T-cel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

T-cellen ofwel T-lymfocyten zijn afweercellen, onderdeel van de specifieke cellulaire afweer. Ze zijn specifiek, want elke T-cel kan reageren op een specifiek vreemd oppervlak-epitoop dat wordt aangeboden door antigeen-presenterende cellen, APC's. Het antigen wordt dan op de celmembraan van een APC aangeboden als antigen/MHC complex.

T-cellen kunnen worden onderverdeeld in vier hoofdgroepen:

De stamcellen voor alle bloedcellen bevinden zich in het beenmerg. De uitrijping van T-lymfocyten vindt echter plaats in de thymus (zwezerik). Dit proces is grotendeels voltooid voor de puberteit. Tijdens het verblijf in de thymus worden de nog onrijpe T-cellen als het ware opgeleid in het maken van verschil tussen lichaamseigen en lichaamsvreemd. De meerderheid van de T-cellen in opleiding zakt voor het examen en wordt vernietigd. Een minderheid mag de thymus verlaten en gaat functies vervullen als afweercel in het lichaam.

Lymphocyt activatie, het ontwikkelingsproces van T-cellen

Bij Aids worden bepaalde klassen T-cellen aangetast door het hiv. Het aantal T-cellen kan dan na verloop van tijd sterk dalen. De patiënt is daardoor bijzonder vatbaar voor andere ziektes. Om deze reden sterven mensen niet aan aids zelf, maar aan optredende complicaties als gevolg ervan. Wereldwijd is tuberculose de meest voorkomende doodsoorzaak van aidspatiënten.

Overzicht hematopoetische stamcel rode beenmerg[bewerken]

Hematopoëse
Leukopoëse Erytropoëse Trombopoëse
Myeloblast Monoblast Lymfoblast Pro-erytroblast Megakaryoblast
Erytroblast
Normoblast
Promyelocyt Monocyt Lymfocyt Reticulocyt Megakaryocyt
Neutrofiele granulocyt Basofiele granulocyt Eosinofiele granulocyt Macrofaag B-cel T-cel NK-cel Mastocyt Erytrocyt Trombocyt

Zie ook[bewerken]