Alexis Carrel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Alexis Carrel
28 juni 18735 november 1944
Alexis Carrel 02.jpg
Geboorteland    Frankrijk
Geboorteplaats    Lyon
Plaats van overlijden    Parijs
Nobelprijs voor de    Fysiologie of Geneeskunde
In    1912
Reden    Voor onderzoek naar de hechting van bloedvaten en transplantatie
Voorganger(s)    Allvar Gullstrand
Opvolger(s)    Charles Robert Richet

Alexis Carrel (Lyon, 28 juni 1873Parijs, 5 november 1944) was een Franse chirurg, anatoom en bioloog.[1] Hij beoefende zijn beroep in Frankrijk en de Verenigde Staten van Amerika (Universiteit van Chicago en het Rockefeller Instituut). Een aantal van zijn onderzoekingen aan dit Instituut is voor de moderne geneeskunde van fundamentele betekenis geworden, onder andere zijn vindingen op het gebied van wondbehandeling en weefseloverplaatsing.

In 1912 kreeg Alexis Carrel de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde voor zijn onderzoek naar directe vaatanastomose, waardoor het mogelijk werd organen met een eigen aan- en afvoerend bloedvat te transplanteren.

Carrel was sinds 1903, en met name van 1937-1944, een overtuigd katholieke geloofsverdediger. Carrel had in 1903 te Lourdes tweemaal medisch onverklaarbare genezingen van patiënten meegemaakt, van wie één patiënte in doodsgevaar door voortgeschreden tuberculose verkeerde.

In 1936 slaagde hij erin, met medewerking van de beroemde oceaanvlieger Charles Lindbergh, belangrijke organen voor onbepaalde tijd buiten het lichaam 'in leven' en beademd te houden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft Carrel als chirurg aan het front in Frankrijk gewerkt. In 1939 keerde hij naar Frankrijk terug, en werd door de Franse regering in Vichy in 1940 belast met een speciale taak: de gezondheidszorg tijdens de militaire bezetting en in de vrije zone.

De onbekende mens[bewerken]

In 1935 schreef Alexis Carrel het klassiek geworden boek: L'homme cet inconnu (De onbekende man). Destijds, toen de gevaren van wetenschappelijke overspecialisatie en de ontoereikendheid van het gangbare mensbeeld langzamerhand zichtbaar werden, zorgde dit boek voor nogal wat opschudding. Het sloot ook aan op een onrust die al door andere schrijvers was opgemerkt.
Een buitengewoon opmerkelijke passage in dat boek handelt over het verschil tussen kwaliteit en kwantiteit, en is opgenomen in hoofdstuk VIII: 'De vernieuwing van de mens'. Hij zegt daar onder meer het volgende : ... De fout, die verantwoordelijk is voor onze misère, berust op een verkeerde interpretatie van het geniale idee van Galilei. Galilei onderscheidde namelijk de primaire kwaliteiten van de dingen, dimensies en gewicht, die gemakkelijk kunnen worden gemeten, van de secundaire kwaliteiten, vorm of reuk, die niet kunnen worden gemeten. Zo werd het kwantitatieve gescheiden van het kwalitatieve. Het kwantitatieve, uitgedrukt in mathematische taal, bracht de mensheid de wetenschap. Het kwalitatieve werd hierin helaas sterk verwaarloosd. Het doel van de wetenschap is toch stoffelijk en geestelijk nut voor de mens te zijn, waarbij verwacht zou mogen worden, dat evenveel betekenis wordt gehecht aan gevoelens als aan thermodynamica ...
Carrel hield zich in dat boek ook al bezig met de catastrofale omvang en de gevolgen van de oorlog die tussen 1939 en 1945 Europa in zijn greep hield.

Bronnen, noten en/of referenties