorkomen.
  3. (en) www.bahai.us: The Baha'i Calendar
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek