Bar (druk)
De bar is een niet-SI-eenheid van druk, maar is wel een blijvend erkende eenheid die heel vaak in de industrie en het dagelijkse leven gebruikt wordt. De SI eenheid is de pascal (Pa).
Een bar is precies gelijk aan 100 000 Pa = 100 kPa. Van deze eenheid kunnen decimale veelvouden en delen worden gevormd. Het meest gebruikelijke is de millibar (symbool: mbar = 100 pascal), vooral voor het aangeven van de atmosferische druk.
Eén bar betekent dat er 10 newton (bij benadering (!) 1 kgf) drukt op één vierkante centimeter. Dus 1 bar = 10 N/cm² = 100 000 N/m². Dit is ongeveer 1 kgf/cm², wat ook ongeveer de atmosferische druk is. Dus bij benadering (!) is 1 bar = 1 atm = 1 kgf/cm² (wat soms foutief "1 kilo" druk genoemd wordt). In werkelijkheid verschilt 1 bar, gelijk aan 100.000 Pascal van 1 atm, dat gelijk is aan 101.325 Pa.
Vroeger werd in de meteorologie de luchtdruk uitgedrukt in millibar (mbar); tegenwoordig wordt daar de eenheid hectopascal voor gebruikt, die precies dezelfde waarde heeft.
Andere afgeleiden zijn bara, wat de absolute druk is, en baro of barg (bar gauge), wat de overdruk is. Als een manometer (bijvoorbeeld op een fietspomp of een compressor) vrij in de atmosfeer de waarde nul aangeeft, dan is dat dus nul baro.
Het woord bar komt van het Griekse woord βάρος (baros), wat gewicht betekent. De bar en millibar werden in 1909 door de Brit Napier Shaw geïntroduceerd.