Immunologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edward Jenner, deed een van de eerste experimenten op gebied van afweer.

Immunologie is de biologische wetenschap die onderzoek doet naar het immuunsysteem: de afweermechanismen die in organismen voorkomen tegen binnen gedrongen organismen en lichaamsvreemde cellen/stoffen.

Basisprincipes[bewerken]

Vanuit de foetale lever vertrekken pluripotente stamcellen naar de primaire lymfoïde organen thymus en het beenmerg waar ze zich differentiëren tot respectievelijk T-lymfocyten en B-lymfocyten. Vanuit deze primaire locatie verplaatsen de uitgerijpte cellen zich naar de zogenaamde secundaire lymfoïde organen zoals milt, lymfeklieren en de mucosa geassocieerde lymfoïde weefsels (MALT). Naast de T- en B-lymfocyten spelen binnen het immuunsysteem diverse andere cellen en systemen een belangrijke rol om de afweer van ons lichaam zo goed en efficiënt mogelijk te laten verlopen. Van belang zijn niet-specifieke afweercellen als natural killer-cellen, maar ook monocyten en dendritische cellen. Als belangrijke systemen kunnen genoemd worden het HLA-systeem (MHC-systeem) en het complementsysteem.

Laboratoriumtoepassingen[bewerken]

In een immunologisch laboratorium wordt onderzoek gedaan naar naar diverse aspecten van het immuunsysteem. Gedacht moet worden aan:

  • Antigeen-antistofinteracties
  • Cellulaire immuniteit
  • Humorale immuniteit.

Klinische immunologie[bewerken]

De klinische immunologie houdt zich bezig met:

  • Immunodeficienties
  • Hemolytische ziekten en cytopenieën
  • Hematologische ziekten
  • Tumorimmunologie
  • Transplantatie-immunologie
  • Ziekten van spieren en botten
  • Auto-antistoffen
  • Bindweefselziekten en vasculitis
  • Huidziekten
  • Maag-darmziekten
  • Respiratoire ziekten
  • Nierziekten
  • Stofwisselingsziekten
  • Hartziekten
  • Neurologische ziekten
  • Oogziekten
  • Reproductie-immunologie
  • Vaccinaties
  • Immunofarmacologie

Externe link[bewerken]