Rode bloedcel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rode bloedcellen
Osmotische drukverschillen bij rode bloedcellen

Rode bloedcellen of erytrocyten zijn cellen die verantwoordelijk zijn voor het zuurstof- en koolstofdioxidetransport tussen de longen en de andere weefsels in het lichaam.

Het woord erytrocyt komt uit het Griekse erythros voor "rood" en kytos voor "holte" (tegenwoordig vertaald als cel).

Rode bloedcellen van zoogdieren zijn, in tegenstelling tot vrijwel alle andere cellen in het lichaam, kernloos. Een rode bloedcel heeft een levensduur van 120 dagen. De rode bloedcellen van andere gewervelden (vissen, vogels, reptielen en amfibieën) hebben wel een celkern.

Morfologie[bewerken]

Een rode bloedcel is een cel maar bevat geen kern en heeft dus geen DNA. Het proces waarbij uit een multipotente stamcel in het beenmerg rode bloedcellen gevormd worden, wordt erytropoëse genoemd.

Het voorstadium van de rode bloedcellen bevat wel een celkern, welke nodig is bij celdeling. Deze kern wordt vlak voordat de rode bloedcel in de circulatie komt uitgestoten. Qua vorm geeft de rode bloedcel een platte, ronde cel met in het midden aan beide zijden een indeuking, dit wordt ook wel biconcaaf genoemd. De rode bloedcel bij de mens is een rond schijfje met een diameter van circa 7,5 micrometer en een dikte van circa 2 micrometer. De ca. 25.000 miljard rode bloedcellen in het menselijk bloed hebben een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 4.000 m², hetgeen nodig is voor de snelle opname en afgifte van zuurstof en koolstofdioxide.

De vorm van de rode bloedcel wordt door een netwerk van actine en spectrine (=eiwit) filamenten bepaald. Deze vormen net onder de celmembraan een dunne laag en ze zitten met behulp van ankyrines aan de celmembraan gehecht. De biconcave vorm die ontstaat is optimaal voor de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide.

Hemoglobine[bewerken]

Een rode bloedcel dankt zijn rode kleur aan het hemoglobine dat het bevat, een ijzerhoudend eiwitmolecuul dat zuurstof- en koolstofdioxidemoleculen kan binden. De hemoglobine vormt ca. 90 % van de droge massa van de rode bloedcellen. In het menselijk bloed bevindt zich daarom ca. 3,5 gram ijzer.

De rode bloedcel maakt het grootste aandeel uit van de cellen in het bloed (99%). De andere soorten zijn witte bloedcellen en bloedplaatjes. De rode bloedcellen vormen ongeveer 40 % van het volume van het bloed.

Afbraak[bewerken]

Rode bloedcellen worden zowel binnen (intravasale bloedafbraak) als buiten (extravasale bloedafbraak) de bloedbaan afgebroken. Binnen de bloedbaan wordt 10-20 % van de rode bloedcellen afgebroken en daarbuiten 80-90% in vooral de milt, maar ook in de lever, botten en centraal zenuwstelsel. Het vrijkomende ijzer wordt voor het grootste deel gebonden aan de eiwitten ferritine en hemosiderine voor hernieuwd gebruik. Bij de afbraak van de rode bloedcellen komt ook globuline vrij, dat als bilirubine via de lever als gal wordt uitgescheiden.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Hematopoëse
Leukopoëse Erytropoëse Trombopoëse

Myeloblast

Monoblast

Lymfoblast
Pro-erytroblast
Megakaryoblast
Erytroblast
Normoblast
Promyelocyt Monocyt Lymfocyt Reticulocyt Megakaryocyt
Neutrofiele
granulocyt
Basofiele
granulocyt
Eosinofiele
granulocyt
Macrofaag B-cel T-cel NK-cel Mastocyt Erytrocyt Trombocyt