Ornithologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Titelblad van Ulisse Aldrovandi's boek Ornithologiae uit 1599

De ornithologie of vogelkunde (uit het Grieks: ὄρνις of ὄρνιθος, ornis of ornithos, "vogel"; en λόγος, logos, "kennis") is de tak van de zoölogie die zich inlaat met de studie van vogels. Het omvat de classificatie van soorten en observatie van gedrag, trek, zang en vliegwijze. Om onder ander meer te weten te komen over het trekgedrag en leeftijd worden vogels geringd.
Een ornitholoog is een beoefenaar van de ornithologie. Een (hobby-)ornitholoog wordt ook wel een vogelaar genoemd.

De ornithologie heeft een lange geschiedenis en onderzoek aan vogels heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van belangrijke concepten binnen de biologie zoals evolutie, het begrip soort, en de relatie tussen geografie en soortvormingsprocessen (eilandbiogeografie), maar ook inzichten over gedragspatronen bij dieren. Verder is onderzoek aan vogels belangrijk bij ecologisch onderzoek en het natuurbeschermingsbeleid.
Vroeger ging de ornithologie vooral over het classificeren van vogelsoorten, nu zijn vogels belangrijk voor de bestudering van tal van wetenschappelijke, biologische vragen. Vogels zijn vaak een geschikt studieobject voor het testen van meer algemene biologische theorieën. Hierbij worden tal van onderling sterk verschillende methoden en technieken gebruikt. Daarom zullen veel onderzoekers die feitelijk onderzoek aan vogels doen, zich geen ornitholoog noemen, maar eerder etholoog, moleculair bioloog, morfoloog-anatoom, populatiegeneticus of populatie-oecoloog.

Geschiedenis[bewerken]

Het verzamelen van eieren vormde vroeger een belangrijk deel van de ornithologie

Zolang de mens op aarde leeft, zijn er relaties met vogels, bijvoorbeeld als jachtbuit en als huisdier. Specifieke kennis over vogels is voor mensen dus al heel lang van belang. Kennis over het kunstmatig uitbroeden van eieren van pluimvee was er al rond 400 v. Chr. (Egypte) en 246 v. Chr. (China).[1] Aristoteles schreef al in 350 v.Chr. over de vogeltrek[2]
Ook de jacht met valken vergde specifieke kennis over deze vogelsoorten. Deze kennis bestond al rond 700 v. Chr. in Assyrië,[3] maar kwam pas in de Middeleeuwen naar Europa.

In de zeventiende en achttiende eeuw komt de ornithologie als wetenschap zoals we die nu kennen. Er verschijnen nauwkeurige studies aan de morfologie en de classificatie van vogels. De Nederlander Coenraad Jacob Temminck speelde hierbij een rol.

Vakverenigingen[bewerken]

In 1850 werd in Duitsland het Deutsche Ornithologen-Gesellschaft opgericht als eerste vakvereniging voor ornithologen, die sinds 1853 het tijdschrift Journal für Ornithologie (sinds 2003: Journal of Ornithology) uitgeeft. In 1858 volgde Groot-Brittannië met de British Ornithologists' Union die in 1859 het eerste nummer van het ook nog steeds bestaande vaktijdschrift The Ibis liet uitkomen.[4] In Nederland werd in 1901 de Nederlandse Ornithologische Vereniging opgericht en in 1911 volgde, na onenigheid over het nut en noodzaak van vogelbescherming, de Club van Nederlandse Vogelkundigen. Op 1 januari 1957 fuseerden beide clubs tot de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU). Deze vereniging is nog steeds de meest gezaghebbende Nederlandse vogelkundige organisatie. Zij geeft het wetenschappelijke tijdschrift Ardea uit. Dit tijdschrift heette in 1910 nog het jaarboekje van de NOV en kreeg in 1912 zijn definitieve naam.[5][6] De bekende orniholoog Rudi Drent was tussen 1974 en 2003 voorzitter van de NOU.
Niet alleen in Duitsland, Groot-Brittannië en Nederland zijn er ornithologische verenigingen; die zijn er in ieder ontwikkeld land.

Rol van amateurs[bewerken]

De rol van amateurs binnen de ornithologie is altijd van groot belang geweest en is dat nog. Veel amateurs zijn georganiseerd in vogelwachten en -werkgroepen verspreid over het hele land. Naar Brits voorbeeld ontstond in de jaren zeventig van de vorige eeuw de behoefte om de kennis over vogels in Nederland te bundelen door het maken van een verspreidingsatlas. Hiervoor werd in 1974 een organisatie opgericht. Die werd genoemd de Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland (SOVON). Die eerste atlas verscheen in 1979.[7] Samen met de NOU geeft SOVON het blad Limosa uit dat vooral aandacht besteedt aan veldonderzoek aan vogels binnen Nederland.

De vereniging bestaat nu onder de naam SOVON-Vogelonderzoek. SOVON coördineert nog steeds het vogelkundig veldonderzoek dat amateurs doen: tellingen verrichten aan broedvogels en wintergasten. Overigens zijn binnen deze vereniging weer tientallen academisch geschoolde biologen werkzaam, waaruit blijkt dat binnen de ornithologie scherpe grenzen tussen amateurs en professionals lastig te trekken zijn. Vergelijkbare verenigingen van amateurs en professionals die zich bezighouden met onderzoek aan vogels, bestaan in alle ontwikkelde landen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Funk, E. M. & M. R. Irwin, 1955. Hatching Operation and Management. John Wiley & Sons.
  2. (en) Aristotle Historia Animalium. Translated by D'Arcy Thompson [1]
  3. (en) PDF-document A History of the Ecological Sciences
  4. (en) Farber, Paul L., 1982. The Emergence of Ornithology as a Scientific Discipline, 1760-1850. D. Reidel Publishing Company, Boston.
  5. website van de NOU
  6. Voous, K.H., 1995. In de ban van de vogels. Uitgeverij Scheffers ISBN 90 55460133
  7. Teixeira, R.M., 1979. Atlas van de Nederlandse broedvogels. NM/SOVON 's Graveland ISBN 9070099195