Antithese (stijlfiguur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een antithese (Grieks voor "tegengestelde", ἀντί is "tegen" + θέσις "stelling/plaatsing") is een stijlfiguur waarbij tegengestelde begrippen of noties worden verbonden. Dit wordt gedaan om een bepaalde eigenschap te versterken of te benadrukken. Mooi lijkt immers mooier naast lelijk, goed beter naast slecht.

Voorbeelden[bewerken]

  • "Medicijnen en vrouwen waren zijn grootste antipathieën, en hij was gewoon te beweren, dat hij zonder de laatste wel leven en zonder de eerste wel sterven kon."
    (Hildebrand).
  • "Zij steunen elkaar door dik en dun."

In de Bijbel komen veel antitheses voor, in het bijzonder in de Evangelie volgens Matteüs, in de Bergrede). Voorbeelden: het goede en het slechte oog, de smalle en brede weg, de rotsbodem en de zandbodem. [1]

Bekende schrijvers die veel gebruik maken van antitheses zijn Alexander Pope, Samuel Johnson en Edward Gibbon en vooral John Lyly in het prozawerk Euphues. In de populaire, moderne literatuur worden antitheses veel gebruikt in Harry Potter (tussen de karakters van de goede Albus Perkamentus en de slechte Voldemort) en in The Chronicles of Narnia (Aslan en de Witte Heks).

Verwante begrippen[bewerken]

De antithese vormt de basis voor meerdere andere veelgebruikte stijlmiddelen, zoals het chiasme, de paradox, de oxymoron en de epanalepsis. Ook ligt ze aan de basis van bepaalde gnomische vormen, zoals het aforisme en het epigram.

Bronnen, noten en/of referenties