Farmacogenetica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Farmacogenetica is het wetenschappelijk vakgebied waarbinnen onderzoek wordt gedaan naar variaties in het DNA die de reactie van een individu op een medicijn kunnen beïnvloeden; dit geldt voor zowel het therapeutische effect van het medicijn als de mogelijke bijwerkingen die het medicijn kan veroorzaken.

Omschrijving[bewerken]

Elk mens heeft uniek DNA, dat op verschillende punten verschilt van andere mensen. Variaties binnen een coderend stuk DNA worden polymorfismes genoemd. Op één plaats in het genoom kan men bij verschillende mensen een ander nucleotide aantreffen, een SNP genaamd. Als een SNP minder vaak voorkomt, wordt dit een "minor allele" genoemd. Het hebben van een SNP is vaak onschuldig, maar op sommige cruciale plaatsen in het DNA kan dit gevolgen hebben voor bijvoorbeeld het metabolisme van een bepaald medicijn. Dit zorgt voor verschillen tussen mensen in reactie op medicatie.

De termen farmacogenetica en farmacogenomica worden vaak als hetzelfde gezien, en een precieze definitie van beide termen blijft lastig te vormen. Over het algemeen wordt farmacogenetica gezien als het onderzoek naar genetische informatie die er voor zorgt dat er verschillende reacties zijn op medicijnen, terwijl farmacogenomica meer over de applicatie van genomische technologieën op het ontdekken van nieuwe medicijnen en het verbeteren van bestaande medicijnen gaat.

Geschiedenis[bewerken]

Rond het jaar 1898 deed de Britse fysicus Archibald E. Garrod (1858-1936) onderzoek naar urinepigmenten. In het Londens St. Bartholomew's Hospital bestudeerde hij patiënten die leden aan alkaptonurie. Garrod ontdekte dat bij de ouders van kinderen die leden aan alkaptonurie vaker bloedverwantschap voorkwam dan gebruikelijk. Deze ontdekking zorgde voor de ontwikkeling van het principe van chemische individualiteit, dat Garrod in 1909 beschreef in The Inborn Errors of Metabolism en in 1931 in The Inborn Factors of Disease.

Pas in de jaren '50 ontwikkelde de farmacogenetica zich als zelfstandige discipline binnen de geneeskunde. Nieuwe technieken brachten de mogelijkheid om met grote nauwkeurigheid enzymatische activiteit te registreren. Door deze technieken ontdekten medisch onderzoekers drie gevallen van genetisch bepaalde variaties in enzymactiviteit bij patiënten die leden aan overgevoeligheidsreacties op bepaalde medicijnen. Dit bevestigde de voorspelling van Garrod.

In 1957 publiceerde Arno Motulsky het artikel Drug reactions, enzymes and biochemical genetics, waarin hij beschreef hoe erfelijke gen-gecontroleerde enzymatische factoren bepalen dat, bij gelijke blootstelling, sommige personen ziek worden en anderen niet. Deze publicatie markeerde het ware begin van farmacogenetica als onderscheidende discipline.

De eerste internationale conferentie voor farmacogenetica werd georganiseerd in 1967. Het bracht onderzoekers van de nieuwe onderzoeksdiscipline samen en de nieuwe ontdekkingen volgden elkaar snel op. De conferenties die erop volgden gaven farmacogenetica bekendheid en zorgden ervoor dat het zich definitief vestigde als medische onderzoeksdiscipline.

Toepassing in de gezondheidszorg[bewerken]

Hoewel sequencetechnieken erg succesvol zijn worden deze technieken nog niet veel gebruikt in de gezondheidszorg. De meeste gen-medicijn interacties wordt er bij een medicijn maar naar één gen gekeken terwijl er vaak meerdere genen betrokken zijn be de afbraak van een medicijn. Als persoon-specifieke medicatie gebruikelijker zou zijn zou onderzoek met verschillende genen en medicijnen vaker worden gedaan. Met behulp van deze combinatie onderzoeken kunnen ernstige bijwerkingen van medicijnen worden voorkomen bij patiënten die niet het juiste genotype hebben.[1] Door het voorkomen van deze ernstige bijwerkingen kunnen de kosten van medicijnen en zorg in de toekomst verlaagd worden. Ook het op de markt brengen van nieuwe medicatie zal goedkoper worden aangezien het op de markt brengen van een medicijn niet gestopt zal worden omdat er een groot risico is voor een kleine groep in de populatie. Deze subgroep kan van tevoren geindentificeerd worden en zo er een verlaagde dosis gegeven worden of kan blootstelling aan het medicijn voorkomen worden. Door farmacogenetica te gebruiken in de gezondheidszorg kunnen medicijnen veiliger gebruikt worden en zullen patiënten minder last hebben van ernstige bijwerkingen.

Genotypering voor Abacavir[bewerken]

Abacavir is een medicijn dat gebruikt wordt bij behandeling van HIV. Ruim 90% van de patiënten kan dit medicijn veilig gebruiken, maar een kleine groep patiënten is overgevoelig voor abacavir. Deze overgevoeligheidsreactie kan zo heftig zijn dat deze fataal kan zijn. Om zeker te weten dat een patiënt niet overgevoelig is voor abacavir worden patiënten gegenotypeerd om zo van tevoren te kunnen bepalen of een patiënt overgevoelig is voor dit medicijn. Door dit genotyperen kunnen ernstige bijwerkingen worden voorkomen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. J.J. Swen, Translating pharmacogenetics to primary care, Thesis 2011.